Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hallo, God? Ik heb wat klachten.

Door Kjelda Glimmerveen

Hallo, God de Vader? De Heer mijn Herder? De Schepper?
Oké, even om zeker te weten dat ik de juiste spreek. Goedenavond, U spreekt met een van Uw engelen. Welke maakt niet uit- ik ben er vrij zeker van dat U ons toch niet uit elkaar kan houden. We lijken allemaal op elkaar? Moet U horen, dat is tegenwoordig niet zo’n politiek correcte opmerking meer.
Goed, luister, ik weet dat U het druk heeft- hoewel, als zelfs de Almachtige geen tijd kan maken voor vakantie, dan is er niet veel hoop meer voor de mensheid- maar er zijn wat dingen die ik kwijt wil. Geen kritiek, per se, maar wat constructieve opmerkingen, misschien, van werknemer naar werkgever toe, om het zo maar even te zeggen.

Ja, ik zucht even. Kijk, weet U wat het is? Ik vind het niet leuk meer.
Sinds het begin der tijden heb ik voor U gewerkt, en gedaan wat U opdroeg. Het paradijs, de Val, dat hele gedoe met de zondvloed, de plagen (ik vond het eigenlijk meer pesten- drie dagen in duisternis kun je geen geplaag meer noemen), en alles, alles daarna, tot op de dag van vandaag. Ik twijfel er natuurlijk niet aan dat er een of ander groter plan is, en uiteraard weet U het het best, en ik weet ook zeker dat het uiteindelijke doel de middelen heiligt, vanuit Uw perspectief. Daar twijfel ik niet aan. Het punt is alleen dat ik ondertussen nogal moe ben, ziet U, van al die ellende. Ik ben moe.
Toen U mij schiep, en mijn broers en zussen, voelden we allemaal twee dingen: Uw macht en Uw liefde. Ik weet nog dat toen U daarna de mensheid schiep, en de wereld, dat U ons toen vroeg om te houden van Uw schepping zoals U hield van ons. En dat deed ik ook. Vanaf het moment dat ik hier beneden kwam, helemaal aan het begin, en ik die twee zag lopen, door het gras, met verwondering alles aanrakend, werd ik verliefd op ze.
Ik viel voor ze. Een gevallen engel, misschien verklaart dat het. En toen zij vielen, brak dat mijn hart- maar toen ik zag hoe ze de wereld zich eigen maakten, hoe de mensheid een thuis creëerde, dat ze iets schiepen zoals U hen had geschapen, toen was ik gerustgesteld. Er was hoop.
Ik streek neer, ik bleef bij hen, en deed me voor als een mens- alleen ik kon mijn vleugels nog zien. En ik bekeek de mensen met verwondering, de manier waarop ze zo destructief maar ook zo zacht en teder kunnen zijn; de manier waarop ze zorgen voor degenen die ze liefhebben; de diepte en intensiteit van hun gevoelens; en hun eindeloze, onuitputtelijke creativiteit. Ik hield van ze, vanaf het begin.
De eerste keer dat ik me afvroeg of U net zoveel van ze hield was tijdens de zondvloed. Ik wist wat er zou gebeuren, maar ik hoopte tegen beter weten in dat U ervan zou afzien. Dat deed U niet.
Toen het begon, was het nacht. Ik zat op een heuvel, ik keek uit over een dorpje, en ik wenste dat ik de heldere sterren zou kunnen zien die door donkere wolken vervaagd waren. Mijn vleugels, die vanaf mijn rug om me heen hingen, werden zwaar van de regen. Ik staarde naar de mensen daar beneden, die geen idee hadden wat er hen te wachten stond. Een kind, spelend met haar moeder. Mijn laatste beetje hoop vervloog.
En in de regen huilde ik om wat er zou gaan gebeuren.
Na die eerste nacht ging ik weg van de mensen, weg van andere engelen, weg van alles. Ik beklom de hoogste berg die ik kon vinden, en op het hoogste topje wachtte ik tot het voorbij was. Elke dag voelde ik een groter gewicht op me drukken; de wanhoop, de pijn, de onrechtvaardigheid die al die mensen voelden, voelde ik ook, diep en snijdend. En zelfs nadat het ophield met regenen, waren mijn vleugels nooit meer zo licht als daarvoor. Het lijden van de mensheid woog zwaar op ze neer.
Elke keer daarna, na elke spreekwoordelijke (en/of letterlijke) zondvloed, wogen ze zwaarder. Na elke keer woog mijn hart zwaarder. Na elke keer was het moeilijker om de schoonheid in de wereld te zien die ik ooit in pure extase aanschouwd had.
Misschien is dat laatste niet helemaal waar. Ik zag de schoonheid wel- verliefd was ik nog steeds, op de wereld en de mensheid- maar ik zag haar met gemengde gevoelens. Een soort heimwee had zich in mijn borst genesteld, een zoet-zwaar gevoel waardoor ik niet meer de wereld kon zien zonder te denken aan alle pijn. En elke keer wanneer het regende, vloog de paniek me naar de keel- alstublieft, bad ik, niet nog een keer.
Elke keer wanneer het regende. Mijn favoriete stad is Lincoln, in Engeland. Weet U hoe vaak het regent in Engeland?
…Natuurlijk weet U dat, U bent alwetend. Het was retorisch bedoeld. Het punt is dat het vaak regent in Engeland. Geen pretje voor mij.
En dan natuurlijk de oorlogen. Ik probeerde ze te ontwijken, maar wanneer je onsterfelijk bent is het onvermijdelijk dat je af en toe op dezelfde plek bent als een oorlog. Kansrekening. Het is een keuzevak voor engelen, maar je leert het snel genoeg in de praktijk.
Ik was in Londen tijdens de Blitz. ‘s Nachts keek ik vanaf het hoogste gebouw uit over de stad tijdens een bombardement. Normaal gesproken was het in de avond vol lichtjes, lachende mensen in de verte, straatmuzikanten- Londen vol leven. Die nacht stond de hele stad te schudden op zijn fundamenten; vuur verspreidde zich van gebouw naar gebouw, de stad was gehuld in rookwolken, en het leek alsof zelfs de hemel in brand stond. De wind blies vonken mijn kant op, en withete as verschroeide mijn vleugels.
St. Paul’s Cathedral was onaangetast. Ik staarde ernaar met een vreemde mengeling van woede en opluchting.
Ik vroeg me eventjes af of een engel ook atheïstisch kon worden, en besloot dat daar waarschijnlijk een regel tegen is. Niet dat ik niet in U geloof (alhoewel, geloven is niet zo moeilijk wanneer je het al weet), maar op dat moment vond ik het moeilijk om ook oprecht te geloven in Uw goedheid. Ik twijfelde, ik geef het toe. Nu twijfel ik niet meer. Ik heb aanvaard dat er dingen zijn die zelfs engelen niet weten, die alleen U weet, en die ik nooit zal begrijpen. Maar dat betekent niet dat ik het leuk vind, of dat ik het er mee eens ben, of dat ik met plezier toekijk hoe U de mensheid laat lijden, ook al is het onderdeel van een groter plan. Is dat ketterij? Dat zal dan wel. Ik heb al lang geleden een sceptische houding aangeleerd ten aanzien van woorden. Ze hebben macht, zeker, maar ze kunnen gebruikt worden om te manipuleren- en ze kunnen de schijn ophouden van simpele categorieën. Het is geen simpele ketterij, wat ik U hier vertel. Het is een waarheid die ik pas na duizenden jaren aan mezelf heb toegegeven, na eeuwen en eeuwen aan complexiteit.
Die waarheid is dat het pijn heeft gedaan om Uw bevelen op te volgen. Het heeft me verdriet gedaan om onder de mensen te zijn en ze te zien lijden. Hun lijden is mijn lijden, omdat ik van ze hou zoals U mij heeft opgedragen. U moet geweten hebben dat het een last is om ze lief te hebben. Is het ook een last voor U, vraag ik me af? Is het mijn zwakte waardoor de dingen zo zwaar op me drukken?
Ik weet het niet. Misschien bent U de enige die de antwoorden weet op die vragen. Ik weet alleen dat ik tegenwoordig steeds vaker de regen voel terwijl het onbewolkt is, dat mijn vleugels nog steeds de stekende, koud-hete prikjes voelen van vonken op de wind. Dat alles zwaar voelt, vanbinnen. Dat het pijn heeft gedaan; dat ik de pijn voel van de gehele mensheid, door alle jaren heen; en dat ik het ondraaglijk vind dat ikzelf nooit de reden zal weten voor die pijn.
Tja. Dat waren mijn gedachten. Ja, ik weet dat het wel wat serieuze opmerkingen zijn. Wat ik verwacht van U? Nou… misschien een overplaatsing?
Aha, bureaucratische problemen. Geen overplaatsing. Nee, natuurlijk wil ik ook niet overspannen in de hemel zitten niksdoen, daar heeft U gelijk in. Maar ik mag wel even rustig aan doen? Perfect. Minder regen in Engeland? Ja, ik weet niet of de opwarming van de aarde echt een vooruitgang is in dat opzicht. Maar ik waardeer het gebaar wel.
Heeft U dan misschien wat bemoedigende woorden, wat wijsheden?

[in de schaduw van uw vleugels
schuilen de mensen.]

… Nou, bedankt. Komt me bekend voor.
Kan ik me misschien ook uitschrijven als engel, is het mogelijk om mijn contract niet te verlengen? Is engel-zijn een abonnement dat verlopen kan?

[nee.]

3 reacties

Ben Dragon

maandag, 23:29

Interessant verhaal!

Arjan Kers

zaterdag, 10:53

Hallo best wel een interessant verhaal ,schrijfstuk als ik het zo mag noemen. Heb het met veel interesse gelezen. bedankt hoor Kjelda. groetjes arjan kers en ga zo door. doeii

Charissa Moorrrees

vrijdag, 17:17

God en bureaucratie, nice!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch