Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Emilia en Mirnak

Door Čestmir Bergsma

“Emilia, Emilia.”
Het meisje met de naam schrok wakker, Kippenvel en het gedreun van haar naam in echo’s gegoten maakte dat haar bovenlijf ineens de wollendeken liet vallen. Haar golvende haren zwermden om haar hoofd terwijl ze zich wakker schudde.
“Mirnak!”
Emilia stapte uit haar bed, naar het raam van de herbergkamer. Het was nacht. De sterren waren duidelijk te zien. Hun constellaties te onderscheiden. Emilia’s blik gleed over de vier sterren netjes in een rij gezet. De Grote Schaduw. Ze herinnerde hun verhaal en voelde zich klein.
“Mirnak.”
De naam van de jongen gleed van haar lippen en ze wist zeker dat ergens daarbuiten hij bezig was om haar te vinden. Ze had net over hem gedroomd. Zijn gezicht was een expressie van hoop geweest.
Alsof Mirnak wist waar ze was en hij ieder moment de kamer in kon lopen. Maar de stilte van de vroege ochtend verbrak zichzelf niet. Emilia had spijt dat ze niks had gezegd tegen de jongen. Ze probeerde haar gevoelens voor hem aan de kant te schuiven maar iedere keer moest ze weer onder ogen zien dat ze verliefd op hem was. Ze zag nog steeds hoe ze haar aanstaarde, hoe hij haar naakte lichaam inspecteerde. Het was alsof hij voor het eerst uit zijn onschuld werd getrokken en de schaduwen van het bos verliet. Zijn ogen hadden gouden kransen als een slang vervormd. Ze spraken over beloofde kusjes in een land waar zij niet vergeten kon worden. Emilia had op dat moment de helft van haar hart daar achter gelaten, voor hem om op te pakken.
“Ik hoop dat je het hebt gevonden. Jij bent de jongen op wie ik verliefd ben Mirnak.”
Deze woorden werden opgevangen door de wind en als een fluistering enkele horizonnen verder afgegeven aan diegene waarvoor het bestemd was. Hij zat in een verlaten dorp. Stroompjes vuur vlamden nog op de afgebrande huizen om hem heen. Het was alsof de nooit geboren gedachten van de overledenen door de straten liepen en zich vastklampten aan wat ooit hun thuis was. Mirtoen stond naast hem. Zijn grote gestalte een speelveld voor de schaduwen die de vlammen hadden gemaakt.
“Heb je wel eens afgevraagd wat de wereld denkt.”
De stem van Mirnak klonk afwezig en beschuldigend. Hij had zijn mantel om hem heen geslagen en zijn hoofd ging geborgen in zijn hoofdkap. Zonder een antwoord te kunnen geven hoorde Mirtoen de stem van zijn vriend weer.
“De afgelopen dagen weet ik het niet meer Mirtoen. Thuis, in het bos; verborgen tussen de bomen en de boeken had het mij altijd gefascineerd. Hoe de wereld er uit zal zien. Waar hij mee bezig was. Mij voorgesteld hoe mooi het leven buiten zijn gang ging. Met haar vele verassingen en mystieke wonderen.” Mirnak slaakte een zucht.
“Nu…” Hij stond op.
“…heb ik het gevoel alsof ik nooit echt wist wat buiten was. Nu ik er ben zou ik het liefst de wereld horen denken. Vragen wat haar plannen zijn. Welke motivatie ze heeft om dit dorp in as te leggen.” Mirtoen zag wat zijn vriend probeerde te doen en luisterde. De jongen liep wankelend van de treden waar hij gezeten had en hief zijn handen op om ze te aanschouwen.
“Mirtoen. Wie ben ik?”
Zijn ogen zagen in de verte. Mirtoen antwoordde.
“Jij bent de Zaglia. De adem van Eamelor. Maar bovenal ben je een jongen die niks van de wereld weet. En alles. Elise heeft je opgesloten en ik heb haar geholpen. Omdat we wisten dat jij buiten moest leren kennen als een sprookje. Een fabel. Omdat alleen dat Eamelor nog kan redden.” Mirtoen’ s ogen zagen door zijn vriend heen en de pijn die hij losmaakte met zijn woorden waren gebaseerd op valse hopen en bergen die hij altijd had gezien maar nooit echt wilde beklimmen. Ook al had hij dat vele malen gezegd. Mirtoen ’s stem was een verlossing. Een zware verlossing van het verleden. En het ging door.
“Het jongetje dat ik bevriende was altijd al in staat om de gedachtes van de wereld te verstaan en te praten met de bomen die hem verstopten.Ik zag hoe ze jou vertrouwden en kennis met jou deelde. Kennis die alleen jij kon horen.”
De stem van zijn vriend loste de emoties van Mirnak op. Zijn gedachten kwamen bij elkaar en overlegden wat zijn gevoelens wisten. Mirnak zakte door zijn knieën en zijn handen legden zichzelf op de grond. Hij huilde. Druppels vielen op de grond tussen zijn handen en op dat moment kwam die fluistering hem tegemoet. Die zachte stem die horizonnen had overspannen om zijn hart te vinden. “Emilia.”
Zijn hart barste open om die fluistering binnen te laten en zo kwam het. De schokgolf die de aarde ontving.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch