Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het tietengebouw

Door Nancy Bastiaans- Lommen

Het tietengebouw

‘Laten we bidden.’ Ze sloten hun ogen. Op wat gekuch na was het stil in de kerk. Een goede gelegenheid om te kijken of het waar was, wat mijn beste vriendin had gezegd over Karin. Dat bidden daar begreep ik toch niets van. Ik boog een beetje voorover en keek naar rechts. Het mooiste meisje van de klas zat kaarsrecht en jawel hoor, door haar coltrui priemden twee bollingen. Klein, dat wel, maar duidelijk het begin van tieten. Karin was mooi, lief en nu was ze ook nog eens de eerste die volwassen werd.

De pastoor rammelde me uit mijn bewondering met zijn niet te volgen geprevel. De voorste rijen stonden op en schuifelden het gangpad op. Gelukkig, het was weer voorbij.

Mijmerend sjokte ik achter mijn ouders aan over de Akerstraat in Heerlen naar huis. Mijn hoofd gebogen, zoekend naar enige beweging onder mijn trui. Voor het eerst drong de betekenis van mijn vaders standaard opmerking tot me door. ‘Het is toch wat met dat tietengebouw.’ De ophef over het kantoor begreep ik niet. Het was prachtig, blauw met grote kokers ervoor. Dat ze tieten werden genoemd bevestigde mijn vermoeden. Het hebben van borsten is dus echt hét belangrijkste van vrouw zijn.

‘s Avonds nestelde ik me in bed bij mijn vijftien knuffelvrienden. Thijs het konijn was mijn God, ik vertelde hem alles en vroeg hem mijn wensen uit te laten komen. Hij was het natuurlijk roerend met me eens dat ik er klaar voor was. Het was zijn idee geloof ik, dat ik mijn moeder moest vragen om alvast een BH voor me te kopen.

Haar ogen gleden over mijn platte borst en met een verbeten glimlach kwam het hoge woord eruit. ‘Zover ben je nog lang niet. Ben jij maar blij dat je nog kind kunt zijn.’ Een belachelijk antwoord vond ik. Thijs en de rest van de pluche-gang was het roerend met me eens.

Steeds meer meisjes in de klas kregen ze en Thijs wist het ook niet meer. Mijn tieten-obsessie werd langzaam overgenomen door mijn verliefdheid op Ernst Jansz van Doe Maar. Tietenloos ging ik naar de middelbare school. Het boeide niet meer zoveel. Thijs moest me helpen met al mijn verliefdheden, naast Ernst Janz was er ook nog die jongen uit de tweede en die uit de vierde was ook knap.

‘Thijs, we moeten praten. Zonder ‘je weet wel’ kom ik al moeilijk aan verkering. Ernst Jansz ziet me aankomen, zeg. Het is ook beter dat jullie niet meer in mijn bed slapen. Daar ben ik nu te groot voor, begrijp je dat?’ Natuurlijk hadden mijn ‘God’ en zijn apostelen hier begrip voor. Ze verhuisden naar een stoel en toen begon het. Ik kreeg tieten en hoe. Ze groeiden en groeiden, het hield niet op. Prachtig vond ik het, tot het moment dat de mijne die van mijn vriendinnen, inclusief die van Karin voorbij groeiden. Ik schaamde me dood voor die veel te grote ondingen. In datzelfde jaar werd het tietengebouw afgebroken.

Borsten

Het bijzondere tietengebouw was uit het straatbeeld verdwenen en ik had een goed gevulde trui. Vanaf dat moment leek het me beter om mijn ballast meer eer aan te doen en ze borsten te noemen. Behalve de ronde vormen kwam ook een lichte vorm van volwassenheid aan de oppervlakte. Zo zwoer ik beroemdheden af en werd verliefd en hoe. Na een paar weken meldde hij, dat hij ging studeren in de grote stad en geen tijd meer had voor een vriendin. Tranen met tuiten en de onzekerheid sloeg toe. Was ik niet leuk genoeg, niet knap genoeg, lag het misschien aan mijn …?

Een nieuwe vlam kwam op mijn pad en hij bleef. Knap en zeer gewild bij man en vrouw. Dat deerde mij niet. We waren verliefd en het was voor het leven, dat wisten we zeker. Net als zijn vader bezat hij een bijzonder muzikaal talent. Dat bleef niet onopgemerkt. Hij werd wat ik had afgezworen: een beroemdheid. De eerste tekenen van zijn toen nog bescheiden roem stonden onder het raam van mijn studentenkamer in de Nobelstraat. Dames verzamelden zich daar om een glimp van mijn geliefde op te vangen. Dat was schattig. Later werd ik buiten ons veilige Heerlen bruusk door gretige grietjes aan de kant geduwd als hij het podium afliep. Het kwam tot een punt dat ik de concerten niet meer bijwoonde.

Op een avond liep ik naar de ingang van een zaal. Ik wist dat het concert voorbij was en ik zou vriendlief ophalen om het nachtleven in te duiken. Ik was blij dat hij al buiten stond en niet verbaasd dat er groupies om hem heen stonden. Ik naderde en hij zag me. In plaats van op mij af te lopen, wenkte hij me. ‘Dit is mijn vriendin,’ zei hij vrolijk tegen de dames. Een slanke, mooie studente draaide haar hoofd, bekeek me van top tot teen. Haar ogen vlamden. ‘ Is zij jouw vriendin, met die dikke tieten?’

Nee, beroemdheden en ik dat was toch geen match. Hoewel ik voor George Clooney misschien wel een uitzondering zou maken.

Het konijn, de Duivel, een Engel en het schaap in wolfskleren

Natuurlijk was de opmerking van een groupie over mijn borsten niet de oorzaak van de breuk. Er volgden nog vele fijne jaren en we groeiden uit elkaar. De rest van mijn lijf paste zich aan en bracht het buitenproportionele in verhouding.

Thijs, mijn knuffelkonijn tevens God, bleef al die jaren bij me. Opgeborgen in een doos op de zolder. De veertien apostelen waren spoorloos verdwenen. De weigering van mijn moeder toentertijd om een zoektocht te starten, was verdacht.

Ik richtte me niet meer specifiek tot Thijs als ik iets te wensen had. Dat kon uit de hand lopen, wist ik. Stilletjes hoopte ik op een nieuwe liefde, die wel een tikkeltje stout mocht zijn; zeker niet fout. Thijs was versleten en lag natuurlijk ver weggestopt. Hij hoorde het blijkbaar wel, maar verstond mij niet goed en voelde zich geroepen in actie te komen. Hij bracht stout én fout op mijn pad.

‘Nee, ik wil wel stout in de zin van ondeugend, geen watje, een vent, maar niet fout,’ foeterde ik regelmatig door mijn lege huis. Het gehoor van mijn pluche konijn was nog meer afgenomen, zijn bemoeizucht niet.

Ik geloof niet in dé God, maar dat de Duivel bestaat dat weet ik zeker. Ik liep hem tegen het lijf, leefde ermee samen en hij had bijna mijn ziel te pakken. Daar zou ik een boek over kunnen schrijven, maar dat doe ik niet. Je weet wat ze zeggen: als je het over de Duivel hebt …

Engelen bestaan ook. In de vorm van familie, vrienden en ook volslagen vreemden. Een van die vreemden, sloeg de Duivel en mij gade. Telkens als de grip van Satan een moment verslapte, vloog hij langs en vertelde mij dat ik weg moest wezen, dat hij gevaarlijk was en bovenal dat ik al het goede verdiende.

Tussen neus, lippen en het bier door, liet hij zich ontvallen dat mijn borsten en ik er mochten wezen en bood direct zijn excuses aan voor zijn vrijpostigheid.

Vanaf het moment dat ik de Duivel had verslagen, bleef de Engel op afstand. Zodra de onzekerheid toesloeg, vloog hij weer langs en wist me te overtuigen dat ik goed was zoals ik ben en verdween weer. Zoals het een echte Engel betaamd.

Ik vroeg nergens meer om, zelfs niet in gedachte. Bang dat het stokdove Godskonijn weer door zou slaan in zijn drang mij op mijn wenken te bedienen.

Op 4 oktober 2004, Werelddierendag stond hij voor mijn neus. Een schaap in wolfskleren. Ik wist het zeker. Hij was waar ik niet meer naar zocht maar wel had gevonden.

We trouwden. Bij het betrekken van onze woning kwam ik Thijs weer tegen. Ik was vergeten hoe gehavend hij was. Zijn ogen hingen aan draden, zijn nek gebroken en zijn oren vielen eraf. Zijn taak was volbracht. Ik gaf hem nog een flinke knuffel en nam voor altijd afscheid van mijn God.

Mijn schaap in wolfskleren en ik, leven hopelijk nog lang gelukkig en vooral tevreden.

Nawoord

Uit zeer betrouwbare bron vernam ik, dat zo’n beetje alle vrouwen uit de jaargetijdenbuurt, te maken kregen met een bovengemiddelde borstpartij. Dit kan erop wijzen dat: dit de wraak is van het tietengebouw, Thijs zich echt overal mee bemoeide, er iets in het water zat of dat er andere geheime krachten ons parten speelde.

2 reacties

Nancy Bastiaans- Lommen

Auteur dinsdag, 17:27

Wat lief Steef dat je bent komen lezen en wat een fijne reactie. Dankjewel😘

Stefanie

dinsdag, 15:50

Hoi Nancy, ik kan helaas niet stemmen omdat ik geen Facebook meer heb, maar ik wilde toch even laten weten dat ik je verhaal van begin tot eind op het puntje van mijn stoel heb zitten lezen. Zo goed geschreven. Humor, maar ook zware onderwerpen; die heb je op subtiele wijze verwerkt. Liefs Stefanie

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch