Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Het schilderij

Door Jeroen Kraakman

Het begon te regenen. Natuurlijk begon het te regenen. Het was immers al de hele ochtend droog gebleven en de voorspellers waren het er unaniem over eens; er zou geen druppel vallen deze week. En dus begon het te regenen. Precies toen hij over straat ging met zijn nieuwe schilderij. Een kunstwerk zo groots dat hij aanvankelijk weigerde het in te pakken. Een meesterwerk zo meeslepend dat zelfs de mensen die voorbij zoefden in bussen en auto’s, er slechts een glimp van opvingen, daar ’s avonds uitgebreid over zouden vertellen als ze aan tafel zaten bij familie, vrienden of huisdieren. En hij wist het. De kunstenaar wist het.

Een uitzonderlijke situatie voor hem, want hij stond weliswaar wijds bekend als groot talent, zelf was hij altijd de eerste geweest om dit beeld onderuit te halen. De bedragen die hij ontving, de loftuitingen die hem ten deel vielen, zij deden hem niets. Hij wist nooit te maken wat hij wilde maken. Verpestte de schoonheid die hij voor ogen had, door haar te willen kopiëren. Tot nu. En met dit absolute meesterwerk onder zijn arm, zoals hij het zelf nota bene omschreef, rende hij hijgend over straat. Terwijl de weergoden zijn emoties teisterden. Met slagregens en windvlagen.

Urenlang had hij de weervoorspellingen nauwgezet gevolgd. Wetende vanaf de vroege ochtend dat de kans op regen nihil was. Het werd een warme, zonnige dag en het enige vocht dat zijn meesterwerk zou kunnen beschadigen was het zweet dat van zijn voorhoofd zou druppelen terwijl hij kalm en waardig over straat zou lopen. Een wandeling van zo’n vijftien minuten, met het doek zelf, toch maar veilig verwikkeld in enkele lappen stof van het bed in zijn atelier. Hij was onderweg naar zijn vaste kunsthal, alwaar zijn goede vriend ongeduldig op hem stond te wachten.

Geheel volgens hun zelfbedachte traditie was zijn vriend de eerste die het mocht zien. Zijn vriend was kritisch en eerlijk. Niet zelden had hij eerdere kunstwerken verder aangepast, naar aanleiding van deze eerste, geheime bezichtiging, en altijd was het werk er zienderogen fraaier op geworden. Dit was echter het eerste werk sinds deze traditie had aangevangen, waarbij hij zeker wist dat de galeriehouder het werk waarschijnlijk direct aan de muur zou willen hangen. Om voor de hele wereld te aanschouwen hoe uitzonderlijk goed dit idee uit de verf was gekomen.

Maar hier liep hij nu, met zijn doek in de regen. Biddende tot een god waarin hij nooit enige fiducie had gestoken, dat de dekens van zijn bedbank dik genoeg waren om de slopende waterdruppels buiten te houden. Niet zweetdruppels, maar regendruppels begonnen via zijn voorhoofd en neus naar beneden te stromen. Een laatste hevige bui dreunde over de verlaten straten, terwijl het zure hemelwater zich vermengde met het zout van zijn tranen. De dekens in zijn handen kleurden rood en zwart van de doorlopende verf, terwijl er kleine stroompjes geelblauw water tussen zijn tenen sijpelden. Zich vermengend met het regenwater op de grauwe tegels.

Voor de deur van het atelier aangekomen, bleek deze gesloten. Een laatste uitdaging, omdat hij het doek immers met beide handen vast diende te houden. Hoewel hij vreesde het meesterwerk voor eeuwig verloren te hebben, was hij vastbesloten het aan zijn vriend te tonen, alvorens hij het verslagen achter zich aan zo slepen, terug naar het atelier. Om het aldaar aan gort te trappen, zoals hij dat deed met de vele mislukte kunstwerken die zijn oeuvre rijk was. Terwijl hij het geelblauwe spoor bekeek, dat eindigde tussen zijn voeten, zwaaide de deur open. Ook zijn vriend zag het spoor en een korte grijns sloeg om in een blik van afgrijzen, toen hij besefte dat de felle kleuren van het doek afkwamen dat zijn doorweekte vriend nog steeds tussen zijn vingers geklemd had.

Snel trok hij de schilder over de drempel en sloot de deur achter hem. Hij deed deze op slot en draaide het bordje dat achter het raam hing met de kant naar buiten waarop ‘gesloten’ stond. Hij leidde zijn vriend naar binnen, pakte een klaarstaande ezel en keek gespannen toe hoe de schilder zijn meesterwerk uitpakte en bibberend op de ezel plaatste. Met open mond aanschouwde hij het meesterwerk, terwijl de schilder zijn natte haren naar achteren veegde en onzeker afwachtend naar de galeriehouder keek. Een uur ging voorbij. Beiden spraken geen woord. De galeriehouder staarde, inmiddels met gesloten mond, de schilder wachtte af.

De spanning werd doorbroken door geklop op het raam. Twee oudere dames met grijze haren en rode paraplu’s tuurden ongeduldig naar binnen. Beide mannen kenden de dames maar al te goed. Fervente kunstminnaars en vaste bezoekers van de galerie, alsook aanbidders van de schilder en zijn werk. De galeriehouder knikte naar zijn vriend en wees op een fles rode wijn en een tweetal glazen, terwijl hij naar de deur liep. Een kort gesprek volgde en tegen de verwachtingen van de schilder in, liet zijn vriend de dames binnen. Terwijl zij voorzichtig naderbij kwamen en het kunstwerk aanschouwden, zette de galeriehouder zijn deur wagenwijd open. De zon scheen weer uitbundig, de zomer was teruggekeerd.

De schilder schonk twee glazen wijn in en twijfelde wat nu te doen. Deze de twee dames aanbieden of zelf een glas nemen en de andere reserveren voor zijn goede vriend. Deze kwam aangelopen en nam alle twijfel weg door een glas aan te pakken en er direct een forse teug van te nemen. Vragend kijkt de schilder zijn vriend aan en fronst zijn wenkbrauwen. Deze wijst op de openstaande deur, waar alweer twee mensen voorzichtig over de drempel stappen.

‘Ze volgen jouw blauw gele spoor vanaf het einde van de straat naar hier.’

De schilder loopt naar de voordeur en ziet twee halve voetafdrukken op de tegels voor de deur van de galerie. Opgedroogd in de warme zomerzon. De wereld lijkt de korte bui alweer vergeten. De straten zijn droog, de hemel strakblauw. De schilder steekt zijn hoofd naar buiten en ziet twee dansende lijntjes over straat lopen, blauw en geel, met hier en daar een druppeltje rood. Een vrouw met kinderwagen staat er geboeid naar te kijken. Haar dochtertje is uit de wagen geklauterd en huppelt voorzichtig over de speelse lijntjes. De schilder blijft nog even kijken en wandelt dan weer naar binnen, alwaar inmiddels vier mensen verbouwereerd naar zijn nieuwste creatie staan te kijken. Hij kijkt met hen mee, maar ziet slechts de mislukking, de schade van het stromende water, de afdrukken die zijn handen hebben achtergelaten op het doek. Bij wat een oog op het doek was, druppelt een waterig straaltje blauw naar beneden. Een zucht klinkt, gevolgd door een stem: ‘Ik kan ook wel huilen. Zo mooi is dit.’

De schilder neemt nog een slok wijn en loopt naar de fles om zichzelf opnieuw in te schenken. De druppel blauw regenwater bereikt de onderkant van het schilderij en terwijl deze de kracht opbouwt om de sprong naar beneden te wagen, steekt het kleine meisje haar hand uit en vangt de druppel op met haar wijsvinger. Ze kijkt ernaar en laat de druppel trots aan haar moeder en alle andere aanwezigen zien. Ze lacht er uitbundig bij. De galeriehouder gaat naast zijn vriend staan en slaat een arm om hem heen.

‘Een meesterwerk.’

2 reacties

Marc Kerkhofs

zaterdag, 12:42

Mooi, breekbaar, poëtisch verhaal. Herkenbare onzekerheid van de kunstenaar.

Emmy Kraakman

dinsdag, 19:12

Verrassend goed geschreven verhaal. Verdient eerste prijs.

0 Fictie

TEVREDEN

Laura Leihitu

0 Non-fictie

Pelgrims

Isa Altink

0 Fictie

Retro

Daphne Hubeek

1 Fictie

aurora

Vincent Gligoor