Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Harde lijnen

Door Rani De Vadder

De flessen in de fietstas klinken tegen elkaar bij de kleinste beweging; een barst in het wegdek, een drempel, de manier waarop de fiets links en rechts draait.

Misschien blijven ze niet lang genoeg heel om van enig nut te zijn, want de manier waarop ze steeds even over de rand van de zak piepen, balancerend en terugvallend, is net flirten met het lot.

Elise’s rok, kort en flinterdun, kruipt omhoog als de wind hem met een onzichtbare hand optilt. Haar onderbroek is wit, breed ook, niet voor een meisje van zeventien. Als ze hem onder het zadel propt, is de aftekening van de naden zichtbaar.

*

Het hobbelen komt op een eind en de fietsen worden op de grond gesmeten. Elise haalt de flessen uit de tas en geeft ze rond. Ook ik pak er een aan, geef er twee door aan Stan en Frederik.

We zitten in een cirkel, de zon brandt boven ons hoofd. Bij de jongens is het zweet eerst te zien; vieze, glanzende, dikke druppels. Elise zweet niet – meisjes doen dat niet.

‘Goed,’ zegt ze en ze kruist haar benen onder zich, dus we zien haar onderbroek als een wit, zacht veertje verschijnen. ‘Drink allemaal wat om in de stemming te komen. Dan kunnen we verder.’

Natuurlijk aarzelt niemand. Natuurlijk voel ik de zon en de hitte. Natuurlijk weet ik dat het ons niet ten goede zal komen.

Het is niet lang daarna, maar het voelt uren later wanneer iemand een fles in het midden legt en we de kring verdichten. ‘Wie draait eerst?’

‘Elise, natuurlijk.’

Elise draait.

De fles stopt bij Stan. Hij moet een heel biertje achterover slaan.

‘Makkelijk,’ zegt hij en de vloeistof is al verdwenen.

Nog een keer gaat de fles. En nog eens. Het is net alsof ik aan het rad van fortuin zit – al is het niet positief. Het draait en draait en ik denk weleens dat het allemaal wat suffig is, net zoals ik suffig ben en mijn vrienden, en…

‘… durf je?’

Stans hoofd zweeft voor mij neus en ik kijk. ‘Wat?’

In zijn hand ligt een geheim pleziertje. Ik weet meteen wat het is en ik vraag me af hoe hij eraan is gekomen. Hij duwt het naar me toe, tot net voor mijn ogen zodat ik scheel begin te kijken. ‘Durf je?’

Misschien moest ik het niet doen. Misschien was alles anders geweest als ik niet naar hem was blijven turen; hij had een rode puist onder zijn neus, net boven zijn lip en het topje was wit. Zijn ogen waren rood.

Misschien was alles anders geweest als ik niet naar hem had gekeken en het niet uit zijn hand had gepakt.

*

Soms is de wereld wit, helwit, misschien een beetje grijs op sommige plekken met hier en daar wat verloren spinnenwebben.

Soms is er gepiep, als van een alarm.

‘Milan, kun je me horen? Milan?’

Mijn hand zweeft in de lucht – dat heb ik gedaan, maar dat weet ik niet meer, maar dat deed ik echt.

Ja, denk ik. Ja, ik kan je horen.

*

Zweet en drank en oud leer. De achterbank ruikt muffig, een beetje naar mijn grootouders. Stan zit vooraan met Frederik naast zich. Elise op de achterbank, ik naast haar.

Onze benen strijken langs elkaar heen, soms, en dan golft er een stoot van energie door me heen. Haar rokje is weer opgekropen, omhoog langs haar slanke, bruine benen.

Elise is niet mooi; haar lichaam wel. Ze heeft een grote neus en een beugel – soms steekt er nog vuil tussen. Maar haar haren zijn lichtblond en lang en meisjesachtig.

Vanavond kriebelen ze in mijn nek; als zachte regendruppels.

De auto zwenkt links en rechts. De fietsen zijn achtergebleven, samen met ons gezond verstand.

Elise ruikt niet naar bloemen of naar meisjes. Ze ruikt zuur en bitter, naar verboden vruchten.

Haar vingers rond mijn pols. Ze trekt. Ze legt mijn hand als een kommetje rond haar volle borst.

‘Elise…’

‘Stil zijn. Gewoon stil zijn,’ fluistert ze.

Dus dat ben ik.

*

‘Milan?’

Het is goed, denk ik.

‘Hij… Hij haalt het toch wel?’

Natuurlijk.

‘Onmogelijk te zeggen.’

*

De klap is er en dan is er niets meer.

En zoveel.

Elise’s hand op de mijne. Mijn vingers voelend.

Er lijkt iets te ontploffen, of te breken, of te barsten.

En dan verdwijnt ze.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch