Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hart

Door Geertje Fieten

Hart

Met een schok word ik wakker. Mijn ogen wijd open gesperd. Ik kom overeind, kijk naast me en laat me vervolgens met een zucht terug vallen in mijn kussen. Ik adem diep in, door mijn neus, en probeer met half gesloten lippen de lucht heel langzaam te laten ontsnappen. Het zakt weer af. Ik druk mezelf omhoog en draai half m’n bed uit. Met m’n benen bungelend buiten het bed, blijf ik even zitten. Ik sta op en wankel met een wakker hoofd en slapend lijf naar de badkamer. Als ik op de wc zit – in een huishouden vol vrouwen is het niet gewenst om staand te plassen – leg ik mijn hand op de verwarming. Koud. Het is nog vroeg. Ik hoor mijn urine klateren in het toilet en leun achterover. M’n shirt wordt nat van de vochtige stortbak. Het toilet spoelt door. Ik trek m’n ochtendjas aan en pak mijn sloffen, de vloer is koud.

Op mijn tenen, sloffen in mijn hand, sluip ik naar de trap. Onderweg naar beneden groet ik de portretten van mijn dochters, mijn tweeling van 16, mijn meisje van 14 en mijn benjamin van 4. Mooie meiden. Rijkdom. Bij de foto van mijn vrouw blijf ik even staan. Langzaam beweeg ik mijn hand naar de foto, met de topjes van mijn vingers raak ik licht haar lippen aan. Ik sluip verder naar beneden, toch kraakt de trap onder mijn voeten. Onder aan de trap trek ik mijn sloffen aan. Ik loop naar de keuken, doe de afzuigkap aan en zoek naar lucifers. Met een snelle beweging steek ik een sigaret aan. Ik neem een diepe teug en laat de rook heel langzaam richting de afzuigkap kringelen. Gespannen leun ik tegen het aanrechtblad. Ik hoest een paar keer flink, het kost me geen moeite. De details weet ik niet precies meer, maar ooit las ik ergens dat, in het geval je alleen bent, hoesten helpt. En inderdaad, het gevoel trekt weer weg. Ik draai me om en kijk naar de kalender. Twee jaar, vier maanden en vijf dagen. Achtentwintig maanden. Achthonderd en zesenvijftig dagen. Ik druk mijn sigaret uit in een leeg yoghurtbakje van de vorige avond.

Uit behoefte aan frisse lucht, open ik de tuindeuren en struikel over de drempel. Buiten gekomen gooi ik mijn armen omhoog en adem diep in. Het heeft gevroren, de koude lucht laat mijn luchtwegen hevig samentrekken. Mijn natte shirt plakt koud tegen de huid van mijn rug. Ik sla mijn armen om me heen en draai me weer om. Vijf uur tweeënvijftig zegt de klok boven de oven. Ik loop terug naar de keuken en pak nog een sigaret. Ik aarzel even voor ik hem aansteek. De aangename, warme lucht ontdooit mijn slijmvliezen. Gedachteloos gaat mijn hand naar mijn borst. Mijn adem stokt, ik gris mijn telefoon van het aanrecht en zak door mijn knieën. Met mijn rechterhand nog steeds op mijn borst, toets ik het nummer van de huisarts. Ik hoor het antwoordapparaat. Toets één voor spoed. Boven hoor ik mijn jongste dochter ‘papa?’ roepen. De trap kraakt. Ik rol op mijn zij, mijn oog valt op een foto op de schoorsteen, vier lachende, blonde koppies. Ze zijn alleen. De klink van de deur naar de hal beweegt naar beneden. ‘Papa?’ fluistert mijn dochter. De deur gaat langzaam open, het blote voetje van mijn dochtertje schuift aarzelend naar binnen. Ik rol op mijn rug. Met een zachte tik belandt mijn telefoon op de grond. De sigaret rolt uit mijn hand.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch