Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hemellichaam

Door Tom Lievens

Hij

Daar lag ze. Altijd had ik me al verbaasd hoe ze zo plots doodmoe kon zijn. Plotsklaps inslapen kon. Haar lichaam halfbedekt met het dekbed. Haar linkerbeen was ontbloot. Haar bovenlichaam toonde net de ronding van haar borst die eindigde en overging in haar zijde.

Ik wist als ik haar nu zou wakker maken door in haar hals te kussen ze zou glimlachen en onverstaanbare woorden zou spreken. Slaaptalen noem ik het. En in mij huisden woorden die ik aan haar toevertrouwen wilde. Gedachtes die alleen zij ooit weten zou. Maar het moest met een fysieke daad voor me zijn. Zomaar gedachtes uitspreken met woorden was me niet voldoende.

Heel voorzichtig haalde ik mijn arm vanonder haar hoofd. Ze ademde eventjes iets dieper. Ik stond op. Wandelde onhoorbaar in het donker naar mijn schrijfmachine waar ook allerlei pennen en stiften rondgestrooid lagen tussen de vellen beschreven papier. Op dat moment wist ik niet waarom ik daar naakt in het donker naar de pennen, vellen en schrijfmachine stond te staren. Heel soms hoeft niet alles een reden te hebben. Ik ontwaarde het pakje sigaretten en aansteker in het donker. Stak een sigaret op. De rode punt verlichte heel zacht de kamer. Ik zag haar silhouet. Ik ging zitten op het stoeltje waar onze kleren nonchalant opgegooid elkander omstrengelden. Haar trui die ze zonet afgedaan had voelde warm tegen mijn rug.

En zomaar uit het niets wist ik het: Haar zou ik beschrijven. Letterlijk dan. Aan haar lijf zou ik mijn diepste zielenroerselen toevertrouwen. Ik zocht in het donker naar de Rotring pen met zachte punt. Een zwarte.

De sigaret duwde ik uit. Een ongeduld overviel me. Een mengeling tussen razernij en euforie, wel in alle rust. Alsof ik eindelijk gevonden had waar ik al zo lang naar zocht. Ik stond op van de stoel, opende de deur van de gang en knipte daar het licht aan. Nu was zij verlicht met de vierkante vorm van het deurgat. Voor mij voldoende licht om te kunnen schrijven, voor haar onvoldoende licht om te storen in haar slaap.

Ik ontblootte haar lijf. Ze sliep naakt rond dit jaargetijde. Ik had geluk, ze lag op haar rug, haar arm boven haar hoofd gedrapeerd. Haar linkersleutelbeen leek me de ideale plek om mijn relaas te beginnen.

Ik legde me met mijn buik op haar kruis, mijn bovenlichaam opgericht om een goed zich te hebben op mijn te beschrijven vrouw.

Eenmaal begonnen rolden de woorden. Almaar meer. Almaar sneller. Met een aan waanzin grenzende snelheid kwamen ze. Ik moest ze soms aanmanen tot rustiger aan te doen want zo snel schrijven kon ik niet. Voor ik het besefte had ik haar bovenlichaam al volgeschreven. De zinnen stonden perfect recht. Alleen om haar tepelhoven moest ik de tekst een bocht laten maken. En het razen ging door en ik was al tot aan haar navel gekomen. Bij het schrijven was ik telkens iets van haar afgegleden. Mijn borstkas streelde nu haar schede. En nog kwamen de woorden. Ik schreef tot aan haar onderbuik, daar kwam de laatste punt te staan in haar rechterzijde van mijn aan haar te vertellen dingen. Ze had niet bewogen. Ze had zich in de roes waar ik in verkeerde totaal gegeven aan me. Ik had me leeggeschreven. De mooiste, goorste, wreedste dingen die me in me huisden waren nu fysiek tastbaar op haar lichaam. Het allerbelangrijkst in mijn bestaan: De immense liefde die zij bij me opwekte stond op haar lijf beschreven.

Morgen zou ze wakker worden. Voor de spiegel stomverbaasd staan. In mijn woeste, zachte roes had ik alles in spiegelschrift geschreven opdat zij in woorden gegoten op haar lijf, mijn hemellichaam, mij lezen kon.

Zij

Er was iets. Ik sliep nog maar een zweem van bewustzijn vertelde me dat er iets was. Mijn handen gingen om me heen en toen over me heen. Ik lag onbedekt en had het koud. Slaapdronken opende ik mijn ogen en merkte dat het licht op de gang brandde. Het gewicht van zijn slapende kop in mijn schoot deed me nu helemaal wakker zijn. Had hij zitten schrijven aan zijn tafel afgelopen nacht? Was hij moe op mij gedonderd zonder nog te merken dat de lichten branden? Hij waarde wel meer ´s nachts rond in huis.

Mijn vingers reikten naar zijn haar. Gingen er doorheen. Over zijn voorhoofd glijdend, over zijn neus heen streelde ik zijn lippen. Ondanks de warmte van zijn kop in mijn schoot had de rest van mijn lijf het koud. Zo voorzichtig mogelijk om hem niet wakker te maken reikte ik naar mijn telefoon op het nachtkastje. 8:55 vertelde het scherm me. Zo mogelijk nog voorzichtiger nam ik zijn kop in beide handen en gleed vanonder hem. Vleide zijn kop op de matras. Hij gromde even en graaide om zich heen maar bleef toch slapen.

Onze door elkaar gestrengelde kleren op de stoel ontwarde ik en trok licht rillend mijn trui aan.
Vanuit de gang zag ik in een rechthoek van licht zijn lichaam dwars over het bed liggen. Beide benen bungelden over de rand. De grote vent die hij was, daar weerloos in een diepe slaap vertederden me. Ik deed het licht uit en trok naar de badkamer. Ik keek in de spiegel naar mijn slaapkop en verwarde haren. Ik had het nog steeds koud. De kranen van de douche opendraaiend ging ik op de toiletpot zitten mezelf omhelzend in de warme trui. Mijn handen tot een vuist makend de mouwen eromheen trekkend. De stoom van het warme water vulde de badkamer. Alles werd een waas en warm. Ik trok mijn trui uit en zag heel vaag in de spiegel de contouren van mijn lichaam en stapte de douche in. Het warme water en de overvloed aan zeep in de spons verwarmden mijn lijf.

Bij het buitenstappen van de douche zette ik de badkamerdeur open. Nu verwarmd was de frisse lucht vanop de gang een heerlijk gevoel. De stoom trok weg en stilaan kwam ikzelf tevoorschijn door de ontwasemende spiegel. Mijn natte haren kammend trok ik naar de slaapkamer op zoek naar kleren.

Bij het binnenstappen zag ik hem op zijn rug liggen met een vreemde blik me aankijkend. Alsof hij iets zocht. Er iets ontbrak aan me. Zijn ogen verrieden een koortsachtig nadenken. Tot die plots de glans kregen die ik zo goed kende, de zachtheid ondanks zijn harde gezicht die me vertelden dat hij van me hield.
“Je douchte,” zei hij stil.

“Ja,” antwoordde ik ietwat verbaasd.

Nooit zou ze zijn woorden lezen die hij op haar schreef. Voor altijd stonden die op haar als een onzichtbare tatoeage.

Was getekend

TFL

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam