Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het kleine Joodse moedertje

Door Erik van der Weerd

Ergens in mijn huis woont een klein Joods moedertje. Ik heb haar nog nooit gezien, maar toch weet ik dat ze bestaat. Ze is typisch Joods, met een kort, gedrongen lijfje in een as-zwarte jurk, met daarop kleine witte stippels. Ook haar haar was ooit as-zwart, maar nu is het grijs. Ze heeft van die grote, harige wenkbrauwen, die meer gefronst hebben dan goed voor ze was. Daarom hangen ze nu pertinent als twee bezems boven haar ogen. Ook heeft ze een klein, zwart snorretje en draagt ze huidkleurige steunkousen. Zit ik in de woonkamer, dan zit zij in de slaapkamer en andersom. We hebben nog nooit een woord gewisseld, maar ik denk dat ze Hebreeuws spreekt. Ze is het oneens met al mijn keuzes, zoals het een Joodse moeder, of eigenlijk iedere moeder, betaamt. Ook kan ze enorm zeuren, steunen en klagen. Gelukkig nooit tegen mij – wij praten immers niet – maar mijn god, wat kan ze zeuren, steunen en klagen. Als je haar vraagt wat ze van mijn vriendin vindt, zal ze een soort van grommen en daarna dramatisch haar hoofd wegdraaien. Nee, heel positief is ze eigenlijk nooit.

Ze is, zoals gezegd, een moedertje en dus heeft ze ooit kinderen gebaard. Bij één is het niet gebleven, nee, ze heeft zelfs een heleboel kinderen gebaard. Van hun levens heb ik verder geen weet. Ze zullen in een huis wonen net als ik, en misschien af en toe even aan hun kleine, Joodse moedertje denken. Toen ik laatst eens flink de bloemetjes had buitengezet, was het kleine, Joodse moedertje twee dagen van slag. Ze wil zo graag dat ik mijn wilde haren verlies en een degelijk Joods meisje bezwanger. Dat is een punt waarover ik met haar van mening verschil, en met mij mijn vriendin. Na een paar dagen draaide ze weer wat bij. Op een goede avond kwam ik thuis en wachtte er zomaar een grote pan Pom, een fles wijn met twee glazen en versgebakken knishes.
Ach, ook dat is dan weer typisch het kleine Joodse moedertje.

Een dag of wat geleden versprak ik mij tegenover mijn andere, niet-Joodse moeder. Het slipte er zo maar uit, ik was het niet van plan. Ik liet mijn twee moeders liever onwetend naast elkaar bestaan. In haar ogen zag ik een afgunst en een jaloezie die ik niet eerder bij mijn moeder had gezien. Ze vroeg niet verder, naar ik vermoed omdat het te pijnlijk was. Sindsdien belt mijn niet-Joodse moeder elke dag om te vragen hoe het met mij gaat. Aan de spanning in huis kan ik merken dat het kleine Joodse moedertje hier niet van gediend is. Ze smijt met de deuren, laat overal lampen branden en verstopt steeds weer de afstandsbediening op een onmogelijke plek. Heel kinderachtig allemaal. Ik ben toe aan wat broodnodige rust en dus ga ik morgen een week of drie op vakantie. Als ik terug ben vertel ik je graag meer. Mocht je dit lezen vóórdat ik terug ben, ga dan alsjeblieft af en toe even bij haar langs. Het hoeft niet lang en ook niet vaak, maar gewoon even, zo nu en dan voor een kop koffie.
Namens haar en mijzelf, bedankt.

EvdW, september ’17, Groningen

1 reactie

Miriam Fredriks

vrijdag, 13:23

Hallo Erik, ik doe zelf ook mee met deze wedstrijd en lees af en toe een paar verhalen van andere deelnemers. Om jouw verhaal moest ik erg lachen. Het is ergens een beetje slordig en volgens mij klopt het ook niet overal, maar ik vind het wel heel grappig.
Succes! Groet Miriam

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch