Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Geesten uit het verleden

Door Kimberly Wolvers

Misschien ontbreekt het me aan empathie, maar ik voelde altijd weinig wanneer we nabestaanden slecht nieuws brachten. Stel je niet zo aan, dacht ik meer dan eens. Dat was een stukje van mij dat ik wegstopte voor iedereen. Maar echt: Een gemis kan toch niet zo erg zijn dat je eraan kapot gaat? Dat dacht ik tenminste. Nadruk op dacht. Ik weet wel beter nu…

Ik wil hier weg! Mijn gedachten schreeuwen het uit, terwijl ik in mijn zak zoek naar de autosleutels. ‘Kom op nou,’ verzucht ik boos tegen mezelf. Eindelijk heb ik ze en druk de auto open. Door het trillen van mijn handen, gaat hij ook meteen weer dicht. ‘Kloteding.’ Na de derde poging lukt het. Het trillen wordt alsmaar erger. Ik laat me achter het stuur zakken en verberg mijn gezicht in mijn handen.
‘Verdomme Mike,’ fluister ik tussen het snikken door. Mijn ogen vallen dicht, maar ik open ze direct weer. Dit is niet het beeld van hem dat ik voor eeuwig op mijn netvlies wil hebben. Tussen mijn vingers door kijk ik naar het stuur. Ik moet mezelf herpakken dat moet gewoon, maar hoe? Vaag wordt me bewust van een geluid, voor ik weet wat het is hoor ik een stem.
‘Inspecteur Kacey?’ Simmons klopt nog een keer op het raam. Ik leun naar de deur om haar binnen te laten en zie dat mijn handen helemaal nat zijn en veeg ze af aan de stoel. Simmons doet de autodeur verder open en gaat naast me zitten. Legt haar hand zachtjes op mijn knie en vraagt: ‘Gaat het wel?’
‘Ja hoor.’ Ik richt mezelf op en vang haar blik via de achteruitkijkspiegel die verkeerd staat, ze kijkt bezorgd. Ik zie ook mijn eigen gezicht dat boekdelen moet spreken, zelfs als je me niet kent en dat doet ze wel. -Al heb ik het liever niet, acht jaar van nauwe samenwerking hebben er voor gezorgd dat ik een open boek voor haar ben.- Het is helemaal nat zoals mijn handen dat ware. Ook nog eens vuurrood rond mijn ogen, de rest is lijkwit. Het gaat allesbehalve oké. Ik zou daar zo kunnen liggen in Mike’s plaats.
‘Wil je erover praten?’
Ik zeg niks, te bang dat mijn gevoel werkelijkheid is en er geen woord uit mijn mond komt als ik het probeer. Plotseling besef ik wat het meeste steekt. Weer heb ik mijn geluk verdrongen voor werk en nu is de kans verloren om het te veranderen. Met deze gedachte vers in mijn hoofd voel ik de lust voor mijn werk verdwijnen.
Terwijl Simmons probeert een reactie van me te krijgen, voel ik mijn lichaam leeglopen. Het is vreemd, maar van een andere kant ook bevredigend. Ondanks wat er door mijn lichaam en gedachten raast, zie ik weer voor me wat er zonet is gebeurd.
De dag was nog wel zo goed begonnen.

“ ‘Zal ik vooropgaan?’ vraagt Hobbs. Voor hij aanloopt zie ik dat hij vlug zijn gewicht verzet op zijn andere been en een beetje op en neer blijft wiebelen.
‘Doe maar.’
We lopen het huis in, de trap op naar de eerste verdieping. Ik pak nog vlug mijn telefoon om te controleren of Mike iets heeft laten weten. Niks. Onder in mijn buik begint zich een raar gevoel te nestelen. Ik druk het weg en volg Hobbs en Simmons de kamer in waar de PD zich bevindt.
Na een vlugge blik door de kamer richt ik me op de overledene op de grond, de lijkschouwer draait hem net om. De kamer wordt stil en ijskoud.
‘Mike.’ Ontsnapt er als niet meer dan een zucht. Vol verwarring wend ik me van het lichaam af. De anderen produceren ook een zacht geluid. Uit alle macht probeer ik mijn tranen binnen te houden, maar ze blijven ontsnappen. Ik wil niet dat ze de waarheid ontdekken en bijt hard op mijn tong, in de hoop dat ik daarmee de tranen kan bedwingen. De ene pijn vervangen door een andere, een pijn die ik ken en onder controle heb. Als het begint te werken en ik weer kan denken. Vraag ik me af of het persoonlijke probleem, wel echt persoonlijk was. Of was het een zaak die hem nooit heeft losgelaten? Soms heb je dat gewoon en Mike was er heel gevoelig voor. Veel minder hard dan ik.
‘Kacey, alles in orde?’ Vaag dringt de vraag tot me door. Langzaam draai ik me om, om de rest in de kamer mijn schouders te bieden. Simmons en Hobbs houden me beide met betraande ogen in de gaten. In hun ogen zie ik het verdriet, maar ook het besef. Ze meer weten over wat er speelde tussen Mike en mij. Het zijn tenslotte rechercheurs, mijn rechercheurs. Ik werk namelijk alleen met de beste.
‘Ik weet het niet.’ De vraag en de tranen op hun gezichten zorgen ervoor dat ik weer moeite moet doen om die van mij binnen te houden. Voor de tweede keer probeer ik de nieuw pijn te verdringen met iets bekends. Mijn handen ballen zich hard tot vuisten, mijn nagels begraven zich in mijn handpalmen. Het kan me niet schelen of het gaat bloeden. Zolang de nieuwe pijn maar weg is. Ik mag deze zaak niet verliezen door mijn sterke gevoelens.
‘Weet je wat hij hier aan het doen was?’ Hobbs vraagt het zacht, toch trekt hij me terug uit mijn gedachten.
‘Het is niet echt een fijne, veilige buurt.’ Merkt Simmons met een toonloze stem op.
‘Alsof ik dat niet weet,’ roep ik en geef daarna mezelf op mijn kop. Nee, Kacey. Je moet dit nu niet op hun gaan afreageren. Ze doen gewoon hun werk.
Ik haal diep adem voor ik antwoord: ‘Nee, ik heb geen idee. Hij heeft twee weken vakantie opgenomen voor iets persoonlijks. Maar ik vraag me nu af of het dat wel was.’
‘Heeft hij je er niks over verteld?’ Hobbs staat weer op zijn benen te wiebelen en vermijd direct oogcontact. Hij vindt het niks dat hij me deze vragen moet stellen. Ze weten namelijk officieel niks. Mike en ik probeerde het omwille van werk te verdringen. Een relatie is niet verboden, maar het maakt alles wel veel ingewikkelder dan het zou moeten zijn.
‘Nee, hij heeft niks verteld. Misschien kan ik bij hem thuis iets vinden.’
‘Kacey, ik denk niet dat het zo slim is als je dat doet,’ zegt Simmons hard. Toch zie ik aan haar houding dat het moeite kost om het te zeggen. Ze kent dit en weet wat er in zo’n geval moet gebeuren. Ze wil alleen ook niet mijn gezag ondermijnen.
‘Je hebt gelijk. Hier.’ Een zucht ontsnapt me als ik haar een sleutel geef. Niks geks hier, ik heb een sleutel van iedereen voor het geval dat. ‘Gaan jullie maar. Neem wel een paar leden van de technische recherche mee.’
Alle kracht trekt uit me weg. Het enige wat ik wil doen is naar huis, me verstoppen. Alles loslaten en hopen dat een goede huilbui ervoor zorgt dat ik er weer bovenop ben. Al zal ik mijn trots aan de kant moeten zetten om Eckely’s kantoor binnen te lopen en zelf op te stappen van de zaak voordat hij het doet.
‘Kacey?’
‘Ja.’
‘Niemand neemt het je kwalijk, als je het niet aankunt,’ zegt Simmons met een aarzeling. Als ik weer omhoog kijk zie ik dat Hobbs knikt. Voor ik antwoord geef kijk ik de kamer nog een keer rond. Zie Mike weer liggen in die enorme plas bloed.
Nu ik het voor de tweede keer zie, knapt er iets. De muur die er altijd was om me te beschermen is weg. Hoe ik ook probeer om me goed te houden, het lukt niet. Ik kijk Hobbes en Simmons nog even aan en maak dan dat ik weg kom, voordat ik geen adem meer krijg. Het kan me niks schelen wat ze ervan denken of wat ik verlies. Ik moet hier weg, zo vlug mogelijk.
Terwijl ik het huis uit ren besef ik iets: mijn trots, mijn geliefde. Dat is wat ik verlies door het huis uit te stormen.”

Hoe kom ik dit ooit te boven?

3 reacties

Yvonne Schoolderman

zaterdag, 20:16

Heb m geliked. Zie dan tijdens het liken 3 likes, maar op de pagina staat maar 1 like. Heb al eerder gemeld bij Editio dat het liken niet (altijd) goed werkt. Jammer!

Yvonne Schoolderman

zaterdag, 00:33

Mooi!

Annette Rijsdam

zondag, 15:01

Het lukt niet te om te liken…
Maar top dat je meedoet!

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch