Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Gebroken lijntjes

Door Odile Schmidt

Gloeilamp

De lamp ging uit. Ze liep achteruit de trap op de slaapkamer in tot ze in haar bed lag. Daar was ze hervonden, piekerend, troostend, zogend, bevallend, ziek, minnend, verliefd, dronken, kind, geboren geweest. Daar las ze boeken: zoekend naar iemand die haar begreep en die betekenis kon geven aan wat ze voelde. Iemand zoals haar moeder was geweest, de paar keer in haar leven die ze zich herinnerde. De hand die haar moeder op haar buik legde bij haar eerste menstruatie. De omarming in plaats van woorden.

Dimlicht

Het zwijgen van haar moeder was als duisternis in het landschap van haar herinnering. Het raakte aan hoe ze tegenover haar kinderen en man blokkeerde, alsof de woorden zich niet vormden in haar hoofd vooral bij een ruzie of een gewichtig gesprek. Het voelde even ongemakkelijk als een verstopping. Was haar moeder ook geblokkeerd geweest? Haar man werd er soms wanhopig van als ze midden in een gesprek opstond en wegliep. Pas buiten het huis, tussen de vogels en bomen, kwamen de gedachten weer op gang alsof het licht buiten de duisternis binnenin haar verdreef. Ze keerde terug in de hoop dat haar man op haar gewacht had. Zei haar mening, op rustige toon, zoals haar moeder sprak. Als een volwassene die geleerd heeft te formuleren en alleen maar verstandige dingen te zeggen zonder een spoor van emotie.

Röntgen

Ze loopt naar de keuken zomaar op een middag. Met gebalde vuisten staat haar vader voor haar. Zijn ogen kijken wild rond. Zijn gezicht is helder rood als een stopbord. Iedere spier in zijn armen is maximaal gespannen, ook in zijn benen. Klaar om te vechten. Schokkerig loopt hij heen en weer, licht gebogen, zwaaiend in de lucht. Ze is een tiener en doet een stap naar achteren. Het licht is uit en de keuken somber. Langzaam probeert ze ‘papa’ te zeggen, te zacht. Hij kijkt dwars door haar heen. Ze loopt traag achteruit richting voordeur. Ze opent hem, is buiten op straat waar af en toe een auto rijdt. De rust is om haar heen, de rust trekt door haar heen als röntgenstralen. De spanning in haar hoofd ebt weg, uit haar armen, uit haar benen.

Is haar vader gek geworden? Hij is zo vaak woedend om kleine dingen. Voorzichtig sluipt ze later naar binnen alsof ze in oorlogsgebied is, sokken over haar schoenen heeft.

Hij reageert alsof er niets gebeurd is.

Nachtkijker

Op televisie ziet ze een man, een Vietnamveteraan. Hij heeft dezelfde wilde blik in zijn ogen. Zijn kinderen lopen achteruit op hun tenen. Hij raast. Zijn kinderen schreeuwen. Het loopt uit de hand.

Vernisverlies

Als ik het maar niet bekras. Het tafelblad schittert in de herfstzon, passend bij de kleur van de beukenhaag. De klant zal blij zijn. Ik ben stil, sta stil met kramp in mijn armen. Een roodbruine gloed die ik in de potten lelijk vind maar op dit meubel vind passen. Ik herken het wrak van dof hout niet dat vorige week op dezelfde plaats binnengebracht werd. Buiten op het pad, alsof het niet naar binnen mag.

Ik staar naar de vernislaag. Daardoorheen zie je de warme kleur die erop getamponneerd is met zo’n lap om een stok gewikkeld. Ik zag het hem doen, voorzichtig, alsof hij nooit een klap geeft, zonder begin of einde, alsof hij urenlang tamponneert. Ik liep weg. Bloedrood schijnt erdoor.

De beukenhaag groeit over het pad heen. Nooit zie ik mijn vader snoeien, alsof hij groei niet afremmen wil, alsof hij het leven van de takken belangrijker vindt dan erlangs kunnen lopen. Misschien wacht hij tot we naar school zijn. Het is hout. Levend hout.

Hij praat niet met mij. Ik denk dat ik leeg ben, maar het is slechts een zwijgen – een drukkend zwijgen – zoals wanneer hij de vernis aanbrengt, laagje voor laagje. Hij sjouwt zware meubels. Achter zijn glimlach huist een andere man, die grote splinters uit zijn vingers snijdt met een mes. Een mes dat hij in het vuur steekt, om te desinfecteren. Kleine splinters haalt hij eruit met een naald.

De tafel staat op haar kant, met poten in het luchtledige, op een paardendeken van stug haar dat prikt en kriebelt. Ik moest het uitkloppen zodat het zaagsel – dat zaagsel dat nu in mijn neus zit – niet op de lak zou plakken.

Met grote stappen loopt mijn vader terug naar het atelier – het onverwarmde atelier. Zijn grijze overal hangt slobberig om hem heen en laat de lucht vrij spel om zijn benen en armen. Ik pers mijn lippen op elkaar. De plooien op zijn rug bewegen met hem mee. Hij loopt steeds sneller. Ik zou willen weten wat er in hem omgaat.

TL-buis

Ze is geen kind meer maar haar lichaam trilt als ze een kop koffie meeneemt in de kantine van de doodskist, bijnaam voor het psychologielab. Trillen is iets dat bij haar hoort, overmatig zweten ook.

Spot

Gedachten gaan alle kanten op. Je kunt ze leren leiden. Je kunt ze op studieboeken richten en ze zo stroomlijnen, alle andere gedachten uitbannen. Je kunt alles wat geen wetenschap is uitbannen tot je een soort rust vindt en het trillen ophoudt. Hetzelfde geldt voor schilderen en acteren. Zolang je geest volledig op iets geconcentreerd is, valt dat storende licht stil.

Achterlicht

Ze voelde de aandrang om een stap naar achteren te maken, terug naar de veilige straat waar auto’s rijden die op vakantie gaan zonder ruzies, die naar hun werk gaan zonder zich diep te concentreren. De lege straat, die loopt tot het huis van haar opa die zweeg, zijn ogen open, de blik naar binnen gericht. Grijsblauw, waarachter een wereld van voorstellingen schuilging van verloren vrienden, voor hem belicht, voor haar obscuur. Maar haar terugtrekken maakte puinhopen. Ze durfde niet de telefoon op te pakken.

Spaarlamp

De geschiedenis werd geschreven door wie zijn lamp niet schuin had hangen. Haar lamp hing recht, een beetje scheef. Er liepen lijnen van boven naar beneden over het bolle glazen oppervlak. Ze wist dat de witte stippen schitteringen zijn. De lijnen kwamen onderaan samen. De strijd was gestreden, de doden begraven.

Haar moeder belde dat ze darmkanker heeft. Ze trilde niet, maar voelde dat ze naar achter wilde stappen. Ze bleef staan, hing niet op. De lamp bleef onbewogen schijnen. Er rolde geen traan. De lamp wachtte af, ze deed niets. Ze bleef maar licht geven in alle richtingen, op de volle boekenkast, op haar bril, op de opgerolde kat. Ze wilde niet meer zwijgen en belde haar zus. Die had geen tijd. De horizontale lijnen achter de lamp liepen niet door. Ze wist dat ze doorliepen, maar ze kon het niet waarnemen. Achter de bundel van licht scheen het prikbord door. Daar was nog geen ruimte voor een rouwbericht.

Kaars

Ze brandde een kaars voor haar moeder. In het midden van de vlam is de gevaarlijkste vlek. Ze was daar niet zeker van. Misschien is het oranje gebied het schadelijkst. De een brandde een kaars voor de doden, de ander brandde een kaars voor de levenden. Haar schoonvader reageerde tenminste met emotie.

‘Support!’ hoorde ze hem licht boos achter haar moeder over de telefoon roepen. Ze zweeg en zei toe een kaars te branden. Dit was niet het moment om ieders standpunt te belichten. De volgende dag ontving de moeder een royale bos bloemen met een briefje: We love you, hang in there. Haar schoonvader stuurde een bericht om te bedanken voor de grote bos bloemen. Het ontvangen van de bloemen viel samen met ‘van de schrik bekomen.’

Led

Ze was een uit elkaar getrokken lamp, als een puzzel. De onderdelen waren gezandstraald en weer in elkaar gezet. Voortaan bleef ze staan.

12 reacties

Mechtilde

dinsdag, 20:32

Gebroken lijntjes. Dunne, kwetsbare, verdrietige lijntjes. Ademloos gelezen. Prachtig.

Denise

dinsdag, 19:23

Intrigerend en boeiend

Mieke Schepens - Graag Gelezen

zondag, 17:40

Heel graag gelezen!

Tja

woensdag, 01:40

Een heel bijzonder verhaal en wie houdt daar nu niet van?

Ellen

dinsdag, 18:43

bijzonder verhaal odile!

Ingrid van der Weegen

maandag, 12:46

Heel graag gelezen.
Gr Ingrid Suijkerbuijk

Elyse van der Roer

zondag, 17:51

Boeiend, heel origineel en prachtig geschreven. Dir verhaal blijft hangen, laat me in verwondering achter.

Anton

dinsdag, 23:11

Bijzonder ja, met mooie vondsten

jor-adam

zaterdag, 12:07

Boeiend, Een lichtpuzzel zonder verlichting…

mathilde kuiper

woensdag, 08:19

Dit verhaal komt diep bij mij binnen.

Rolf van der Leest

dinsdag, 20:24

Bovengemiddeld goed.

Esther Quatfass

dinsdag, 11:49

Bijzonder verhaal weer, Odile.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch