Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het tentamen

Door Laura T

Terwijl ik mijn ogen open deed realiseerde ik me al welke dag het was. Wellicht realiseerde ik het me al voordat ik mijn ogen open deed. Terwijl ik sliep. Ik denk dat ik er zelfs over droomde. Dat ik verstrikt was in een web van flarden droom, zo realistisch dat ik schrok van de kille realiteit.
Ik staarde een halve minuut naar de crème kleurige muur voor me en sloeg daarna de dekens van me af, als een robot. Alsof ik voorgeprogrammeerd was om elke dag uiteindelijk toch weer op te staan. Op te staan zonder een specifieke reden.
‘Zouden meer mensen dit hebben’, vroeg ik me hardop af terwijl ik mezelf in de spiegel bekeek om te zien welke schade de nacht had aangericht. Mijn haar leek ontploft en mijn ogen stonden dof en moe. En verrek, ik had er nog een dikke vette pukkel op mijn voorhoofd bij gekregen ook. In gedachten vervloekte ik de chocoladeletter die ik maandagavond zo gulzig had opgepeuzeld. Chocolade en een goede huid, slechte combinatie.

Ik rilde, het was zo koud! Hoe moeilijk zou het zijn om te emigreren naar een warm land? Kon je dan eigenlijk ook nog Nederlander blijven? Ik beloofde mezelf om dit vanavond eens grondig uit te zoeken. In deze vrieskou was het toch allemaal niks. Ik schoot in een spijkerbroek en zocht iets zwarts voor erop. Checkte in de spiegel of het niet al te erg vloekte, haastte me naar mijn mini keukentje en trok met geweld de voorraadkast open. Fijn, ik was blijkbaar vergeten om brood te halen. Mijn oog viel op een luikse wafel. Het was de laatste uit het pak en hij lag daar zo te vereenzamen dat ik besloot hem het voordeel van de twijfel te geven. Een luikse wafel als ontbijt, ach ja wat maakte het ook uit.
Ik ging aan mijn kleine tafel zitten en genoot niet van mijn wafel. Het was half 7 en ik zou zo direct met de trein richting de universiteit moeten voor een tentamen. Een hertentamen om precies te zijn. Een hertentamen dat ik al voor de 4e keer deed.
Een voordeel van het vroege tijdstip en de ijzige kou was dat mijn gedachten nog niet op volle toeren werkten. Dat wil zeggen dat ik nog even een robot was, vrij van allerlei blokkerende gedachten. Ik stopte het laatste stukje wafel in mijn mond en liep naar de badkamer voor de laatste voorbereiding om enigszins representatief de deur uit te gaan.

Tien voor 9, ik zat te wachten voor een dichte deur. Helemaal vooraan, alsof ik bang was dat ik alsnog te laat zou komen. En het was mis; mijn handen trilden. Ik legde ze op mijn schoot in een poging mezelf te kalmeren. Diep van binnen wist ik dat het een hopeloze zaak was.
Mijn blik viel op een magere jongen met piekerig haar, die een paar meter van me verwijderd op een randje zat. In zijn knokige handen had hij een aantal A4’tjes met tekst waar zijn ogen razendsnel overheen gleden. Aantekeningen van de stof, zo nam ik aan. Ik wist niet of hij dezelfde studie volgde, maar ik dacht van niet. Aan de andere kant was ik slecht in gezichten herkennen en skipte ik college regelmatig dus het zou ook heel goed kunnen dat ik hem gewoon niet herkende.
De Jongen draaide een A4’tje om en fronste zijn wenkbrauwen alsof hij iets zag wat hij nog niet eerder gezien had. Ik wilde niet stoppen met kijken, hoewel ik geen idee had waarom ik bleef staren. Misschien verlichtte het mijn eigen benarde situatie? Als ik aan mijn tentamen zou denken zou alles toch weer in de soep lopen. Zou ik weer een heel jaar over moeten doen, zou ik nooit een diploma halen, zou ik nooit een goede baan – Wat een mazzel dat de Jongen daar zat om mijn gedachten af te leiden!
Ik durfde niet eens om me heen te kijken, allemaal koortsachtige mede-studenten die tien minuten voor aanvang van het tentamen meenden het verschil te kunnen maken tussen een voldoende of onvoldoende. Mijn handen trilden nog erger.
Onrustig ging ik verzitten en ik probeerde mijn gedachten uit te zetten. Ik richte mijn aandacht weer op de jongen voor me. De Jongen keek op en zag me kijken. Zag me staren.
Ik moet er waarschijnlijk niet al te best hebben uit gezien want hij bleef me aankijken. Fronsend. Ik keek naar de grond. Ik voelde me alsof ik ging flauwvallen, alsof ik moest overgeven. Kon ik wegrennen? Gedachten maalden door mijn hoofd en pareltjes zweet verschenen op mijn voorhoofd.
‘Er zijn ergere dingen dan tentamens hoor’ .
Ik keek geschrokken op.
De jongen. Keek me nog altijd aan maar niets aan hem verraadde dat hij iets gezegd had. Ik keek hem een aantal tellen geschrokken aan maar voordat ik kon reageren had hij zijn aandacht alweer op zijn aantekeningen gericht. Alsof hij niks gezegd had. Alsof hij wilde dat hij niks gezegd had. Ik liet mijn blik onzeker over hem heen glijden; zocht iets waaruit bleek dat hij me net had aangesproken.
Mijn blik viel op een boek dat hij naast zich neer had gelegd; ‘Het ontstaan van het heelal’. Het ontstaan van het heelal. Juist. Niet helemaal het tentamen ‘Werk en Gezondheid’ waar ik me voor had ingeschreven.

De jongen keek niet meer op of om en toen de deur die naar de tentamen hal leidde eindelijk open ging stonden we op en gingen vervolgens ieder onze eigen weg.
Ik koos een geschikte tafel, checkte of de poten wel gelijk waren en plofte neer. Ik had geen gevoelens en gedachten meer. Op wonderbaarlijke wijze. Ik gluurde over mijn schouder of ik de Jongen nog ergens zag; maar het was tevergeefs. De zaal had zich inmiddels gevuld met hordes mensen die me het zicht belemmerden. Ik kreeg een blaadje voor mijn neus en voordat ik het wist zat ik tentamen te maken, zonder gedachten.
‘Er zijn ergere dingen.’

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam