Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Geval

Door Amarylis De Gryse

De man viel uit de lucht op het voetpad, net voor mijn winterschoenen. Ik zou je niet kunnen zeggen wat ik eerder deed, die dag, of erna. Maar vraag je me hoe de man toen landde, ik vertel het je in detail. Hij leek van hoog te vallen en eerst raakten zijn voeten de grond. Daarna zijn benen en zijn romp. Zijn armen rolden zich uit als twee dikke touwen en dan pas sloeg zijn hoofd tegen het beton voor mijn schoenen. Ze waren nieuw. Het was nog geen winter maar ik draag mijn aankopen graag meteen.

De man keek me aan, niet vragend of verbaasd, eerder vaststellend. Dus ik keek terug. Een rood stroompje ontsprong uit zijn neus en vormde een snel groter wordende plas rond zijn hoofd. Even leek ik de grip op mij boodschappentas te verliezen, maar ik besloot me te vermannen. Ik hield de tas zo hard vast dat mijn vingers er wit van werden. Net als hem leek ik me sinds zijn val ook niet te kunnen bewegen. Hij was lang, ik schatte hem een meter zevenentachtig. Hij was slank en droeg een lichtblauw geruit hemd met korte mouwen. Misschien was hij ergens begin de dertig. Hans, dat zou een goeie naam zijn voor hem. Ik moest lachen. Ja, hij was ontegensprekelijk het schoolvoorbeeld van hoe een Hans er uit zag.

Terwijl wij elkaar aankeken sprongen mensen van hun fiets, kwamen ze uit hun café of auto of kantoor. De eerste die ons bereikte was een man met een bruine aktetas en een dikke snor. Hij had zich tussen ons in geknield, en zo het oogcontact verbroken. Daarna kwam een vrouw aangelopen. Ze was overstuur, knielde aan de andere kant van Hans en nam een van zijn touw- armen vast. Niet veel later verdween hij volledig uit het zicht. Mensen cirkelden als roofvogels rond het tafereel. Ik bleef staan.

Ik glimlachte nog steeds toen de dikke man met de snor naar de toesnellende ambulance zwaaide. Een ook wanneer Hans bedekt werd met een wit doek. De politie kwam, ik glimlachte, de mensen dropen af. Een ambulancebroeder wandelde naar me toe, legde zijn hand op mijn schouder. ‘Alles goed mevrouw?’ vroeg hij.
‘Mijn boodschappentas is zwaar,’ zei ik. Ik knikte hem toe en wandelde naar huis.

Hans was al gestorven tijdens het vliegen. Een groene Volvo had hem van zijn fiets geschept. Hij was met zo’n snelheid de lucht in geramd dat het leek alsof de auto een op zichzelf rijdende fiets had geraakt. Hans was zo hoog gevlogen, dat alles even stil had gestaan. Dat iedereen zoekend naar de lucht tuurde en de straat afspeurde tot hij tien meter verder neerkwam, net voor mij. Ik had het de volgende dag in de krant gelezen. Ik had bloed in mijn boodschappentas gevonden, op de wortelen en het brikpak volle melk. Ik had het afgespoeld en er puree mee gemaakt. De aardappelen moesten al een tijdje opgebruikt worden. Pas toen ik het artikel in de krant las, huilde ik. De man heette Jeffrey. Hij had Hans moeten heten. Ik snoot mijn neus. Ik moest me vermannen. Ik draaide de pagina om en begon aan het kruiswoordraadsel.

1 reactie

Leonieke

maandag, 09:03

Mooi geschreven weer, Amarylis!
(Ik heb geen fb dus kan niet liken, behalve dan op deze wijze).

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch