Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Energie

Door Roanne Frerejean

‘Normaal doe ik dit niet. Ik hoop dat jij dit ziet. Ik voel je energie. Het is okey-ey-ey-ey.’

Iedereen is in de stemming gekomen en danst wild op de zware bass. Groepen jongeren hangen om de bar. Bierflesjes worden uitgedeeld en zuipwedstrijden gaan van start. De geur van alcohol en sigarettenrook dringt mijn neus binnen. Het lukt me net om een kokhalsneiging te onderdrukken. Ik heb een hekel aan zuipfeesten, maar mijn vriend had er op gestaan dat ik naar dit feest mee zou gaan. Het is het beste zaterdagavondfeest van het jaar, had hij mij aangesmeerd. Met een zucht plof ik neer op een oude sofa. Een zoenend stel kruipt naast mij. Automatisch kijk ik naar Brian. Die is al aan z’n volgende biertje begonnen en heeft alleen nog oog voor zijn vrienden. Daar kan ik dus niet op rekenen. Mijn oog valt op een paar jongens in de hoek van de zaal. Met een grote zwaai seint een van hen dat ik moet komen. Verbaasd wijs ik naar mezelf. Ze knikken bevestigend. Nog een keer kijk ik naar Brian, dan sta ik op en loop op mijn hoede naar hen toe.

‘Hey, kom er gezellig bij!’ roept een van de jongens. Onmiddellijk krijg ik een flesje bier in mijn handen gedrukt. ‘Speel mee, elke keer als je energie in dit liedje hoort, drink je een flesje.’

Opnieuw schalt het refrein van Energie door de ruimte. De jongens drinken binnen enkele tellen hun flesje leeg.

‘Kom op. Wees geen watje. Drinken!’ schreeuwt er een boven de muziek uit. Hij pakt een ander flesje en drukt die tegen mijn lippen aan. Ik probeer hem weg te duwen, maar dat lukt niet. Vlug drink ik een paar slokken. De vloeistof brand in mijn keel. Dit is geen bier, realiseer ik me. Een gevoel alsof mijn maag zich omkeert maakt zich meester van mij. Nogmaals probeer ik het flesje weg te duwen, dit keer luistert de jongen wel.

‘Moet naar de wc,’ kan ik nog net uitbrengen. Ik stuif weg, terwijl mijn ogen haastig op zoek zijn naar het toilet. In een uithoek hangt het bordje. Met moeite lukt het mij om mijn avondeten binnen te houden en het meidentoilet in te rennen. De stank die in het toilethokje hangt laat alles er toch uitkomen. Huilend hang ik over de toiletrand. Dit doe ik nooit meer, beloof ik aan mezelf. Ik sta met trillende benen op en spoel mijn mond bij het kraantje. Mijn gezicht ziet lijkbleek.

‘Misschien kan ik beter naar huis gaan,’ fluister ik. Langzaam begeef ik me terug naar de feestzaal. Nog voordat ik daar kom, staan de jongens weer voor mij.

‘Waar ging je nou zo snel heen? Kom, neem nog een biertje.’ Weer drukt hij een flesje in mijn hand.

‘Sorry, ik voel me niet lekker. Ik ga naar huis.’ Met een schijnbeweging probeer ik langs hen heen te gaan.

‘Wacht nou, het feest is nog lang niet afgelopen.’ Een jongen met een drakentattoo pakt mijn arm stevig vast.

Mijn hart slaat een slag over. ‘Laat me los!’ Kwaad kijk ik hem aan. Plotseling begint het in mijn hoofd te tollen, de benen die mij zouden moeten ondersteunen, lijken er niet meer te zijn. ‘Wat zat er in dat flesje?’ mompel ik, terwijl ik bijna mijn evenwicht verlies.

Een van de jongens tilt mij op en lachend nemen ze mij mee naar een ruimte iets verder op. Ze leggen mij op een tafel. De jongen met de tattoo buigt zich over mij heen en begint de knoopjes van mijn blouse los te maken. Precies op dat moment voel ik een klein beetje kracht in mijn armen terug komen. Met een rake vuistslag tref ik hem in het gezicht.

Even lijkt hij het bewustzijn te verliezen, maar hij herstelt zich snel en trekt kwaad een mes. ‘Jij gaat naar ons luisteren, anders haal je het eind van deze avond niet,’ zegt hij, terwijl het mes dreigend boven mij wordt gehouden.

De adrenaline giert door mijn lichaam, al mijn kracht lijkt in dubbele hoeveelheid terug te zijn.
Dat kan je wel vergeten, denk ik en trap met een venijnige kracht tegen zijn arm. Het mes vliegt uit zijn hand. Ik spring van de tafel en merk gelijk dat dat geen goede keuze was. Zwarte vlekken verschijnen voor mijn ogen en willen na een paar keer knipperen niet weg. Vlug kniel ik op de vloer neer en tast om me heen. Naast de tafelpoot raakt mijn hand het ijzeren mes. Zonder erbij na te denken, zwaai ik er mee in het rond. Wanneer het mes zwaarder lijkt te gaan, bevries ik. Een harde schreeuw bevestigt mijn gedachten. De vlekken zijn ondertussen bijna verdwenen en ik zie wat ik heb aangericht. De getatoeëerde jongen ligt zwaar bloedend op de grond, het mes steekt nog in de zijkant van zijn been.

‘Gek! Wat heb je gedaan,’ schreeuwt een van de andere jongens.

Vlug spring ik op en sprint de kamer uit. Verschillende mensen duw ik verwoed aan de kant, terwijl ik een weg baan tussen de feestgangers door. De deuren van het gebouw staan wagenwijd open. In paniek ren ik de mistige nacht in.

Als ik aan de rand van een park aankom, zak ik uitgeput op een bankje neer. Tranen wellen in mijn ogen op. ‘Het was niet mijn fout,’ stel ik mezelf gerust. Maar het klinkt niet erg overtuigend.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch