Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het konijn en de kikkers

Door Iris Stam

LOUIS
Lodewijk Napoleon, een konijn
MINISTER G
Alexander Gogel, een kikker
MINISTER V
Carel Verhuell, een kikker
NAPOLEON
Napoleon Bonaparte, een vos

1.
LOUIS zit te schrijven. Er komen twee MINISTERS op die hem van zijn stoel tillen, een rode mantel omhangen en een kroon opzetten.

LOUIS
Hé, hé.
Wat heeft dit te betekenen?

MINISTER G
Monsieur Louis, wij komen u halen.

LOUIS
Halen?

MINISTER G
Heeft u het niet gehoord?

LOUIS
Wat gehoord?

MINISTER G
U wordt konijn.

MINISTER V
Koning.

MINISTER G
Koning.
Van Holland.

LOUIS
Holland?

MINISTER V
Bevel van uw broer.

LOUIS
Napoleon?

MINISTER V
De keizer.

MINISTER G
Aangenaam kennis te maken, Alexander G.

MINISTER V
Carel V.

MINISTER G
Ministers uit Holland.
En uw trouwe dienaren.

LOUIS
Dit is absurd.

MINISTER V
Komt u met ons mee?

MINISTER G
Het rijtuig staat voor.

MINISTER V
Het volk staat gereed langs de kant van de weg om u welkom te heten met gejuich en gewuif.

MINISTER G
Uw kroning zal spoedig beginnen.

LOUIS
Maar ik wil helemaal geen koning worden.

MINISTER G
Pardon?

LOUIS
Ik wil niet.

MINISTER V
Niet?

MINISTER G
Zie het als een kans.
U wordt koníjn.

MINISTER V
Koning.

MINISTER G
Koning.

LOUIS
Ik wil geen kans.
Ik wil schrijver worden.

MINISTER V
Maar, majesteit-

LOUIS
Majesteit?
Ik ben totaal ongeschikt als koning.

MINISTER G
Konijn.

MINISTER V
Uw broer vindt van niet.

LOUIS
Hij zet me graag voor schut.
Ik ben al mislukt als adjudant en kolonel en generaal.
En nu zal ik weer falen als koning.

MINISTER G
Wij zijn er om u te helpen.

MINISTER V
Bovendien is het al besloten.
Alles is geregeld.

LOUIS
Heb ik hier ook nog iets over te zeggen?

MINISTER G
Helaas.

LOUIS
En jullie?
Willen jullie mij eigenlijk wel als koning?

MINISTER V
Daar gaan wij niet over.

MINISTER G
Wij zijn slechts ceremonieel.

MINISTER V
Een formaliteit.

MINISTER G
Gaat u alstublieft met ons mee.
We hebben een overeenkomst.

LOUIS
Met mijn broer.

MINISTER G
De keizer.

MINISTER V
Zijn wil is wet.

LOUIS
Koning van Holland, zei u?

MINISTER G
Dat klopt, Holland.

LOUIS
Dat kille moeras aan het einde van de rivieren?
Dat sombere, vlakke land met kilometers grauwe lucht erboven?

MINISTER V
Inderdaad.
Al valt dat kille en sombere best mee als je er aan gewend bent.

LOUIS
Het spijt me, maar ik ga niet naar dat gure oord.
Vanwege mijn gezondheid, ziet u.

MINISTER G
Bent u ziek?

LOUIS
Zwak.
De Hollandse regen zal mijn gewrichten aantasten.
De kou zal in mijn ruggengraat kruipen.
De zeewind verspreidt ziektes.

MINISTER G
Wij zijn anders kerngezond.

LOUIS
Kikkers gedijen in kou en vieze slootjes.
Ik blijf hier.
Achter mijn bureau.
Schrijven.

MINISTER V
Alstublieft.
Als de keizer hoort dat wij u niet hebben meegenomen, zal hij erg boos worden.

MINISTER G
Erg boos.

LOUIS
Ik ga met hem praten.

MINISTER V
Dat heeft geen zin.

MINISTER G
Hij zal niet van gedachten veranderen.

MINISTER V
Kom met ons mee, majesteit.
Word koning van Holland.

LOUIS
Dit is bespottelijk.
Zo hoort het leven niet te zijn.
Mensen moeten iets te zeggen hebben.
Wij zijn geen willoze poppen die bespeeld worden door een verwend meisje met roze strikken in het haar.
In de hoek gesmeten zodra ze zich verveelt of er een beter exemplaar cadeau wordt gedaan.
Onze porseleinen neusjes gebroken, onze zachte lijfjes kapot gebeten door het schoothondje.
Of toch?
Overkomt het leven ons en kunnen wij niets anders dan het zo te accepteren?
Kunnen we er tegen vechten?
Doen wat we zélf willen?
Schrijver worden.
Koning zijn.
Wie denkt hij wel dat hij is?
Ik ben het zat.
Ik heb al te vaak gedaan wat mijn broer wil.
Nu is het mijn beurt.
Ik kies mijn eigen leven.
Ik blijf hier zitten en schrijven.
Ik doe niet meer mee.
En jullie kunnen beter gaan.
Kikkers zijn hier een delicatesse.

2.
NAPOLEON
Wat schrijf je daar?

LOUIS
Dat weet ik nog niet.
Woorden.

NAPOLEON
Zo weinig ambitieus als jij bent.
Schrijf toch een roman.
Een sonnet.
Een brief desnoods.

LOUIS
Dat kan het altijd worden.
Eerst de inkt op het papier.

NAPOLEON
Jij denkt te klein.

LOUIS
Jij denkt te groot.

NAPOLEON
Te groot denken bestaat niet.
Pak wat je pakken kan.
Carpe diem.

LOUIS
Dat vind ik een heel ongezond motto.
Er mogen ook best mindere dagen zijn.
Als je dat niet accepteert, word je gek.

NAPOLEON
Mijn kleine broertje de grote filosoof.
Schrijf je dat op?
Maak je er een manifest van.

LOUIS
Hou toch eens op met mij belachelijk te maken.
Ik word geen koning.
Ik word schrijver.

NAPOLEON
Ik word keizer van Europa.
En daar ga jij me bij helpen.

LOUIS
Hou op.

NAPOLEON
Ik heb je nodig.
Als jij koning van Holland bent, kan ik Engeland veroveren.
Jij kan ervoor zorgen dat de Hollanders me geld en manschappen en schepen geven.

LOUIS
De Hollanders willen mij niet als hun koning.

NAPOLEON
Onzin.
Ze zijn dolblij met je.

LOUIS
En Hortense dan?
Die wil ook niet wonen in een land waar de wolken altijd grijs zijn.

NAPOLEON
Jouw vrouw heeft jou te gehoorzamen.
Mijn besluit staat vast, Louis.

LOUIS
Ga zelf maar bij de kikkers in de modder zitten.
Ik doe het niet.
Holland wordt mijn ondergang.

NAPOLEON
Doe niet zo dramatisch.

LOUIS
Ze eten er kool en gepekelde vis.
Ze staan er kniehoog in de blubber.

NAPOLEON
Je wordt koning.
Ieder ander zou zich verheugen.

LOUIS
Kies dan die ander.

NAPOLEON
Jij bent de enige die ik kan vertrouwen.

LOUIS
Ik ben niet geschikt.

NAPOLEON
Jij bent perfect.
Ik ken jou.
Jij zal deze taak serieus nemen.

LOUIS
Ik wil de verantwoordelijkheid niet.

NAPOLEON
Het is al besloten, Louis.
Of zal ik Lodewijk zeggen?
Jij gaat naar Holland.
Jij wordt koning van de kikkers.
En je helpt mij aan de overwinning.

LOUIS
En als ik het niet doe?

NAPOLEON
Wil je mij echt mijn grootste wens ontzeggen?

LOUIS
Alsjeblieft.
Stuur me desnoods naar Italië.
Daar kan ik je toch ook helpen?

NAPOLEON
Je vergeet tegen wie je het hebt.
Ik ben je broer.
Je bent me dankbaarheid verschuldigd.
Ik ben je keizer.
Je bent me gehoorzaamheid verplicht.

LOUIS
Ik ben je ook dankbaar en ik wil je graag gehoorzamen.
Maar ik ben ook jóuw broer.
Mijn geluk gaat jou ook aan.

NAPOLEON
Het gaat nu niet om jou.

LOUIS
Nee, om jou.

NAPOLEON
Om mij, en het keizerrijk.

LOUIS
Het spijt me, Napoleon, maar-

NAPOLEON
Mag ik je wijzen op het lot van onze broer Joseph, die ik opdroeg koning van Napels te worden?
Hij weigerde.
En waar zit hij nu?
Met zijn kont op de troon van Napels.

LOUIS
Ik weet het.

NAPOLEON
Ik zou je kunnen dwingen.
Het zou onprettig af kunnen lopen voor je.
In plaats van op de troon, zou ik je midden in een weiland kunnen plaatsen.
Met koeien als raadsleden.
Of in een kuil, midden in het duinlandschap, waar het helmgras naar je zwaait en de wind je toejuicht.
Of wat dacht je van midden in de Noordzee.
Met een kroon van mosselschelpen en een mantel van wier.

LOUIS
Ik kan niet zomaar van de ene op de andere dag koning zijn.
Het is teveel.
Te plotseling.
Mag ik er nog even over nadenken?

NAPOLEON
We weten allebei wat het antwoord gaat zijn, majesteit.

3.
MINISTER V
Gefeliciteerd majesteit.

MINISTER G
Wij hebben zojuist het goede nieuws ontvangen.

LOUIS
Wat voor nieuws?

MINISTER G
Dat u instemt.

MINISTER V
Dat u besloten heeft de keizer te gehoorzamen.

MINISTER G
Dat u koning van Holland wordt en met ons meegaat.

LOUIS
Ik heb nog helemaal niet ingestemd.
Ik moest erover nadenken heb ik gezegd.
Ik wilde eerst het verdrag lezen.

MINISTER G
Maar de keizer zei-

LOUIS
De keizer denkt dat hij al gewonnen heeft.
De keizer denkt dat hij mij kan laten doen wat hij wil.
Maar jullie kunnen gerust zijn.
Ik zal mijn best doen een uitstekende koning te zijn.
Ik zal mijn uiterste best doen.
Voor Holland.
Niet voor mijn broer.

MINISTER V
Hoe bedoelt u, majesteit?

LOUIS
Ik zal mijn broer gehoorzamen.
Ik zal de beste koning worden die Holland ooit zal hebben.
Ik zal van Holland een welvarende, sterke natie maken.
Vanaf nu is het welzijn van de Hollanders mijn verantwoordelijkheid.
En die plicht zal ik met liefde vervullen.
En als mijn broer geld wil uit de Hollandse staatskas, zal ik hem dat niet geven.
Dat is niet in het belang van Holland.
En als mijn broer Hollandse manschappen wil voor zijn leger, zal ik hem dat weigeren. Die mannen zijn nodig voor de wederopbouw van Holland.
En als hij wil dat ik de handel tussen Holland en Engeland blokkeer, zal ik hem zeggen dat dat niet gaat.
Die handel is onmisbaar voor Holland.
En als hij schepen wil, zal hij een goede prijs moeten betalen, want de Hollanders zijn de beste schepenbouwers ter wereld.
Ik zal mijn broer gehoorzamen.
Hollanders, ik ben uw konijn.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch