Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het Lijk

Door Anita Meuris

Het Lijk

Beste lezer, bewijs mij nog een laatste gunst en lees dit verhaal luidop. Het beschrijft het belangrijkste deel van mijn leven en ik wil dat er nog een echo van nagalmt wanneer mijn laatste adem is uitgeblazen.

Ik heb het leven nooit eerder naar waarde geschat. Wellicht was ik te onvolwassen om te beseffen hoe vergankelijk het is. Ik dacht dat ik altijd jong zou blijven. Een woeste, duistere god. Blijkt dat ik op mijn dertigste al kapot ben geleefd. In dat opzicht verschil ik niet van Het Lijk.

Dag en nacht kwellen visioenen van bloed, kots en geweld mijn geest. Eén beeld in het bijzonder laat me niet los. Het is dat van een man die schreeuwend en bebloed op me af rent. Ik weet nog dat ik hem walgend van me af duwde toen hij me vastgreep en in zijn eigen bloed gorgelde: “Help me!”

Het Lijk en ik hadden nooit verwacht dat Astaroth Diabolus iemand zou vermoorden. Hij was onze magister, ons idool. Toen ik voor het eerst bij hem op audiëntie kwam, dook zijn rijzige gestalte op uit een pluim podiumrook. Zijn haren reikten helemaal tot aan zijn middel en zijn blik boorde door me heen. Iedereen was bang van hem, zelfs Het Lijk, die al jaren een fanatiek satanist was.

Ik geloof dat Het Lijk in werkelijkheid Steven heette, maar ik begreep zijn bijnaam wel. Zijn bleke, dunne huid en knokige gezicht gaven hem een doods voorkomen. Bovendien was hij zo mager dat zijn ruggengraat als een knobbelige parasiet tegen zijn vel drukte. Pijn en honger vormden een belangrijk onderdeel van Astaroths leer. We verminkten onszelf afwisselend met naalden, vuur en messen. Ondertussen staarde Het Lijk mij wezenloos aan. Ik wist wel wat hij van mij verlangde: dat ik een manier vond om te ontsnappen. Alleen wou ik niet ontsnappen. In Astaroths wereld waren er geen regels, geen schaamte en geen angst. We waren er allemaal goden.

Het Lijk wist dat ik in de vluchtauto had gewacht terwijl Astaroth die man in zijn eigen huis afslachtte. Hij wist ook dat ik daar geen wroeging over had, maar hij had die wel. Verdomme, hij wel! Eigenlijk heb ík Het Lijk vermoord. Laten we eerlijk zijn, hij voelde iets voor mij. Misschien was dat obsceen. Misschien was Het Lijk wel een mietje. Feit is: ik kan zijn zelfmoord niet aanvaarden en ik kan nog veel minder aanvaarden dat Astaroths occulte bezweringen hem niet uit de dood konden opwekken. Ik heb een paar keer met de loop van een revolver in mijn keel gestaan, maar uiteindelijk kon ik mezelf niet van kant maken. In de plaats daarvan heb ik Astaroth van kant gemaakt. Stukjes van zijn bot liggen op elk punt van het omgekeerde pentagram waarin ik zit en nu ik mijn verborgen incantatie door jullie geesten heb verspreid, zal het niet lang meer duren vooraleer ik Het Lijk weerzie, in welke gedaante dan ook.

Anita Meuris

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch