Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het is zoals het is.

Door jose Verheijen

Het is zoals het is.
Anna schreef veel, maar nooit vond ze het goed genoeg.
‘Daar gaat het ook niet om’ zei de therapeut. ‘Je moet gewoon schrijven, maakt niet uit wat. Schrijven helpt om bij jezelf te komen.’
Anna had geknikt. Bij mezelf komen, dacht ze. Ze was al jaren somber, chronisch depressief eigenlijk. Hoeveel therapeuten had ze niet al versleten. Elke keer kwam de ellende weer op tafel, maar het bracht haar niet veel verder. Het had haar hooguit op de been gehouden.

Deze therapeut bleef doorvragen.
Maar nee, het was niet echt haar moeder, ondanks alle gebreken. Haar moeder kon er niks aan doen, die had ze vergeven. Haar vader, dan? Misschien wat afwezig, maar nee, ook geen ‘hard feelings’. Haar broers en zussen?
Ze was opgegroeid in een horde, en had zich verdrukt gevoeld. In deze wereld van ieder voor zich, had ze liefde en warmte gemist. Met haar man, die gezelligheid voorop stelde, en het woord eenzaamheid niet verdroeg, kon ze er niet over praten.
Ze had genoeg gelezen over het leven, over de existentiële vragen.
‘Schrijf je diepste angsten op’, zei de therapeut.
Maar hoe ze ook piekerde en soms uren met gesloten ogen op bed lag, ze kwam niet verder dan: ‘ik ben bang.’
‘Maar waarvoor?’, vroeg de therapeut. ‘Daal af in het diepste van je onderbewuste. Alles is er nog.’
Ze durfde blijkbaar niet.
‘Het is alsof ik stik’, zei ze, met dichtgeknepen keel.
‘Hou dat vast’ zei de therapeut. ‘Schrijf over dat gevoel.’
Makkelijk praten, dacht ze. Soms walgde ze van al die gesprekken en ze werd zelfs misselijk van wat onophoudelijk ‘het proces’ werd genoemd. Therapeuten zijn mensen die verdienen aan het leed van anderen, die dat leed zelfs oproepen. Kon ze het niet beter loslaten, zoals blijkbaar iedereen deed?
Ze had als baby stuipen gehad, tot twee keer toe. Ze was bijna gestikt.
Gezien haar temperament – ongedurig en ongeduldig – was ze geen makkelijke geweest en het kon niet anders of ze had de boel bijeen gekrijst. Haar nu nog voortdurende honger naar aandacht moest ergens vandaan komen. Was ze gestikt in haar verlatenheid. Moest ze daar over schrijven?
In tal van zelfhulpboeken werd gesuggereerd dat zelfs het verblijf in de baarmoeder niet zonder consequenties was. Misschien had ze de angst, of de onrust van haar moeder overgenomen? Maar ze wist niet beter als dat ze gewoon geboren was, als zevende in een druk gezin. De kerk propageerde in die tijd grote gezinnen. Of mensen het aan konden, daar werd niet over nagedacht. En zij had daar in de wieg gelegen, op haar manier. Misschien kon ze die harde wereld toen al niet aan. En kwamen daar haar doodangsten vandaan.
Maar als ze teruglas wat ze geschreven had, voelde ze een diepe schaamte. Het liefst scheurde ze alles kapot, of als ze achter de laptop zat, wilde ze alles wissen. ‘Wat een gezeur’, hoorde ze allerlei stemmen in zichzelf zeggen. ‘Ga wat leuks doen, of wat nuttigs.’ Buiten kleurde de herfst de bladeren rood. Een prachtig licht viel binnen. Zo moest het zijn geweest rondom haar geboorte. Ze was van november. Maar het kon haar niet bekoren. Nog hunkerde ze naar een arm om zich heen, naar troost. Een diepe, niet te stelpen wond, die van binnen bleef branden, voedde haar melancholische drijfveer.
Ze werd er moedeloos van. Soms had ze zin om alles kapot te gooien. En haar man moest het vaak bezuren. Hij begreep het allemaal niet. Alsof ze tegen een muur stond te schreeuwen, hij gaf geen krimp.
‘Je bent een drammer’ zeiden mensen wel eens tegen haar. ‘Een pitbull, je weet niet van ophouden.’
Maar als ze ophield, werd ze vergeten. Ze kon niet anders. Het was een strijd van leven op dood.
‘Da’s nogal heftig’, zei de therapeut toen ze weer een sessie bij hem had. Hij was de eerste die haar gevoel serieus nam. De anderen hadden zakdoekjes klaar staan. Maar bij haar was het angst en vechtlust.
‘Weet je wat het is’, zei ze, nu ze de ruimte voelde. ‘Iedereen is zo bang om geraakt te worden. Waarom deins jij niet terug?’
De therapeut glimlachte.
‘Waarom zou ik? We hebben toch allemaal onze sores. Jouw boosheid is mijn boosheid, het is ieders boosheid.’
‘Dus ik mag boos zijn.’
‘Het is jouw gevoel.’
‘Word jij het ook wel eens?’
‘Ik laat het mij niet verbieden, noch vraag ik om toestemming.’
‘Maar ben je dan niet bang dat mensen je afwijzen?’
‘Ach, als ik niet mag voelen wat ik voel, dan heb ik daar geen contact mee, met die ander.’
‘Maar wat als je nooit contact krijgt?’
‘Dan niet’, zei de therapeut.
Anna voelde dat ze het warm kreeg. ‘Je maakt me aan het lachen.’
Zo’n vreemd gesprek had ze nog nooit gehad. Het gaf ruimte.
‘Mooi’, zei de therapeut.
‘Ik was somber als baby.’
‘Je had je redenen.’
‘En eigenlijk boos.’
‘Zou kunnen.’
Opnieuw moest Anna lachen.
‘Je bent een rare man. Maar het geeft me wel lucht.’
‘Mooi.’
‘Voel jij geen schaamte?’
‘Die tijd heb ik gehad.’
‘En hoe heb je dat aangepakt?’
‘Ik zei tegen mezelf: het is zoals het is.’
‘En dat was het? Het is zoals het is?’
‘Precies.’
‘Klinkt simpel. Ik zou willen dat ik dat ook kon.’
‘Schrijven helpt’, zei de therapeut. ‘Schrijven, schrijven en nog eens schrijven.’
‘Oh’, zei Anna. ‘Dan moet ik dat maar weer gaan doen.’

Thuisgekomen kroop ze opnieuw achter haar laptop. En ze liet haar gedachten, of gevoelens – soms vond ze dat moeilijk te onderscheiden – de vrije loop.
Ze probeerde zich de wieg voor te stellen. Maar ze wist er eigenlijk niks van. In die tijd werden er geen foto’s gemaakt. Ze wist eigenlijk helemaal niks van zichzelf. Ze had alleen haar gevoel, haar angsten, haar boosheid of onmacht. Veilig was het niet geweest. ‘Misschien stikte ik wel in mijn angsten of woede’, schreef ze.
Haar was verteld dat ze als peuter de trap afklom. Ze was bang geweest op die nare donkere zolder. Toen was de deur op slot gedaan. Het zolderraam met zijn tralies had uitweg geboden aan haar angsten. Ze had zich er doorheen gewurmd. En een buurvrouw had haar zien hangen.
En ze wilde niet naar de kleuterschool. Ook daar had ze geschreeuwd, gekrijst en zelfs om zich heen geschopt. Ze wilde niet alleen zijn in deze grote, boze wereld. Daar wilde ze in gehoord worden, precies daar in.
Anna klapte haar laptop dicht. Ze bleef zitten, met haar ogen gesloten.
Alleen zijn, wat was dat eigenlijk? Voor haar betekende het verkramping, en in het ergste geval verkrampte ook haar luchtwegen. Maar nu moest ze denken aan de therapeut. En ze moest er weer om lachen. ‘Dan niet’, had hij gezegd. ‘Dan niet.’ Hoe eenvoudig kan het zijn?
Hij had het heft in eigen hand genomen, en zij, zij was blijven kruipen. Zij wilde niet dat mensen niet van haar hielden. Ze deed er alles voor. ‘Dan niet’, gonsde het door haar hoofd.
Ze stond op en ging voor het raam staan. Een spinnetje was bezig met zijn web. En er vielen wat bladeren naar beneden. ‘Het is zoals het is’, zei ze tegen zichzelf. Ze liep naar de hal en trok haar jas aan. Buiten miezerde het wat. Maar er was lucht genoeg.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch