Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Grauwels

Door Joachim Doriander

Het is de nachtmerrie van de 21e eeuw, binnen enkele jaren volgt de hel van de 22e. Maar voor Jonathan Grauwels zijn de oorlogen en rampen, massahysterie en maatschappelijk aanvaarde corruptie nu ver weg. Hij nadert de zestig. En hoewel hij ze alle zestig spendeerde onder het verpletterend cynisme van bijna vijftien miljard egoïstische zielen, is pas deze mokerslag er teveel aan.

Hij staat aan de grond genageld.

In een tropisch soort regen.

In een gerecycleerd soort modder.

Met die dwaze grijze regenjas en retro hoed lijkt hij een privé detective weggelopen uit een zwart-wit film. Maar achter het dubbel hek voor hem lopen en rollen geavanceerde kunststof intelligenties mensen in oranje fluo overalls weg te duwen naar hun barakken. Behalve één.

Ze is een jaar of acht. Ze leeft in het kamp. De overalls waren er niet in haar maat. Ze draagt wat ze kon krijgen, een jurk.

Haar armen en kaken en benen en nek vertonen de zwarte sub-dermale Ravenous lijnen.

Ze is daarmee een van de naar schatting 150.000 overlevende bio-wapen slachtoffers uit de laatste droneoorlog en dus een wandelende, economisch onbruikbare, bioreactor. Ze behoort tot de 7 % mensen die resistent bleken. Haar lichaam produceert ongecontroleerd de gemilitariseerde virale partikels die even infectueus zijn als de pokken waaruit ze ontwikkeld zijn.

Ze beseft niet welke waanzin ze is.

Met haar teddybeer wandelt ze voorbij de automatische mobiele machinegeweernesten. De kleine “picker” sniper drones die rond de buitenste omheining patrouilleren lijken blind, net als de Vulcan geschutskoepel op de centrale toren.

Jonathan Grauwels ziet haar hink-stap-springen over de plassen op de oprijlaan van de oude gevangenis. Ze is al voorbij de binnenste perimeter maar de machines reageren niet. Ze kijkt rond met die typische bloeddoorlopen ogen en zwaait lachend naar hem.

Het gebaar doet zijn nekhaar overeind staan. Het pistool in zijn schouderholster weegt zwaarder. Plots voelt hij haast de stad achter zich. Een stad die al vijf dagen kreunt onder het gestamp van tienduizenden die fakkels en spandoeken mee dragen. Tienduizenden van tientallen miljoenen die gebruikt en verpletterd leven onder de vooruitgang. Ze schreeuwen voor hun bestaan, te leven als slechts een mens tussen ontelbare miljoenen. Ze schreeuwen voor de zo weinigen die zo veel hebben, voor de eeuwige dode blik van de machines rond hun, voor de eindeloze medialeugens in de eindeloze steden omringt door eindeloze velden van gemanipuleerd leven die hun moeten voeden; een wereld waarin elke hap, elke slok en elke ademteug geld kost.

Grauwels is niet heilig. Heilig is een woord van voorbije tijden. Hij voelt horror, als hij ziet dat een volwassen vrouw naar het kind toe loopt in blinde paniek zonder neergeschoten te worden.

Even denkt hij zijn pistool te nemen, maar dat is een dwaze gedachte. Hij weet dat een Picker drone in een of andere schuilplek recht naar zijn hoofd mikt.

Hij is niet heilig, nee. Toen hij akkoord ging te werken voor Cantabrian Medical, het bedrijf dat de overheidsopdracht voor de kampen behandeld, wist hij waar hij aan begon. Jonathan Grauwels ging van privé detective naar iets wat een geheim agent kon genoemd worden. Bedrijfspionnage opsporen verdiende meer dan venten met een affaire.

Hij had ontwerpen, formules of plannen verwacht. Een arrestatie, een proces op hoog niveau en misschien zelfs een artikel op de nieuwssites.

Wat hij kreeg was een intendant, een werknemer die inspecties uitvoerde in de kampen. Toen hij de documenten bemachtigde was het maar wat klad gekribbeld. Zo’n oude papieren agenda in zakformaat volgeschreven. Het was verkleurd en verkreukeld door een ontsmettingsprocedure. Het leek nutteloos. Hij dacht een dood spoor te hebben gevonden, tijd verspilt aan een gerucht.

Maar dan begon hij te lezen.

Als de eerste de beste kantoorslaaf wierp hij het op haar bureau, een vlaag van morele superioriteit, voor een oude zak bleek hij nogal naïef:

“Letterlijk jouw vuile agenda open en bloot!”

“Begrijpte het verdomme niet, of hebde een slag van de molen gekregen?”

“Oh ik begrijp het Elisabeth.”

“Wat?”

“Na twee drone-oorlogen zit niemand meer te wachten op meer gezeik met de opvangkampen. De jouwe zitten überhaupt vol met die biowapen slachtoffers… . Mensenlief, politiek stinkt dat erger dan die sigaar.”

“T’is 50 dollar per stuk, das meer dan wat uw geweten anders waard was.”

“En was jouw gezicht geen marketingstunt voor de raad van bestuur…, dan zat je er godverdomme ook te rotten!”

“Wohoow! Eindelijk op zijn strepen gaan staan! Wat krijgen we nu? Steek uw woorden in uw hol, Grauwels, samen met uw strafblad. Het leven is toch maar een raar spel uiteindelijk, dus kies gewoon een team.”

“Een spel. Ja. Wel spijtig van de valsspelers.”

“Wel belangrijk om te weten aan welke kant ge Godverdomme staat! Wil’k u een hint geven, hmm?Vraag maar aan de schrijver van dat papiertje hoe de verkeerde kant eruit ziet. Kiest uw woorden slim vriend.”

“Ik… . OK….”

“OK wat?”

“Aan de betalende kant, Elisabeth. Maar… .”

“Cantabrian Medical is blij dat te horen. Bol het nu af, ik heb een meeting.”

Hij wist nu hoe een hoer zich voelde. Nee, een soort wegwerp seksdrone. Als een van die plastic zakken die vroeger in supermarkten gebruikt werden. Hij is hetzelfde plastic zoals alles nu. Geplooid zoals iedereen in de wereld. Beter te heersen in de hel dan te dienen in de hemel, en nog zoveel andere clichés.

Hij knijp zijn ogen iets samen als de volwassen persoon op het kind toe loopt, op de knieën valt en haar vast pakt, even ineen gedoken blijft zitten, en dan opkijkt en recht staat. Ze heft de armen omhoog en lijkt luidop te lachen in de regen. Verbaasde gezichten komen aarzelend uit de barakken.

Ze kijkt rond met die heldere, rood doorbloedde ogen vanonder bleek blond haar en stapt met een blik op oneindig naar de toegangspoort, voorbij de derde perimeter, voorbij de tweede perimeter en bij de eerste steekt ze haar hand uit. Geen reactie. Ze neemt de stap en staat buiten het kamp. Ze is buiten adem zonder een inspanning te leveren. Het kind hangt nu aan haar been.

Hij staat erbij en kijkt ernaar met opengesperde ogen.

Gedachten flitsen met lichtsnelheid door zijn hoofd. Er zijn vijftien kampen rond de stad. De AI is centraal gestuurd. Wie had de controle? Het is politieke zelfmoord. Volg het geld, Jonathan. Shit, loopt zij op me af? Wat zei die trut van Cantabrian? Geen wapen trekken. Er zijn vijftien kampen rond de stad. Ze loog, iemand loog. Die agenda; … .

Ze ziet Jonathan Grauwels nu pas, achter hem stijgen rookpluimen op uit de stad. Hij schiet wakker uit zijn gedachtestroom, achter haar lopen tientallen gezichten uit de barakken.

Het is de nachtmerrie van de 21e eeuw, binnen enkele jaren volgt de hel van de 22e.

Ze kijken mekaar recht aan en huiveren van haat en angst.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam