Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het Verborgen Gaatje

Door Veerle de Boer

Als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het wel vieze tanden. Ik hoef maar even te kijken om op elke kies een zwarte plek te zien zoals die in de Ozonlaag nog nooit ontdekt werd. Een gebit met gaatjes doet me denken aan de vuilnisbelt waar we, toen ik jong was, altijd langs reden als we mijn oma bezochten.

De berg lijkt op het eerste gezicht prachtig groen, en heeft een uitgestrekte golfgreen naast zich. Mannen in gekleurde chino’s trekken hun golfkarretjes achter zich aan. De man aan slag kiest zijn club uit op de lengte van het gras. Hij slaat tegen de bal, en kijkt vergenoegd opzij. Even lijkt het alsof de bal verdwenen is, maar al snel valt hem iets op. Daar waar de bal uit het zicht verdween, zit nu een zwart gat. De mannen komen aarzelend dichterbij. Er beweegt iets in de holte. Hun monden vallen open als een zwarte massa uit het gat begint te stromen, eerst langzaam, maar dan steeds sneller, steeds overweldigender. Als een vulkaan die zijn kolkende massa na vijftien lange jaren eindelijk kwijt kan. Als de puist op de neus van de puberdochter van Hugo Kremer, die na drie repen chocolade en vijf lang dagen, eindelijk wordt uitgeknepen.

Ik ben tandarts. Ik werk van negen tot vijf, stap dan in mijn coupé, zet de stoelverwarming aan en rijdt naar ons huis aan de Minervalaan. We wonen in een hoekhuis, mijn vrouw en ik. Voor kinderen hebben we nooit tijd gehad, of tijd genomen is misschien een betere term. Daar ben ik nog niet helemaal over uit.

Thuis regeert mijn vrouw en in de praktijk ligt de regie in handen van mijn assistentes. Ik zorg voornamelijk voor de finishing touch. Mijn beurt is slechts een formaliteit na de basiscontrole. Ik kijk bij hoge uitzondering in de mond, en alleen na de Apk-keuring van het gebit. Mijn assistentes zijn er voor het aanvullen van de olie en het smeren van de remmen. De klant vertrekt na mijn laatste check met het label ‘goedgekeurd voor de komende zes maanden’.

Bij een dokter willen mensen aandacht. Ze maken een afspraak voor tien minuten, maar maken een half uur vrij in hun persoonlijke agenda. Ik ben tandarts. Bij mij willen mensen zo snel mogelijk weer weg. Wij behandelen klanten, geen patiënten. Mijn assistentes begrijpen dit. Het langzaamste moment van de behandeling is bij ons het laten zakken van de tandartsstoel. Ik heb al jaren vaste assistentes, daar sta ik om bekend. Klanten willen een bekend gezicht, ze komen ervoor terug, voor mijn dames. Zo deed ook Hugo Kremer.

Hugo Kremer is een zeldzaamheid in zijn soort. De dodo van de Minervalaan, waarop wij beiden in een hoekhuis wonen. Hugo Kremer gaat niet op mannenweekend naar Londen of Berlijn, hij gaat op golfreis naar Madeira of de Westkaap. Hugo drinkt Pinot Noir in plaats van Dubbel Bock, doet een kookcursus Kroatisch in plaats van Italiaans.

Hugo studeerde politicologie en eindigde op het toneel. Op de zeldzame momenten dat hij niet met zijn kop op tv is, loopt hij met de chocoladebruine labrador van het gezin door het Amsterdamse bos. Ik weet dit omdat in de Apollobuurt iedereen op elkaar let. Niet alleen de acteur is hier interessant, al kan ik niet ontkennen dat Hugo Kremer meer bekijks trekt dan de gemiddelde inwoner van het Apollo territorium. Echter, vraag ik me af hoeveel mensen weten dat hij ’s avonds, als zijn vrouw naar bed is, stiekem nog twee vingerhoedjes Bols drinkt. Ik weet dat zijn vrouw dit weet. Ik weet ook dat een van de dochters van Hugo Kremer een pakje sigaretten onder het zadel van haar Vespa verstopt. Ik weet niet of Hugo dit weet, wel wat hij ervan zou vinden. Sommige zaken konden in de Apollobuurt ook goed verborgen blijven.

Vandaag heb ik een uur zonder assistentes ingepland. Vandaag is een uitzondering. Als de klant in de stoel ligt zorg ik ervoor dat hij zo langzaam mogelijk afdaalt, tot hij de hoogte van mijn kruis bereikt heeft. Dit moment kan me niet lang genoeg duren. Ik heb de klant zojuist een stevige handdruk gegeven. Een handdruk van het soort dat je alleen aan mannen geeft. Als de klant tot in mijn blikveld is gedaald draai ik zorgvuldig de spiegel richting zijn mond, het felle licht recht in de ogen gericht. Dit keer wil ik alles precies kunnen zien.

Ik trek mijn siliconen handschoenen aan. Plop. Plop. Het geluid van rubber over huid geeft mijn klant rillingen. Het fijnste aan mijn vak vind ik, zonder twijfel, de absolute tegenstelling van weerloosheid en macht. De weerloosheid van de klant, achteroverliggend in de stoel waarvan hij geen idee heeft hoe deze in geval van nood omhoog te krijgen. Als iemand in een onbewaakt moment toch plotseling omhoog tracht te komen, dan is zo’n twintig centimeter van het gezicht de mechanische arm van de stoel met alle apparatuur geïnstalleerd. Het gezicht is de plaats met de dunste huid van het menselijk lichaam, op de borsten van de vrouw na. Als iemand met een rotvaart omhoogkomt en een Electrode in de huid rondom zijn oog, of misschien zelfs in het oog krijgt, zou hij voor het leven worden verminkt.

Als ik alle boren, tangen en vullingsstof op tien centimeter van het gezicht heb geplaatst, ik heb de mechanische arm extra dicht naar ons toe getrokken, komt er geluid uit de mond. De mond opent en sluit zich als een zwart gat waaruit zo trage brei gaat stromen. “Verdoving?” mompelt hij. Verdoving. Opeens kan ik zijn gezicht niet meer uitstaan. Ik had hem niet voor het leven willen verminken, echt niet. Ik wilde slechts zijn hoektand vermorzelen. Het hoekhuis in de linker rij. Het huis van de familie Kremer in de Minervalaan. De tand met de vlek die leek op de karamelvlek in de mierzoete popcorn die mijn vrouw altijd zo graag bestelde in de bioscoop. Mijn vrouw. Ik wilde hem doormidden breken. Ik zette de boor aan en plaatste deze op de huid van Hugo Kremer, net onder zijn oog.

Onlangs werd mij iets verteld dat niemand in de Apollobuurt had kunnen vermoeden. Hugo Kremers seksleven beperkt zich niet tot één hoekhuis, zo moest ik van mijn vrouw vernemen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam