Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het lege melkpak

Door Bianca de Vrind-Zegers

Twee weken, nadat we in Amsterdam zijn geland, krijg ik een e-mail uit Brazilië: Noreina gaat over een maand trouwen, met ons geld. Dat spijt haar oprecht, maar ze zal alles ooit terug te betalen. Toch vindt ze het jammer als wij er niet bij zijn. Ze durft niet te bellen. Of ik contact met haar wil opnemen?

We waren als zusjes, aan elkaar verknocht als de Bijbelse vrienden David en Jonathan, als een geschenk uit de hemel voor elkaar, zo omschreef Noreina de vriendschap die tussen ons was ontstaan. We schreven en belden elkaar wekelijks, nee bijna dagelijks. Nog nooit was ik in zo’n warm bad vol persoonlijke aandacht en bevestiging gestapt, zo’n douche die almaar zegende woorden op mij richtte, hoe open, bijzonder en slim ik was en hoe geliefd bij God.

Op wolkjes liep ik. Alles leek lichter, leuker en specialer door de wetenschap dat er aan de andere kant van de oceaan iemand was die om me gaf. Saaie lessen vormden een excuus voor het sturen van een grappig bericht. Een nare opmerking maakten we samen onnozel en teleurstellingen lachten we weg tegen hogere waarheden. In gebed droegen we mijn huwelijk op aan God. Ik voelde me als iemand die een verborgen rijkdom met zich meedroeg, een wijsheid die me onderscheidde van alle andere mensen om me heen. Hun leuke interessante levens waar ze zo vol van waren, daar stond ik niet langer buiten, maar boven. Ik zag ineens hoe leeg zij eigenlijk waren en ik was er verdrietig om, maar niet langer uit eigen gemis.

Met Noreina durfde ik weer te proeven van echte vriendschap. Ik had ooit geleerd om mijn eenzaamheid te omarmen en genoeg te hebben aan de liefde thuis, mijn man. Noreina had echter al direct mijn sociale oogkleppen afgenomen en nu voelde ik mijn eenzaamheid weer als een zenuw die open was komen te liggen. Doodsbang om de vriendschap te verliezen en verlangend naar zalvende woorden, klikte ik soms wel twintig keer op een dag mijn mailbox aan, als een verliefde puber. Wat haatte ik dit van mezelf!

Na mijn studie kwamen ik en mijn man voor een half jaar een training volgen op de zendelingenbasis in Zuid-Amerika, waar Noreina één van de leidsters was. Eindelijk, eindelijk konden we elkaar in het echt leren kennen!

We waren na lange tijd herenigde zussen, totdat Noreina besloot dat het beter was om een tijd wat meer afstand te houden binnen de vriendschap. Dan kon ik ook andere mensen leren kennen en dan zou mijn training niet te veel beïnvloed worden door Noreina. Het was beter voor mij, voor ons allebei, echt! Ik benijdde de geestelijke rijpheid waarmee ze zich zo onzelfzuchtig op durfde te stellen. Voor mij betekende het een emotionele marteling in de dagelijkse praktijk van een zendelingenbasis waar iedereen met elkaar samen leeft. Elke dag zag ik Noreina lopen, eten, praten en lachen met anderen, maar mij ging ze uit de weg. Ging dat niet wat ver? Maar Noreina wilde niet dat andere studenten zouden denken dat ze meer aandacht schonk aan mij dan hen. Logisch.

Geduld, een eindeloos engelengeduld moest Noreina opbrengen tegenover mij. Ik werd gekookt in de tegenstrijdigheden in mezelf en dat ging gepaard met een ontnuchterende boosheid en beschamende huilbuien. Vertrouwen tegenover achterdocht. Emotionele onafhankelijkheid tegenover een intens verlangen naar erkenning en geborgenheid. Was ik eigenlijk niet gewoon zo’n emotionele puinbak, omdat ik als een klein kind om aandacht schreeuwde?

Teleurstelling volgde op teleurstelling. Noreina , die niet eens kwam luisteren naar mijn lezing. Noreina die het niet voor me op nam en me zelfs openlijk op mijn plek zette. Noreina,die aan anderen vertelde dat ik een bekeerling van haar was. Was ze nu m’n vriendin of niet? Noreina die in het geniep aanpapte met de ene na de andere aantrekkelijke student. Die wel. Toen ik daarover bij haar aanklopte, moest ik maar eens een tijd vasten en eerlijk nadenken over mijn echte drijfveer. Want zie je nou wel, dat ik emotioneel afhankelijk was geworden van haar? Ik moest mezelf in de ogen durven kijken en niet bij haar om antwoorden komen vragen.

Het was zo. Ik wist het. En toch…

Er was een lezing over vriendschap. Ik had pen en papier in de aanslag. Noreina zat ook in de zaal. “Vriendschap is niet als een pak melk”, zei de spreekster. “Gebruik jouw vriendin niet als een pak melk dat je weg kunt gooien als het leeg is.” Het was alsof een engel van de Heer me op de schouder had getikt. Ik was als een pak melk, waar alleen maar uit geschonken werd en waar nooit iets in terug kwam, steeds opzij gezet als Noreina dat beter vond voor mij, maar eigenlijk voor haarzelf. Maar het was helemaal niet beter! Straks zou de vriendschap leeggeschonken zijn en dan zou ze me bij het vuilnis gooien.

We gingen met elkaar praten, onder leiding van een mentor . Noreina wilde eerst alleen met haar praten en liep daarna liep haastig weg. Gekwetst ging ik naar binnen, we zouden toch samen gaan praten? Ik ging zitten op één van de twee lege stoelen tegenover de mentor, die meteen het gesprek opende: “Wees maar niet bezorgd over je vriendschap met Noreina…” Ze liet een adempauze vallen en observeerde mijn reactie. “Want je hebt toch steeds allerlei dingen voor haar betaald?” Die woorden, die blik, de toon van haar stem. Het klopte niet met elkaar. Zou ze echt denken dat…? Mijn man en ik hadden Noreina inderdaad gesteund en ze had ook nog geld van ons geleend, maar… We kregen advies elkaar de komende maanden niet meer te spreken.

Van de ene op de andere dag was Noreina verdwenen. Waar was ze?Uiteindelijk raakte ik toch bezorgd. Een leidster liet het geheim los: Noreina was in een stadje in de buurt vanwege een man. Victor werd al spoedig vol trots aan ons gepresenteerd en Noreina stelde voor om met z’n vieren naar haar geboortedorp af te reizen. We konden daar samen nog een geweldige tijd hebben in een prachtige omgeving. Ze kon dan ook meteen het geleende geld opnemen van haar bankrekening en terugbetalen. Een prettige bijkomstigheid was, dat ze met ons erbij kon voorkomen dat ze onbegeleid met haar nieuwe geliefde aan zou komen bij haar kerkelijke achterban. Blij dat ik weer openlijk in vertrouwen was genomen en uitkijkend naar een spannende reis naar het binnenland van Brazilië, boekten mijn man en ik vier tickets.

Gelukkig werden we op sleeptouw genomen door de hartelijke kerkgenoten van Noreina, anders hadden we ons vast erg verveeld in het stadje. Noreina was natuurlijk smoorverliefd en wilde alleen maar bij Victor zijn. Dat snapten we wel, ook al vonden we het een beetje jammer. Een dag voor ons vertrek, kwam Noreina vragen of ze het geleende geld mocht gebruiken voor haar bruiloft. Dit vonden wij niet goed. Ze had toch zelf gezegd, dat het beter was als geld geen rol meer speelde in de vriendschap?

Diezelfde avond, werd de verloving bevestigd in de kerk. Ik hield een toespraak in mijn allerbeste Portugees. Na de dienst liepen we samen terug naar huis, Noreina voorop met Victor. Ze had helemaal niets tegen me gezegd na mijn toespraak en ik ging me steeds ongemakkelijker voelen. Deed ze het opzettelijk? Was er iets mis? Ik vroeg om opheldering en bij de voordeur viel het oordelende zwaard met een klap op mijn hoofd: Volgens Noreina had ik zojuist bewezen dat ik emotioneel afhankelijk van haar was. Nog steeds.

Zwijgend gingen we naar binnen. Ik ging op mijn bed zitten met mijn man, terwijl Noreina zich afzonderde met Victor. Na een tijdje kwam Noreina de slaapkamer binnen. “Ik ben eigenlijk zelf niet helemaal zeker van mijn motieven.” zei ze zacht. Ze haalde diep adem: “Ik kies ervoor de vriendschap te verbreken.” Ze liep de kamer uit en deed de deur achter zich dicht. Voor het eerst was ze eerlijk geweest.

Terwijl de bus weg reed, maakte de pijn die ik de avond ervoor nog had uitgeschreeuwd in de schoot van mijn man en het niet willen dat het waar was plaats voor opluchting, zoals het laten trekken van een rotte kies uiteindelijk minder erg is dan alle doorstane angst en pijn van daarvoor.

Hardop schenk ik Noreina vergeving, elke dag opnieuw, zodat ik het mezelf hoor zeggen. Niet voor haar, maar voor mezelf. Zelfs geen spoor van bitterheid wil ik koesteren. Alleen de stekende schaamte voel ik nog, dat ik ooit uit vrije wil zo ver met iemand ben opgetrokken en er mijn lieve geduldige man in heb meegesleurd.

Ik lees de e-mail van Noreina nog eens:“Jammer” vindt ze het. Jammer is het als je een melkpak weg gooit dat nog niet helemaal leeg is.

En met één klik gooi ik de e-mail weg.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch