Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Het kerstdiner

Door Marion Bruinenberg

‘Kijk eens jongens, helemaal ecologisch.’

De moeder van Karen zet de ovenschotel op tafel. Jochems maag rommelt. Hij heeft zoveel honger dat het pijn doet en hij er haast misselijk van wordt. Hij knijpt zijn ogen samen en tuurt naar het eten, dat voor zijn ogen heen en weer danst, maar kan niet zien wat het precies is. Karen zit tegenover hem, en staart strak naar het voedsel. Met beide handen omklemt ze haar bord. Ze knijpt zo hard in het porselein dat haar knokkels wit worden.
‘Lekker mam,’ zegt ze, zonder op te kijken.
Karens moeder snijdt het gerecht in stukken. Te traag, vindt Jochem. Hij denkt aan zelfgebakken koekjes met witte chocoladesproetjes, en aan biefstukken waar het bloed uit druipt als je het doormidden snijdt. Automatisch veegt hij met zijn mouw langs zijn mond, maar die kon niet droger zijn. Elke keer als hij slikt, schuurt zijn adamsappel pijnlijk langs zijn schrale keel. Het maakt een hard, vreemd geluid, alsof hij gulzig een liter water achterover klokt. Karens vader trekt zijn wenkbrauwen op.
‘Alsjeblieft jongen.’ Karens moeder deponeert een trillend groen vierkant op zijn bord. Jochem probeert het gerecht met zijn gedachten tot stilstand te manen. Aan de overkant van de tafel hoort hij Karen snuiven, en ook Jochem probeert zijn lach te onderdrukken, waardoor hij vreemde grimassen trekt. Dan haalt hij diep adem, slikt nog een keer luid, en kijkt de tafel rond. Karens ogen zijn bloedrood. Shit, denkt hij, de druppeltjes vergeten.
‘Eet smakelijk,’ mompelt Karens vader, terwijl hij een veelbetekenende blik met zijn vrouw wisselt. Er valt een ongemakkelijke stilte terwijl iedereen begint met eten.
‘Eet smakelijk!’ schreeuwt Jochem ineens. Verschrikt kijken Karens ouders op. Jochem neemt een hap van de groene smurrie, Hij proeft eigenlijk niets, maar eenmaal begonnen, kan hij niet meer stoppen. Uitgehongerd valt hij aan op het eten en schept zonder te vragen twee keer extra op. Zijn mes schraapt over het dure porselein, Karens moeder rilt bij elke kras.
Karens zusje staart Jochem met open mond aan. Om haar niet te hoeven zien, keert Jochem zijn rug naar haar toe terwijl hij gebogen over zijn bord alles naar binnen schrokt. Na zijn derde portie krijgt hij de hik. Jochem laat een luide boer en houdt met zijn handen zijn maag tegen, die bij elke hik verder uitpuilt en zijn lichaam lijkt te willen verlaten. Jochem probeert snel zijn maag weer terug te drukken, op de normale plek, maar door de zenuwen duwt hij te hard. In paniek kijkt hij naar Karin, terwijl het voedsel zich weer een weg naar boven baant. Jochem ademt een paar keer diep, terwijl zijn mond zich met slijm vult en zijn handpalmen zweten. Hij probeert de etensresten weg te slikken die zijn mond proberen binnen te dringen, maar kan geen weerstand meer bieden. Jochem blaast zijn wangen op.
‘Nee Jochem!’ roept Karen, maar het is al te laat.

geen reacties
0 Non-fictie

Een plekje

piet struyf

0 Poetry slam

Verhuizen

Frans Smolders

0 Fictie

plein

Marijke Jasperse

0 Poetry slam

Iets Paars

Desta Matla