Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Gedeeld door twee

Door Rani De Vadder

Op mijn verjaardag kwam de helft van de familie bij ons thuis. We aten half zoveel taart, dronken half zoveel frisdrank en ik kreeg plots half zoveel cadeaus. Mijn oom en tante van mama’s kant kwamen langs en gaven me drie kussen – die werden blijkbaar niet gehalveerd – en ook oma en opa drukten me iets in de hand. Op een paar weken tijd waren we in een half gezin veranderd, en ik had er niet aan gedacht dat dat ook betekende dat de familie nu gedeeld werd door twee.

Zus was weg geweest en ik vroeg haar waarom papa niet bij ons was. Zus was ouder dan ik: ze had grote, ronde ogen, donker omlijnd, en lang, blond haar dat ik mocht vlechten. Vandaag had iemand anders dat gedaan, ze droeg een speciale vlecht die langs de zijkant van haar hoofd liep en als een vissengraat over haar rug hing. Een roze elastiekje hield alles bij elkaar: niet mijn blauwe.

‘Wie heeft je haar gevlochten?’

‘Anna,’ zei ze.

‘Anna?’ vroeg ik.

‘Ja.’ Zus zweeg. Het roze elastiekje lachte me uit. ‘Roze staat me goed.’

‘Blauw ook.’

‘Maar Anna is schoonheidsspecialiste,’ zei Zus, ‘en zij vindt dat roze me beter past.’

Ik kende die Anna niet, maar ze klonk stom.

Zus zag mijn boze blik. Vroeger gaf ze me dan een tik op de neus – niet bestraffend, maar net plagerig, en dan moest ik lachen. Nu keek ze echter geërgerd, alsof ze dacht dat Anna verdrietig zou worden van mij, dat ze haar haren misschien niet meer wilde invlechten als ze te weten kwam dat ik haar niet leuk vond. Toen Zus wegliep, bedacht ik me dat ze mijn eerste vraag niet had beantwoord: waarom was papa er niet?

*

De dag na mijn verjaardag kwamen er vriendjes spelen. Ook zij hadden cadeautjes bij, en gelukkig hoefde ik hen niet te halveren. We aten pannenkoeken met suiker en tekenden gezichtjes met siroop. Lauren tekende een hond en ik moest aan Flop denken, die met papa was meegegaan. Flop at altijd de restjes van tafel en hij kwispelde als je naar hem lachte.

‘Waar is je papa?’ dat vroeg Greetje, die geen papa had. ‘Komt hij niet met ons spelen?’

Normaal deed papa dat altijd: hij gooide ons in het zwembad in de tuin of hij joeg achter ons terwijl we gillend probeerden te ontsnappen.

‘Nee,’ zei ik. ‘Papa is even weg.’

‘Mijn papa is ook weg,’ zei Greetje ernstig. ‘Heel lang geleden, toen ik nog klein was. Mama zei dat hij wel terug zou komen, maar dat deed hij niet. Nu is het mama en ik.’

Ik werd boos. Op Greetje. Op mama. Op Zus. Niemand wilde me vertellen waarom papa niet op mijn verjaardag was en nu zei ook Greetje dat hij weg was.

*

Het was nog vroeg toen Zus opstond: we deelden een kamer. Ik zette mijn blote voeten op de vloer en sloop achter haar aan. Ze had haar haren los en stond in de badkamer. Het elastiekje lag op de grond en ik dacht erover om het stiekem weg te gooien, als ze even niet keek. Samen met dat, zou ik Anna weggooien.

Ik tuurde tussen de deuropening door en zag hoe Zus, bleek en mager in het flauwe badkamerlicht, haar witte nachtjapon langzaam over haar hoofd trok. Zus had een witte huid met zachte, gouden sproetjes. Haar vel glansde.

Ze trok haar kleren aan en ik sloop achteruit, maar ze was snel.

‘Ella,’ zei ze.

Ik zweeg.

‘Ella, je moet slapen. Wat doe je hier?’

‘Ga je naar Anna?’

Haar lippen kleurden een beetje wit, als sneeuw, als het gezicht van de onbekende Anna. ‘Ja.’

‘Mag ik mee?’

‘Naar Anna?’ Het was een stomme vraag, dus dat zei ik.

Even zag ik twijfel in Zus’ ogen. Ze slikte iets door. Toen schudde ze haar schouders en knikte. ‘Naar Anna,’ zei ze. ‘Goed.’

*

Zus kocht een croissant. Ik at hem op terwijl de weg aan ons voorbij gleed. Ik morste kruimels op de stoel van haar auto. Mama zou boos zijn geworden en me hebben aangemaand een tissue op mijn broek te leggen. Zus zei niets.

We reden lang – of misschien leek dat enkel zo – en ik zei niets. Ik dacht aan het elastiekje dat nog steeds op de badkamervloer lag en vroeg me af of Anna het niet terug wilde. Ik dacht aan hoe ik het in het toilet gooide en het zou doorspoelen. Als Anna boos zou worden, weg zou gaan, kon papa terugkomen.

‘Ben je boos op me?’ vroeg Zus. ‘Hoe kun je nou boos op me zijn als je niet eens weet wie Anna is?’

Ik wilde haar zeggen dat ik niet boos was, maar mijn oog viel op een doosje aan mijn voeten. Het was een plastieken potje, gevuld met roze elastiekjes. ‘Is dat ook van Anna?’ vroeg ik zacht.

Zus had blijkbaar geen bewijs nodig, want ze zei: ‘Het is van haar, ja. Ik moet het nog aan haar teruggeven.’

*

We stopten bij een grijs flatgebouw. Ik vroeg Zus of ik mocht aanbellen, want dat deed ik graag, en ze tilde me op zodat ik aan de knop kon.

We wachtten.

De deur zoemde en we liepen naar binnen. In de lift rook het een beetje naar opa en oma en eenzaamheid. Het geurde wel een beetje naar hoe ik me voelde, of mama. Want sinds papa weg was, zei ze niet veel meer.

De deur stond open en we liepen naar binnen. Ik trok mijn schoenen uit toen Zus dat ook deed. De vloer was overdekt met zacht tapijt dat kriebelde tussen mijn tenen. Anna stond op ons te wachten in de woonkamer.

Zus en Anna gaven elkaar een knuffel en Anna glimlachte naar me. ‘Jij moet Ella zijn. Je zus heeft heel veel over je verteld.’

Ik zei niets.

Anna was jong en mooi. Ze had lange, rode haren en heel veel sproetjes – veel meer dan Zus er had. Ook zij had een ringetje in haar neus. ‘Waar is papa?’ vroeg ik toen maar, want ik wist niet of ik Anna leuk moest vinden of niet.

Zus fronste. ‘Papa is hier niet, Ella.’

‘Waar is papa dan?’ Misschien werd ik wel wanhopig, of zo, want plots voelde ik mijn wangen rood worden. Nog steeds hadden we papa niet gevonden, terwijl ik dacht dat papa en Anna misschien wel samen hadden gewoond. Waarom zou Zus wel naar Anna gaan en niet naar papa?

‘Ella,’ zei Zus zachtjes. Ze legde een hand op mijn hoofd. ‘Kom even zitten.’

Anna zette warme chocolademelk. Het was warm buiten, maar toch dronk ik ervan. Zoals altijd veegde Zus de snor van mijn mond. Nu pas viel me op dat Anna zelf een aantal roze elastiekjes in haar haren had. Ik vond blauw nog altijd mooier.

‘Ella,’ zei Zus opnieuw. ‘We moeten je iets vertellen, al zou mama dat eigenlijk moeten doen…’ Stilte. ‘Papa is weg.’

‘Weg.’ Ik zei het, zacht, maar vanbinnen schreeuwde ik.

‘Ja, weg. Hij komt niet meer terug, Ella.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat papa weg moest… wilde… omdat…’ Zus draaide haar hoofd. Anna pakte haar hand. ‘Omdat papa ons niet meer nodig heeft.’

*

Anna kende papa niet en papa kende Anna niet. Anna was gewoon in Zus’ leven gekomen en had mijn taak overgenomen. Ze vlocht Zus’ haren en bond er roze elastiekjes rond. Ze wist niet waarom papa weg was gegaan, net zoals niemand anders het begreep.

‘We zijn gedeeld door twee,’ zei ik op een nacht. Zus lag in het bed onder me. Haar ademhaling was snel, dus ik wist dat ze niet sliep. ‘Ik kreeg maar half zoveel cadeaus op mijn verjaardag en er kwamen maar half zoveel mensen.’

‘Het spijt me.’

‘Vind je het leuk dat Anna je haren vlecht?’

Ik hoorde dat ze glimlachte. ‘Ja.’

Ik zag hoe ze pakte wat ik net had laten vallen. Het was het roze elastiekje. ‘Lieve Ella,’ zei ze. ‘Ons gezin is misschien door tweeën gedeeld, maar jij en ik blijven altijd samen.’

‘Met Anna.’ Anna vlocht mijn haren nu ook, dat vond ik fijn.

5 reacties

Ellen

woensdag, 17:17

Wat mooi en aangrijpend geschreven! Echt knap!

Verelst Ann

zondag, 22:54

….zo emotioneel geschreven…dikke pluim!

Femke

zondag, 20:16

Jezus wat geweldig geschreven

Erik De Vadder

zaterdag, 13:33

Zo trots dat ik je papa ben! 😍🥰

Joëlle Engelen

zaterdag, 13:12

Dit is de publieksprijs waard !!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch