Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Geluk bij een ongeluk

Door Trees Middelkoop

De zwoele berglucht doet haar goed. Marit zit op een bankje met voor haar een wijds uitzicht op de gigantische bergen aan de voet een reusachtig meer. Ze kijkt, maar ziet niet veel. In haar hoofd maken haar hersenen overuren. Ze moet al die taaie stof in haar hoofd krijgen. Drie tentamens wachten op haar als ze weer thuis is en ze moet deze halen, vandaar haar bezoek aan deze bergen. Haar vader is onlangs overleden dat maakt dat thuis geen ruimte is voor studie.

Marit studeert geneeskunde en is al vijfde jaars. Ze loopt co-schappen en probeert te studeren in haar spaarzame vrije uurtjes voor de laatste tentamens. Marit met haar lange donkerblonde haren, blauwe ogen en een vaak lachende mond, heeft gekozen om in een afgelegen oord de laatste hoofdstukken te bestuderen.

Het hotel waar ze verblijft ligt hoog tegen de berg, daardoor is het uitzicht fenomenaal. Ze is erg tevreden over de keus die ze heeft gemaakt.

Marit loopt van het bankje naar binnen om een pauze te nemen en voelt dat haar maag knort.

Ze gaat naar de serre van het hotel om thee te drinken met koekjes en als ze binnenstapt ziet ze veel mensen, het is een bruiloft ziet ze, een druk feestje is aan de gang.

Daar zit Marit niet op te wachten dus neemt ze de thee met koekjes mee naar buiten.

Zittend op een rieten stoel geniet ze van het drinken haar maag knort al wat minder door de kleine lekkernijen. De stof die ze bestudeerd heeft dwarrelt nog door haar hoofd, ze houdt van van deze ingewikkelde bloedzaken.

“ Pardon, is deze stoel vrij? “

“ Oh, natuurlijk, ga uw gang. “ Inwendig verstoord maar dat laat ze niet merken.

“ Alleen op vakantie? “ vraagt de man nieuwsgierig.

“ Ja alleen en nee dit is geen vakantie. Ik probeer in alle rust te studeren ik heb nu even pauze dan ga ik weer verder met de studie.”

Terwijl ze praat staat Marit op en groet de man kort, zonder op de reactie te wachten vlucht ze naar haar kamer.

Wat een opdringerig figuur zeg, ze pakt haar boeken en loopt via de achterkant van het gebouw naar de weide waar het mooiste uitzicht is op de bergen.

De concentratie die zo broodnodig is bij studeren ontbreekt volledig, het verdriet dringt zich aan haar op, terwijl ze dacht genoeg te hebben gehuild.

Haar vader is enige tijd geleden overleden, zomaar plotseling zonder enige aankondiging of waarschuwing. Zomaar dood, dat kan toch niet heeft ze even gedacht, maar het kan. Haar dode vader is daarvan het bewijs.

Marit schudt haar hoofd alsof ze de verdrietige gedachten uit haar hoofd wil schudden. Het helpt, waarschijnlijk voor even. Het hoofdstuk over de bloedcellen komt vandaag niet in haar hoofd. Dus besluit Marit een wandeling te maken, gisteren had ze een beekje ontdekt en daar gaat ze langs lopen.

Het is een prachtige wandeling en moedig als ze is klimt ze langzaam naar boven terwijl de beek naar beneden stroomt. Het voelt bevrijdend zo bezig te zijn, dan steekt ze het beekje over en glijdt uit over een gladde steen. Daar ligt ze dan en een pijnscheut schiet door haar linkerbeen. Het is haar kuit en ze kan wel huilen van de pijn. Het water is koud en ze weet niet hoe nu verder. Voorzichtig probeert ze uit het water te kruipen want lopen lijkt onmogelijk. Het kruipen is ook een weinig succesvol ze glijdt steeds uit over de super gladde stenen. Na een kwartier, tenminste dat schat ze zelf is Marit geen stap verder gekomen.

Ze is koud, ze heeft pijn en al haar verdriet komt boven. Ze huilt, ze huilt als nooit tevoren.

De kou trekt inmiddels in haar benen en armen, ze is geheel doorweekt.

“Hier moet ik toch uit kunnen komen, kom op Marit je kunt het” ze spreekt zichzelf toe, het moet lukken!

“ Ik heb hulp nodig bedenkt ze, moet ik nu roepen? Natuurlijk anders lig ik hier morgen nog.”

“ Help, help “ ze roept maar er gebeurt niets.

Voorzichtig probeert ze weer te kruipen en met een andere techniek, achteruit kruipen, bereikt ze uiteindelijk de kant. De pijnscheuten in haar kuit zijn bijna niet te houden en weer barst ze in tranen uit.

Inmiddels begint het te schemeren en Marit zit rillend op de grond naast het stromende water. Ze dreigt in paniek te raken en roept en roept zonder resultaat. De avonden en de nachten zijn in dit jaargetijde, de herfst al aardig koud en ze realiseert zich dat dat niet zo gezond voor haar zal zijn. Ze heeft het al zo koud.

En weer roept en roept ze, zich steeds ellendiger voelend.

Zo verstrijken er uren en het is inmiddels pikkedonker als ze wat hoort.

“ Hallo, hallo, Marit waar ben je? Geef antwoord Marit waar ben je?”

Een zware mannenstem komt dichterbij en ze ziet lichtbundels van zaklantaarns dichterbij koemen. Een paar mannen van het reddingsteam komen te voorschijn uit het duister.

“ Ja ja ik ben hier, ik ben hier, ik heb het zo koud, zo koud.`’ haar schreeuwen verandert in fluisteren, haar tranen lijken te bevriezen op haar wangen zo koud is ze.

“ Kijk hier is ze, we hebben haar gevonden, Marit wat heb je? Heb je pijn?”

Dekens komen uit rugzakken en drinken, warme thee uit thermoskannen.

Een brancard wordt in elkaar geschoven en Marit leggen ze erop, de warme dekens doen haar goed hoewel ze nog ligt te rillen. De reddingsstoet met haar op de brancard loopt in rap tempo terug naar het hotel.

Daar worden ze opgewacht door de hotelier, personeel en alle gasten waaronder die meneer van vanmiddag.

Hij was degene die haar miste tijdens het diner en alarm sloeg toen ze niet aan tafel kwam. Hij had gezien dat ze was gaan lopen en niemand had haar terug zien komen.

Ze brengen haar naar bed en bellen de dokter die snel naar haar komt kijken.

Langzaam wordt ze warmer en de arts constateert dat haar kuitbeen waarschijnlijk gebroken is, ze moet naar het ziekenhuis.

Het gips dat ze op de spoedeisende hulp hebben aangebracht is knalblauw dus ze is een opvallende verschijning in haar rolstoel.

Ze krijgt alle hulp van de mensen van het hotel en voelt zich verwend. Aan de kou heeft ze niets overgehouden en na drie dagen warm worden komt Marit weer tevoorschijn uit haar kamer. Ze heeft overwogen naar huis terug te gaan maar in overleg met de hotelier besloten haar tijd hier vol te maken. Ze heeft nog twee weken. De meneer die alarm geslagen had heeft ze gesproken.. Hij heet Adam Tekkelen en is dertig jaar en van beroep musicus. Hij speelt klarinet in een Sextet van blaasinstrumenten. Om even bij te tanken had hij dit hotel geboekt. Marit bedankt hem voor zijn opmerkzaamheid en weet verder niet veel raad met deze man. Hij is zo onhandig lijkt het.

De volgende dagen zit ze veel buiten en als er niemand is om haar te rijden staat Adam voor haar klaar. Het is wel gemakkelijk maar ze voelt zich wat bezwaard hierbij.

Enige dagen later zit Adam bij haar aan tafel bij het diner. Hij verontschuldigd zich maar er is op dit moment geen andere plek vrij. Het hotel zit vol met de leden van een zangkoor.

“ Laten ze dan ook maar gaan zingen “ stelt hij voor. Marit lacht.

Zo komen ze langzaam aan de praat. Adam vertelt dat hij erg alleen is en Marit vertelt van haar vader en de studie die niet wil lukken.

De volgende dagen zoeken ze elkaar vaker op, eten gezamenlijk en praten veel. Het gaat vanzelf de vertrouwelijkheid groeit naar mate de tijd vordert.

Na een week mag Marit met krukken gaan lopen dat lukt alleen op het asfalt, dus de weide kan ze uit haar hoofd zetten.

Ze zit op het terras van het hotel. Adam sluit zich bij haar aan en besteld thee voor beide.

“ Over drie dagen zit mijn vakantie erop, Marit en Ik moet zeggen dat ik daar tegenop zie. Het afscheid nemen bedoel ik. Ik ben erg aan je gehecht geraakt, ik kan wel zeggen dat ik verliefd geworden ben. Ho ho laat me even uitpraten. Ik wil je bedanken voor alle gesprekken, ze hebben mij erg geholpen. ik was een beetje de weg kwijt geloof ik maar ik heb deze weer gevonden denk ik en dat dankzij jou. Je hebt me veel vertelt van jezelf vooral van je verdriet dat zo groot is. Dank je wel voor het vertrouwen. ” Tranen lopen over zijn wangen en Marit huilt solidair mee.

Ze staat op en ze omarmen elkaar. Beide met hun eigen geschiedenis maar ze kunnen het delen.

“ Ik ben ook verliefd Adam dank je wel, je bent gewoon lief.”

Zo zitten ze nog een hele tijd, het begin van hun gezamenlijke toekomst.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch