Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het examen

Door Stefaan Pennynck

Mijn zoon had die middag mondeling eindexamen voor de erkenningscommissie als anesthesist-specialist aan de universiteit. Ik zat thuis op nieuws van hem te wachten, toen ik de alledaagse inval kreeg, dat ik een vlieg zou willen zijn die het examen in het lokaal zou kunnen mee volgen. Eigenaardig genoeg, was ik met deze gedachte plots in een vlieg veranderd. Ik verwonderde mij hier niet echt over, keek op het horloge en overwoog dat ik, als ik vlug genoeg was, misschien nog op tijd zou zijn voor het examen of er tenminste toch nog een stuk van zou kunnen meemaken. Ik vloog door het venster en sloeg af richting Gent. Ik had de wind mee – dit zou tegenvallen om terug te keren, dacht ik, maar misschien kan ik straks in een auto glippen en ongezien meerijden – en kon in vogelvlucht en zonder de hindernissen van het dagelijks verkeer, de afstand snel afleggen.

Ik was tamelijk vlug aan de site van het UZ, maar wist niet in welk lokaal het examen plaats vond. Ik daalde af en zag wat fruitvliegjes in de tuin.

Zoals je weet zijn fruitvliegjes kleiner dan andere vliegen, dus zei ik vriendelijk:

“Hallo, vriendjes! Weten jullie soms waar hier vanmiddag een examen doorgaat? Ik zou daar zo vlug mogelijk moeten aanwezig zijn.”

“Neneëe”, antwoordden ze in koor, “wij blijven hier altijd buiten en gaan nooit naar binnen, maar misschien weet die grijzende bromvlieg daar op de bank het wel. Hij leeft hier al lang, kent alle afdelingen en kamers en weet waar je als vlieg de beste beetjes vindt en ook waar je beter niet komt.”

Ik vloog naar de bromvlieg op de bank en vroeg hem beleefd: “Dag mijnheer, weet u soms waar hier vandaag een examen doorgaat? Ik zou daar zo vlug mogelijk willen zijn.”

“Weet u op welke afdeling u moet zijn?”, vroeg de bromvlieg, “Misschien kan ik u helpen, maar weet: de ene afdeling is de andere niet en op sommige plaatsen kom je er maar moeilijk in.”

“Euh, het is een examen voor anesthesie,” zei ik schromelijk.

“Ai,” zei de bromvlieg, “dat is nu juist één van die te mijden afdelingen. Ik was er ooit en voor ik het besefte, was ik er door die gassen in slaap gevallen. Gelukkig werd ik op tijd wakker, anders had de kuisploeg mij met van alles en nog wat de vuilbak in gekieperd. Ik verdien een beter levenseinde!”

“Tja, ja, natuurlijk”, zei ik, “maar dat examen, dat zal toch niet doorgaan in de operatiezaal of een lokaal waar zij met die gassen werken? Misschien wel ergens in de buurt?”

“Ja, dat is ook juist”, zei de bromvlieg, “ik denk dat ik weet waar het misschien doorgaat. Vlieg maar mee.”

Ik volgde de bromvlieg, die de hoogte in vloog en langs de gevel begon te zoemen.

“Moeten we niet langs de deur naar binnen?”, vroeg ik.

“Dat nu juist net niet, jongeman!”, bromde hij, ”dergelijke gebouwen benader je het best langs de buitenkant. Veel te veel gesloten deuren en gangen. Een open venster, da’s waar je moet zijn, dat moet je zoeken. Zo kan je er ook weer best uit.”

We zoefden omhoog en dan linksaf. Voor een venster ging de vlieg op de vensterbank zitten.

“Ik denk dat het hier is dat u moet zijn. Afdeling anesthesie – vergaderzaal 1. Ik zie er alvast dokters aan een tafel zitten en voor hen jonge mensen die zij blijkbaar ondervragen.”

Ik keek binnen en zag mijn zoon het examen afleggen. Hij zag er redelijk ontspannen uit en nu en dan verscheen er een glimlach op het gezicht van een van de ondervragers. Dat zag er goed uit.

“Mijnheer de bromvlieg”, zei ik, “hier moet ik inderdaad zijn. Bedankt voor alle hulp. Als het niet geeft, dan ga ik nu even naar binnen.”

“Graag gedaan, jongeman”, zei de grijzende bromvlieg, “als ik u nog van dienst kan zijn, graag en let er op: best op tijd terug naar buiten. In een dergelijk lokaal kan men lang moeten wachten vooraleer er weer een deur of een venster open gaat en je er weer uit komt. En besef goed: er is daar niks, maar dan ook niks om te eten of te drinken!”

Ik werkte mij langs een vensterkier naar binnen en hoorde mijn zoon gemoedelijk antwoorden op de vragen die de professoren hem stelden. Ik was er meteen gerust op dat dit goed zou komen en ging, een beetje moe van de verre vliegreis en de zoektocht naar het lokaal, zitten op de tafel van de professoren om wat te rusten en te bekomen.

Voor ik er erg in had, hoorde ik een klap van dichtgevouwen bladen die, recht op mij afgekomen, met een pats op de tafel knalden. Ik schrok wakker en stoof op. Blijkbaar was ik in gedoezeld en door een dichtslaand raam wakker geschrokken. De telefoon rinkelde.

“Paps, ben ik het. Het is goed gegaan, hoor. Ben geslaagd. ‘t Was redelijk ontspannen en zo …”

“Ik weet het”, zei ik, “wel ja, ‘k bedoel, ‘k dacht het wel… ‘k Was er daarnet nog aan aan het denken dat ik graag een vlieg was geweest om je bezig te zien… Nu ja, dat heeft geen belang, dikke proficiat! Zeg eens, hebben ze het je moeilijk gemaakt? …”

(Beeldillustratie bij dit verhaal Martine Dosselaere)

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch