Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Gerda

Door Floris Mertens

Mijn vrouw.

Hoe lang ik haar nu ken?

Goh.

Guido,

HET VERLEDEN

DEEL I

ik zag haar voor het eerst in het tweede middelbaar, in het jaar 1996, als ik mij niet vergis, in de maand oktober.

Ik zag haar in een flits, tijdens een balspel onder de middagpauze.

Ik zat toen nog in de Latijnse, zij in Moderne Talen.

Later bleek dat Gerda een kei was in wiskunde én in fysica waardoor onze wegen herroepelijk zouden scheiden.

Ik?

Ik was eerder een kiezelsteentje dat van alles een beetje kon maar slechts in één iets uitblonk en dat was geen vak op school: mensen om de vinger winden.

Manipuleren.

Ik had charisma, jongen.

Tot en met mijn vijfentwintigste levensjaar was ik behoorlijk aandoenlijk, besef ik nu.

In dat bewuste schooljaar bleek dat ik zou moeten zakken, weg uit de Latijnse.

Neen, ik zou geen dierenarts worden…

De prachtige Griekse sagen die in het verschiet lagen,

in de vijfdes en de zesdes, hadden nochtans mijn leven kunnen veranderen.

Mijn thuissituatie boorde ze door mijn neus.

Anders had ik misschien schrijver kunnen worden in plaats van administratief bediende.

Want, wist je Guido, dat een kind, dat blootgesteld wordt aan hevige stress situaties, zoals ouders die elkaar net niet de kop in slaan, zijn IQ daalt?

Als psychiater zul je dat wel weten.

Per toeval kwam ik tijdens dat balspel, onder de middag, heel dicht in de buurt van de goddelijke Gerda.

Zij ving de bal op en ons team moest de bal zien te veroveren, dus, keek ik even diep in haar ogen en niet naar de bal.

Dat was om te anticiperen op de richting waar ze de bal naartoe zou werpen.

Dat had ik dus beter niet gedaan hé, Guido.

Want.

Ik keek recht in haar ziel, Guido, en raakte bevangen.

Werd uit het balspel weggesleurd.

Haar feromonen kronkelden zich mijn lichaam binnen, fladderden recht naar mijn hypofyse die dadelijk een massa hormonen begon te produceren.

Overproductie, dodelijk Guido!

Vreemd genoeg trof ik in haar ziel niets anders dan pure zuiverheid.

Ongezien.

Onaangetast.

Geen smet.

Geen vrees.

Geen zwart.

Geen smart.

Nul duister.

Niet te verwarren met naïviteit, Guido.

Die ene kleine hunker in haar hemelse organisme, deels waardoor ik hier nu lig, zag ik op dat moment over het hoofd.

Liefde maakt blind Guido.

Doorheen die twee zwarte gaten, omgeven door haar irissen, bespeurde ik enkel open vlaktes vol van lang savannegras, wonderwind en grote soepele katachtigen die mijn vingers likten.

Het leek wel of heel Afrika erin vervat zat, in die grijsgroene ogen van haar, maar alle continentellende was verdwenen.

Meteen wist ik: die vrouw moet ik hebben.

Die vrouw, wordt mijn zonsondergang.

Ik knipperde met mijn ogen en stond terug op het grasveld van het Sint-Vincentius Instituut.

Voor mij een rij populieren die de drassige grond van het grasplein droog hielden, rechts van mij de sporthal waar vocht ook hoogtij vierde, links van mij een rij blauwe schijncypressen en achter mij, de enorme fietsenstalling.

Enkele dagen nadat ik voor het eerst verdronk in Gerdas ogen, voltrok zich de witte Mars.

Door de straten struinen van Gijzegem.

Op 20 oktober werd er een nieuw woord geboren in de rechtspraak: het spaghettiarrest.

Door toedoen van Stefanie, haar boezemvriendin, liepen we zweethand in zweethand.

Onmogelijk te beschrijven hoe adembenemend ze eruit zag.

Maagdelijk wit gewaad op een huid waar geen schilfer er ook maar over peinsde zich door het herfstbriesje te laten meevoeren.

Intussen weet ik dat Gerda dat butterfly effect op nagenoeg alle mannen heeft, eigenaar zijnde van die speciale feromonen.

Ze heeft dus al menig man naar Afrika gekatapulteerd.

Wanneer iemand aan haar bezweet T-shirt ruikt, zal haast niemand zeggen dat het “stinkt”.

Enkel een instante knielbeweging was op zijn plaats, maar ik was veertien en ik had zo goed als niets onder controle.

Gerda joeg, ongewild, een orkaan door mijn puberhoofd.

Dutroux en mijn slechte schoolrapport waren van de baan.

Ze had de perfecte afmetingen.

Oogde zo fris!

Een tot de verbeelding sprekende kledingstijl.

Ze versierde haar lichaam ook uitvoerig met allerlei prullen.

Ze viel op.

Sprong in het oog.

Ze was enorm rijk.

Aan kleuren.

Diadeems, armbandjes, beenverwarmers, haarspeldjes, wereldwinkelhand- en heuptasjes, oor- en neusringetjes,…

Ik wist niet waar eerst kijken.

Met veel plezier en haast ongewild verdwaalde ik seconden lang in haar koperen krullen.

Met dit DNA wou ik het mijne vermengen, dat was vanaf nu nog mijn enige doel.

Ik wist dat de concurrentie groot zou zijn maar ik was volledig klaar me te smijten.

Nee, deze vrouw zou ik niet meer laten glippen.

Ik, de slungel met te lange ledematen, mijn facade, geteisterd door jeugdbrand.

Daarom liet ik zoveel mogelijk van mijn lange lokken mijn gezicht bedekken.

Generation X style.

Ik had een beugel nodig volgens de tandarts maar daar was ons moeder faliekant tegen.

Diep vanbinnen vreesde ik dus gewoon geen kans te maken met een aanzoek.

Zo zuiver zij was, zo vuig was ik.

Op ‘t straat dacht ik mijn ware ik te vinden.

Ik had foute vrienden, poogde stoer en anarchistisch te zijn en te doen.

Ik had haar tot aan mijn kin en was verslaafd aan slots machines, leeftijdsgenoten en lange sigaretten roken.

Een skater dus.

Rebelleren was mijn doorprikbaar handelsmerk.

Ik had zelfs een periode rode veters in mijn combat shoes gesjord en patches van The Exploited op mijn jeans jasje gespeld.

Ook ik moest mijn genen etaleren.

Op de my way manier.

Ik prikte zelfs ooit een veiligheidsspeld door mijn linkeroor.

Doch, de belangrijkste levensles werd er mij, in mijn jonge leven al op een presenteerblaadje aangeboden:

de aanhouder wint.

Gerda haar gedaante achtervolgde me tot in het klaslokaal, hops, mee op de bus, de trein, de fiets. Zweverig baande ik me een weg huiswaarts.

De Gerdagedaante had maar één spleetje nodig.

De Gerdagedaante schaduwde me.

Ze keek geamuseerde toe hoe ik mijn avondeten niet naar binnen werken kon.

Van slapen zou die dag ook al niets in huis komen.

Ik biechte zelfs aan mijn vier jaar oudere zus het hele gebeuren op.

Het hele hectische verhaal van dat meisje dat de kop op mijn wereld zette.

Zus, ik heb een zielsgenoot!

Zus, ik heb een pot gevonden waar mijn deksel op past!

Niet dat ik ooit op de kaart gestaan had, toch was ik er vanaf geveegd.

Verdrinken was de enige optie.

Ik deed het met plezier.

Gewillig.

Gerda haar sprankelende verschijning vulde mijn longen en verspreidde zich tot in de topjes van al mijn uiteinden.

Ik was nog nooit van iets zo zeker geweest als dat Gerda mijn vrouw moest worden.

Hoe zou ik dat aanpakken?

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch