Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het Leonardo effect

Door Bianca de Vrind-Zegers

Ik was er nooit goed in, in schrijven. Voor elk opstel dat ik moeizaam in elkaar verzon, kreeg ik vroeger op school maximaal een vijf. Ik speelde nog wat meer met de woorden, een lossere toon, liet desnoods wel eens een oogje dwalen naar het werk van een medeleerling, maar het hielp niet. Het cijfer leek volledig af te hangen van het cijfer van het slimste, ook aantrekkelijkste, meisje van de klas. Kreeg zij een tien, dan kreeg ik een vijf. Was haar opstel een negen waard, dan was een vier mijn deel. Ik aanvaarde mijn lot en schreef Nederlands als erkend schoolvak eenzijdig af. Ik gaf mijn leraar in stilte een cijfer dat minimaal een volle punt onder het mijne lag. Niet omdat hij vond dat ik niet kon schrijven, maar omdat hij geen moeite deed om het mij te leren.

Want ik kan het leren. Schrijven is leven, beleven, inleven en zo nog meer. Ik weet hoe ik dat moet leren, nu wel. Ik ben er nog steeds niet goed in, in die verschillende vormen van leven, maar leven is maar één letter verschil met lezen, en lezen kan ik wel. Genieten van lezen ook en observeren. Mensen die voorbijkomen, ik observeer ze en leer hun karakters te lezen. Liefdevol manipuleer ik ze in een personage dat ik toeschrijf wat ik wil. Zo lees en schrijf ik mensen mijn leven in, terwijl het meisje en de leraar in mijn hoofd steeds meer afgestompt en vergeeld raken.

Een bankje, een notitieboekje dat precies in mijn kontzak past en de allersimpelste pen. Ik kijk, ik luister, en ik schrijf. Ik lees en schrijf dan verder. Een man zit naast een vrouw. Het is zomer. Warm. Ze zitten in de schaduw en ze zijn op vakantie. Allebei hebben ze een boek, zij eentje over tuinkruiden, hij een groter met het opschrift “Leonardo da Vinci”. Die is dood, al heel lang. Zijn ideeën zijn omarmd of achterhaald, maar de lezende man blaast ze nieuw leven in. Hij heeft er als onzichtbare huisvriend zelf naast gestaan en schonk de heer da Vinci dagelijks zijn kruidenthee in, en stak ’s ochtends voor het daglicht zijn kaars aan met lucifers die hij afstreek aan de onderkant van zijn schoen. Of hadden ze die toen nog niet? De man praat en praat maar. De vrouw kijkt voor zich uit, glimlachend knikkend. Af en toe stelt ze hem zelfs een vraag.

Gefascineerd kijk en luister ik toe. Hoe doet hij dat? Als ik over mijn passies spreek, gaat mijn gespreksobject zich meestal vervelen. Wat doet deze man waardoor dat bij hem niet gebeurt? Zijn stem schalt over het gras, weerkaatst op de stoeptegels, ritselt door de bladeren en kietelt op mijn trommelvliezen. Ik noem de man voor het gemak Leonardo en schrijf op wat hij zegt, zoveel woorden als ik kan raken en zoveel concepten als ik kan treffen. Als een gameverslaafde ga ik te werk en alle woorden die me tegemoet vliegen probeer ik te verslaan. Er moet een verklaring zijn voor het Leonardo effect.

Een dag later loop ik langs een blonde vrouw met opgestoken krullen. Ze zit op een kruk en ik zie haar rug. Ze is ingespannen met iets bezig. Schilderen. Een portret. Voor haar zit een jongere vrouw, die haar mysterieus glimlachend aankijkt, haar gladde donkerbruine haar losjes naar voren over een schouder. Leonardo is er ook weer, zegt dat gezichten niet in lijnen te vatten zijn, dat Leonardo da Vinci daarom werkte met vlakken en schaduwen en dat hij zelfs in lijken sneed om het onderliggende spierweefsel bloot te leggen, waarover de huid van het gezicht is gespannen. De blonde vrouw drinkt zijn woorden in. Ze vraagt, hij spreekt. Hij spreekt, zij zwijgt. Ik kan het niet aanhoren, alleen opschrijven, ook al klopt het niet.

Op een dag staat de blonde vrouw plotseling voor me “Wat zit je toch altijd te schrijven?” vraagt ze. We kijken naar elkaar. Ik ontwijk haar ogen. Ogen prikken en maken me in de war, want het is onmogelijk om in beide ogen tegelijk te kijken. Met welk oog moet je dan in welk oog kijken zonder te oogverdrinken in elkaars traanvocht? “Ik schrijf op wat ik zie en hoor, ik lees dat over, en ik maak er iets nieuws van.” antwoord ik. Het kleurige lijnenspel van haar gezicht boeit me, een blozend hart met een goudblonde bloemkelk. “En jij schildert. Ik heb het gezien”. De vrouw knikt. “Ik heb het weer opgepakt. Ik doe vooral portretten”. Ik raap mijn moed bijeen : “Wat Leonardo…Wat die man tegen je zei, dat een gezicht niet in lijnen te vatten is, klopt niet.” Ze kijkt me geamuseerd aan met een ondeugende krulletje om haar rechter mondhoek. “Picasso deed het”, zeg ik.

Een mooie middag. Nog steeds vakantie. Ik heb een fijn plekje in de schaduw gevonden aan een houten picknicktafel en heb behalve mijn notitieboekje ook mijn kladversies van verhalen en hoofdstukken en mijn schriften met aantekeningen en gedachten meegenomen. Ik lees en zoek verbanden. In de kantlijnen schrijf ik met een gekleurde pen woorden die in me opkomen, bij elk soort gevoel dat de woorden oproepen gebruik ik een andere kleur. Het is een geconcentreerde klus en er is dan ook voor niemand meer plek aan deze tafel. Dan slentert er toch iemand langs. Hij blijft tegenover mij staan, bijna tegen het tafelblad aan. Overal schriften, markeerstiften en gekleurde pennen. “Ben je nakijkwerk van school aan het doen?” Ik kijk op en zie dat het Leonardo is. Zal hij zo meteen zijn geheim aan mij onthullen en daarmee mijn uitgestalde schat aanvullen? “Nee, ik wil schrijver worden”, zeg ik. Hij knikt. Of zie ik hem zijn schouders licht ophalen? Hij loopt door terwijl ik nadenk.

Aan het einde van dezelfde middag is daar weer de schilderes. “Ik heb een portret van je gemaakt en ik wil het je laten zien. Je mag het houden als het je aanspreekt.” Wat lief! Ik pak het opgespannen canvas ter grootte van een stoeptegel aan en houd het met gestrekte armen voor mijn gezicht. Ik zie een volwassen vrouw, blond en met eenvoudige ferme lijnen olieverf vastgelegd, nauwelijks herkenbaar, maar toch intrigerend. De ogen zijn er uiterst secuur uit gesneden. Terwijl ik ze bekijk zie ik de schilderes. Voor het eerst kijk ik in haar ogen, door mijn portret heen. Ze zijn blauw en eerlijk als de mijne, maar toch anders. Wat is er precies anders aan? Ik denk aan het mysterie van het Leonardo effect en zoek in de lucht met een denkbeeldige markeerstift naar een verband.

Ik loop naar huis met het portret in mijn handen. Terwijl ik door mijn uitgesneden ogen kijk, zie ik mijn pad in een verrassend gedetailleerde pracht voorbij komen. Elke stap geeft een nieuw beeld en een ander lichtspel, allerlei kleurenschakeringen van steen en aarde, bekleed met mos, gegarneerd met doffe plakkaten versteende kauwgom, en zelfs die hebben binnen het kleine kader van de ogen hun eigen zeggingskracht. Dan kom ik een paar harige mannentenen tegen in een zwetende zwarte slipper. Ik kijk langzaam op met het schilderij, kruip als een rups langs zijn borstelige benen omhoog, langs de korte blauwgeruite broekspijp met klepzak, via zijn witte poloshirt, het kraagje, de hals, de welvende onderkin, en dan: een gezicht met verbaasde ogen die zich onbespied wanen met het canvas tussen ons in. “U heeft gelijk” zeg ik tegen Leonardo. “Een gezicht is niet in lijnen te vatten”. En ik draai het portret om. We kijken elkaar aan, gevangen in enkele lijnen waaruit de ogen zijn ontsnapt. De ogen, dat zijn wij. Ik zie hem zoals ik hem niet eerder heb gezien, een zwijgende man, die in de open ogen van een schilderij een uitweg heeft gevonden uit zijn eigen feitenportret. En ook ik vind mijn uitweg, via zijn ogen. Ze zijn diep amberbruin.

Heel even stel ik me voor hoe ik mijn nieuwe portret hardop zal uitdragen en voorzingen aan iedereen die het maar wil horen, en het dan als laatste bij mijn oude leraar Nederlands en bij het toen zo slimme mooie meisje in de oren schreeuw, het laat echoën tot in hun hersenschors, tegen hun voortanden en weer terug naar binnen. Maar dan bedenk ik dat het niet meer belangrijk voor me is hoe anderen me ooit zagen of hoe ik hen zag. Gezichten en karakters van mensen zijn alleen in lijnen en woorden te vatten als je de ogen vrij laat en ik laat ze vrij. Met het grootste genoegen en plezier laat ik ze vrij.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch