Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Geen maat

Door Marianne Clason

‘Meteen weer terug.’
Mama klinkt streng.
‘Laat ik het niet merken dat je weer eens stond te dromen! Je haalt 250 gram meel en komt heel snel weer naar huis! En geen grammetje extra, oude Piet weet precies welke personen hij meer kan aansmeren, niet laten gebeuren. Goed opletten bij het wegen!’

Ik knik. Mama staat dan wel met haar rug naar me toe, maar soms lijkt het alsof ze me dan toch kan zien.

Ik trek de kamerdeur achter me dicht en spring de eerste traptrede af. En dan twee tegelijk. Achter de glazen deur, beneden naast de trap en de voordeur, klinkt geroezemoes. Het café zit al vol. Ik kijk even om de hoek, lach naar papa die glazen spoelt en ga dan naar buiten.

Het is koud. Ik steek mijn handen in mijn zakken zodat ik de muntstukken tussen mijn vingers kan laten glijden en steek de straat over naar de winkel van oude Piet. Niet dromen, zei mama. Maar dromen is het verkeerde woord. Ik ben immers al 11 jaar en dan droom je niet meer, dan zie je belangrijke dingen.

De deur van de kruidenierswinkel klemt, ik moet heel mijn lijf ertegenaan duwen tot de deur eindelijk opent. Ik ben niet meteen aan de beurt, daarom tel ik de tegels langs het raam. 28 zijn het er. En naar het plafond? Ik hang naar achteren om te kunnen tellen, boven in de hoek heeft een spin haar web opgehangen. In de lamp draait een vliegend beest almaar rondjes. Gevangen in het licht.

‘Julia!’ Oude Piet buigt zich over de toonbank. Zijn wangen zijn rood en hij hijgt een beetje. Papa zegt dat hij geen maat kan houden in het café. Misschien dat hij daarom ook zo zweet. Veel mannen kunnen de maat niet houden, denk ik. En dat terwijl de liedjes die papa draait nooit zo moeilijk zijn om op te dansen. Die mannen zonder maat hebben allemaal dezelfde kleur als Piet.

Piet lacht en knijpt met zijn vingers in mijn wang. Waarom doen mensen dat toch zo graag. Het gebeurt veel te vaak. ‘Omdat je op een hamster lijkt, je wangen dan…’, zei Sam tegen me. Ik zou wel een hamster willen. Of nee, een hondje. Alles liever dan zo’n achterlijke broer.

‘Komt er nog wat van?’ Piet lacht nu naar de mensen achter me. ‘Het is bijna sluitingstijd!’
‘250 gram meel, en geen grammetje extra’, zeg ik. Mama kan trots op me zijn.

Piet pakt een papieren zak en praat ondertussen met de vrouw achter mij. Daardoor kan ik goed opletten. Ik kijk ingespannen naar de weegschaal: 100 gram, 125, 162, 201, 233, 260. Hij stopt en vouwt de zak dicht.

‘Zo! Prima afgewogen!’ Piet kijkt trots. Heel onterecht. ‘Dat is 10 gram meer dan ik wil’, zeg ik. Hij zet de zak op de toonbank. ‘Er wachten andere mensen Julia, die paar gram maakt niets uit.’ Hij glimlacht nogmaals naar de mensen achter mij. ‘Kinderen en boodschappen.’ De mensen knikken en lachen terug.

Ik ben misselijk. Zal ik nog iets zeggen? Over niet de maat kunnen houden en dat hij ervoor zorgt dat ik in problemen raak? Maar Piet houdt zijn hand op voor het geld. Ik betaal hem, net genoeg heb ik.

Buiten maak ik de zak open. Zal mama het nawegen? Ik denk het wel… Ik pak wat van het witte goedje en laat het door de wind uit mijn vingers waaien.

‘Die Piet’, zegt mama even later, ‘precies 250 gram. En je had geen centen terug? Dan is hij wel in prijs gestegen…’

Ze aait me over mijn hoofd en ik druk mijn neus tegen het koude glas van het raam. Beneden op straat loopt oude Piet. Hij treuzelt bij de deur van het café, ziet me en zwaait naar me. Ik zwaai niet terug. In gedachten knijp ik in zijn dikke wang. Heel hard.

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen