Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

En daar ging ik dan!

Door martin stolwijk

Ik had geen verwachtingen. De auto parkeerde ik om de hoek.
Ik keek op mijn horloge, nog een kwartier tot mijn afspraak. Ik ben nog van de stempel op tijd zijn.
Ik keek op het straatnaambordje, “Moeder Teresalaan”. Dat kan geen toeval zijn. Hier zou ik wel een flinke gedienstigheid en hulp kunnen vinden. Moeder Teresa stond tenslotte ook altijd klaar om mensen te helpen. Met iets meer vertrouwen loop ik de hal in van het UWV.
De leegte komt mij tegemoet. Ben ik de enige vandaag?
Links staat een grote hoge counter, waarachter 2 mannen in uniform waarschijnlijk heel belangrijk werk doen. Je krijgt zo’n uniform niet zomaar om je schouders gehangen. Ik merk dat leeftijd voor deze functie geen issue is. Hier kan je oud worden. Dat dacht ik tot voor kort ook over mijn functie, maar dat liep even anders af.

“Goedemorgen, u heeft een afspraak?” Het uniform spreekt. “Jazeker”.
Het lijkt mij geen adres om zomaar binnen te vallen voor een gezellig kopje koffie. Dit laatste denk ik, wil niet gelijk een sfeer neerzetten. Het uniform doet ook gewoon zijn werk. “Hier is uw nummertje, de deur links door waar u kunt gaan zitten. Uw nummer verschijnt op het scherm met daarbij het nummer van de balie waar u zich dan moet melden.”
Ik kijk op mijn bonnetje naar het getal 3. Er moeten dus al mensen binnen zitten. Ik ga de deur door en zie de wachtkamerstoelen, waarvan er al 2 bezet zijn. Twee dames die ik begroet en waarvan ik gelukkig een reactie terugkrijg. Ze zien er niet uit of ze het erg naar hun zin hebben, maar het zou kunnen dat ze hier misschien wel voor de zoveelste keer de stoelen komen verwarmen en daar worden ze blijkbaar niet vrolijker van.
Ik kijk om mij heen en scan de omgeving. Ik zie metershoge hokjes met een nummer daarboven. In het hokje zie ik een bureaublad met aan weerszijde een stoel. Een beeldscherm en telefoon.
Zo te zien hebben ze hier een voorliefde voor de minimalistische stijl.
Er lopen mannen heen en weer, van hokje naar het koffiezetapparaat en weer terug. Met een van deze mannen zal ik straks aan tafel zitten. Ik probeer ze in te schatten, maar merk dat ik ze moeilijk kan peilen. Er zit geen geur of smaak aan. Uitdrukkingsloos gaan ze in hun hok aan de koffie.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het half negen is, tijd voor mijn afspraak.
Ik zie nog geen beweging. Zijn koffie is nog niet op denk ik.

Nummer 1 en 2 verschijnen kort achter elkaar op het scherm en de dames lopen naar de hun toegewezen hokjes. De begroeting hoor ik vanaf mijn stoel en denk gelijk aan het feit dat privacy waarschijnlijk niet hoog op de prioriteitenlijst staat. Iedereen mag van iedereen horen wat de problemen zijn. Je zit tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje. Tien minuten over half negen. Nog geen meneer van het UWV. Als ik kan zorgen dat ik op tijd ben voor mijn afspraak, dan mag ik dat toch ook van mijn gesprekspartner verwachten.
Zeker als het je eerste afspraak is. Je zit hier niet voor je lol. Of zouden deze mannen die hier werken dat wel ervaren.
Arbeidsvreugde! Ik zie het er niet van afspatten.
Twee minuten later komt er een blokjes-overhemd op mij af stappen. Hij steekt zijn hand uit en vraagt of ik de heer Stolwijk ben.
“Dat klopt”, zeg ik en ik maak aan zijn zoektocht een einde.
Hij heeft misschien wel 12 minuten naar mij lopen zoeken tussen al die lege stoelen maak ik mij zelf wijs.
“Komt u maar mee, mijn knopje voor het scherm doet het niet, vandaar dat ik u zelf kom ophalen”. Dat was het dus, gewoon een kwartier aan die knop lopen klooien, maar hij kreeg hem niet aan de praat.

Ik loop achter het blokjes-overhemd aan langs hokjes waar mannen onverstoorbaar naar hun scherm turen, waarschijnlijk heel druk, de ene hand op het toetsenbord en de andere hand geklemd om het plastic bekertje met koffie. Hok nummer 10 is onze bestemming. Ik schuif de stoel aan en leg mijn handen zo ontspannen mogelijk op het bureaublad.
Dat kraakt en ik haal ze er maar weer af en leg ze op mijn schoot. Ik hoor de dame in het hok naast mij haar activiteiten doornemen en hoop dat ze geen intieme geheimen gaat delen met haar gesprekspartner. Daar zou ik mij toch wat ongemakkelijk bij voelen. Het blokjes-overhemd geeft aan dat hij mijn gegevens zal ophalen in zijn computer en wij dan samen zullen kijken of alles goed en compleet is. We kunnen dat indien nodig dan gelijk aanpassen.
Ik neem mijn omgeving even goed op en voel dat er in deze ruimte sinds de zeventiger jaren maar weinig veranderd is.
De hokjes, het meubilair, ja zelfs het blokjes-overhemd is volgens mij van 1975. Gekocht op een zaterdag bij de C.A. in de stad. Het boordje is inmiddels wat verbleekt, maar kan volgens de eigenaar waarschijnlijk nog jaren mee.
We lopen de gegevens door en ik merk dat ik mijn huiswerk goed gedaan heb. Alles is compleet. Het blokjes-overhemd vraagt mij naar mijn verwachtingen van dit gesprek en naar hem toe als adviseur. Ik vertel hem dat ik die nog niet heb, maar wel een paar technische vragen over de uitkering die ik mag ontvangen. Helaas, daar moet hij mij in teleurstellen.
Ik denk, dat is wel erg snel, maar het blokjes-overhemd legt uit dat dit het werkbedrijf is en dat de uitkering een hele ander afdeling is waar ik mijn vragen moet gaan stellen.
Dat schiet niet echt op denk ik.
Het blokjes-overhemd neemt mijn cv met mij door en stelt af en toe een vraag. Na ongeveer 30 minuten komt hij dan met een soort eindconclusie.
Hij verteld mij dat hij onder de indruk is van mijn werkverleden en geeft aan dat hij denkt weinig bij te kunnen dragen bij mijn zoektocht naar werk.
Ik kan dat volgens het blokjes-overhemd waarschijnlijk heel goed zelf.
Ik zal wat hem betreft ook niet meer op gesprek hoeven komen, maar dat hij natuurlijk wel altijd beschikbaar is voor vragen of problemen.
Via het systeem natuurlijk, via mijn werkmap, via mijn UWV.

Is dit mijn UWV wel, denk ik? Wil ik dat wel. Deze omgeving, dit bedrijf, deze mensen. Zo ontzettend deprimerend.
Begrijp mij goed, ik ben natuurlijk heel erg blij met het feit dat wij in dit land dit systeem hebben. Maar hoe kan het, dat de plek waar je naar toe gaat voor werk, zo weinig tot helemaal niet inspirerend is.
Zo stoffig, zo niet meer van deze tijd. Je zou toch denken dat je daar mensen ontvangt in een omgeving waar ze inspiratie, motivatie en energie van krijgen.

Na het blokjes-overhemd een hand gegeven te hebben, loop ik de ruimte door naar de hal.
De uniformen zitten nog op hun post.
“Tot ziens”, roept het uniform beleefd naar mij.
Nou, liever niet als je het niet erg vindt, denk ik.
Buiten kijk ik weer naar het straatnaambordje en vraag mij af of Moeder Teresa blij zou zijn geweest met de enorme hulp en gedienstigheid van UWV.
Volgens mij niet.
Ik verklaar het UWV in ieder geval als niet zalig!!!

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch