Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

En zo is de cirkel rond

Door Ivonne Wilken

En zo is de cirkel rond
Ivonne Wilken

Tromsø 1890. Ik lig gedrapeerd rond de nek van mijn zeventigjarige eigenaresse. Mijn poten hangen slap op haar borst terwijl mijn kop op haar schouder rust. Alsof de straten niet bedekt liggen onder een decimeter sneeuw, paradeert ze door Tromsø, een stad binnen de poolgrens in Noorwegen. Hoewel Tromsø de laatste bevoorradingsplek is voor de expedities naar de Noordpool, kan het zich qua modebeeld meten met de chique steden van Europa. Haar schoenen zouden dan ook niet misstaan in het straatbeeld van Parijs. Met opgeheven hoofd knikt ze kordaat tegen de personen die ze tegenkomt, maar alleen tegen degenen die even onberispelijk gekleed gaan als zij. Ze behoort tot de crème de la crème van de stad.
Zelf heb betere tijden gekend. Ooit rende ik over de oneindige bergtoppen die Tromsø omarmen, in de winter in mijn prachtige witte wintervacht en in de zomer in mijn donkere dracht. Ik leefde als een god in Frankrijk tot het moment waarop mijn aandacht een seconde verslapte en me alles ontnomen werd. En zo eindigde ik onsterfelijk als een poolvos-stola rond de nek van deze parmantige dame.

Ik spring vooruit in de tijd. Berlijn 1975. Het is een roerige tijd. Leden van de links-extremistische groep RAF plegen aanslagen en worden gevangengezet, de krakersbeweging is actief en er heerst een anti-bont moraal. Maar tegelijkertijd is er nog een elite die mijn kadaver op prijs weet te stellen en opnieuw lig ik rond de nek van een sjieke dame. Deze keer is ze iets jonger; ik denk ergens rond de vijftig. Ook zij sproeit me onder de parfum, en dat terwijl de geur van eau de toilette van de oude dame nog diep in mijn haarvaten hangt. Mijn eigenaresse in Tromsø is overleden en met de rest van haar inboedel werd ik naar de winkel gebracht met interessante snuisterijen voor toeristen. Daar werd ik door deze dame uitverkoren om met haar de show in Berlijn te stelen. Het loopt anders af. Al op onze derde trip door deze stad met gure regen, loopt iemand met een emmer vol bloed op ons af en kiepert de volledige inhoud over ons heen. ‘Moordenaar,’ schreeuwt hij vol afkeer. Ik zit onder de rode smurrie zitten. Hoewel de kleur, geur en samenstelling van bloed me zeker niet vreemd is, is dit een overdoses. Door het gewicht van al dat bloed glijd ik naar de grond en wordt het zicht me ontnomen. Wat er met de dame gebeurt weet ik niet.
Ook weet ik niet hoe lang ik daar op de grond lig. Het enige voordeel is dat de regen tenminste een gedeelte van het bloed van me afwast. Doorweekt en nog steeds rood word ik opgepakt en als ik op ooghoogte ben zie ik iets wat ik van mijn leven nog niet gezien heb, zelfs niet bij mijn welpjes die toch ook vastgeplakte haartjes van zweet of sneeuw konden hebben. Voor het eerst leer ik wat een hanenkam is. En zie ik een alternatief voor de kleding van mijn dames: een zwarte broek, gescheurd en met veiligheidsspelden bijeengehouden met daarop een eveneens zwart jack dat versiert is met metaalwerk als kettinkjes, buttons en zelf scheermesjes. Maar het is vooral de veiligheidsspeld in zijn oor die een onuitwisbare indruk op me maakt. Ik maak kennis met kraker Max.
Samen reizen we naar Amsterdam, het krakersbolwerk, en niet lang daarna hang ik als een soort van statement aan de muur in een kraakpand. Nog steeds onder het bloed heeft Max me half over een kooi gedrapeerd. Deze niet zo fraaie display van mij wordt nog eens versterkt door foto’s van beesten die gevangen zitten in getraliede kooien en afbeeldingen van doodgeknuppelde zeehondjes. Niet echt een optimistisch beeld en ik roep dan ook kreten van afschuw bij bezoekers en medekrakers op. Max doet alsof hij niets doorheeft en gaat stug door waar hij mee mee bezig is, maar ik weet dat hij stiekem trots is op zijn provocerende kunst.
Na de gewelddadige ontruiming van het kraakpand eindig ik bij het grofvuil. Ik denk al in het niets te verdwijnen als een toegewijde preparateur me weet te redden. Hij ziet goud in mij en dat is niet voor niets natuurlijk, want ik ben toevallig wel een arctische vos! Met zijn vaardige handen kalefatert hij me te midden van eekhoorntjes, vogels en Europese vossen op. Hij weet me in volle glorie te herstellen en dat leidt me naar mijn volgende bestemming.

Weer een sprong in de tijd. Terug in Tromsø, terug in mijn geboorteplaats. Ik neem een prominente plaats in het museum in. De directeur wilde vernieuwen en heeft het thema ‘arctische reizen’ in een nieuw jasje gestoken. Een tentoonstelling over reizen in de meest ruime zin van het woord en dus valt mijn avontuur als een arctische vos door half Europa daar ook onder. Trots sta ik, met dank aan de preparateur, met een goed gevuld lichaam op vier stevige poten. Niet de eeuwige jachtvelden waar ik altijd van gedroomd heb toen ik door de bergen struinde, maar gezien het feit dat ik als een kadaver om meerdere nekken heb gehangen, als een statement in een kraakpand, bijna verloren ben gegaan bij het grofvuil en uiteindelijk in de vaardige handen van de preparateur ben beland, toch het beste wat ik me nog wensen kan.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch