Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het wijkbezoek

Door R Del

Het wijkbezoek


‘Wij komen je wijk bewonderen’, zegt ze met een stralend gezicht en de air van ondernemerschap die haar eigen is. Een comité van vier dames treedt mijn woonkamer binnen. De vrolijke we-vatten-de-koe-bij-de-horens mevrouw is mijn voormalige buurvrouw. De andere dames zie ik voor het eerst. ‘Schikt het?’
Mij of de wijk? Maar voordat ik een sociaal acceptabel antwoord kan formuleren, steekt ze van wal.
‘We zijn het al zó lang van plan! Hoe vaak heb ik wel niet tegen Agaath gezegd: we moeten de nieuwe wijk gaan bekijken waar mijn buufje Barbara naar toe is verhuisd. Er verrijst een complete stad aan die kant van het water. En nu het ontwerp een publieksprijs ontvangen heeft, konden we het bezoek niet langer uitstellen, nietwaar dames?’ De dames murmelen eenstemmig.
‘Let maar niet op de rommel’ en ik wijs naar de verhuisdozen die ik aan het uitpakken ben. Ze gaan op de bank zitten. Ik probeer aan hun uiterlijk te zien wie van de drie Agaath is. Eigenlijk past de naam bij elk van hen. Ze dragen casual kleding, grauw van kleur, hebben stevige stappers aan hun voeten en elk van hen heeft een zo goed als identiek uitziende rugzak bij zich. Mijn ex-buurvrouw daarentegen heeft zich voor het wijkbezoek bijna feestelijk uitgedost. Haar lippen zijn felrood gestift. Ze heeft een zwart met wit geblokte jas aan en houdt haar kalfsleren, rode handtas vast. Dat was een aantal jaar geleden een buitensporig dure aankoop geweest, herinner ik me. Ze kocht hem vlak na haar scheiding omdat, zo vertrouwde ze me toe met een knipoog, ze ‘het verdiend had’.
Terwijl ik afweeg of ik hen iets te drinken zal aanbieden, klinkt een sambadeuntje door de kamer. De dame rechts van mijn ex-buurvrouw opent haar rugzak en haalt een mobiel er uit. ‘Sorry’, zegt ze blozend, staat op en loopt naar het raam.
Het is onmogelijk het gesprek niet af te luisteren. ‘Oh nee, wat erg. Waar heb je dan gekeken? Voor ze naar bed gaat moeten we hem wel hebben. Laat mij dat maar regelen.’ Ze hangt op. Ik kijk geïntrigeerd naar haar.
‘De lievelingsknuffel van mijn dochtertje is onvindbaar. Ik moet direct een identiek exemplaar gaan kopen.’ Ik been achter haar aan als ze met veerkrachtige tred op de voordeur afstevent.
Ze is nog maar net weg of er schalt opnieuw een muziekje door het huis. De Europese hymne van Beethoven. Een andere dame heeft haar mobiel al vast. ‘Nee, wat dom van me. Dat is me helemaal ontschoten. Ik kom er meteen aan.’ Ze verontschuldigt zich met trillende lippen: ‘Ik ben vergeten dat ik met mijn moeder naar een ziekenhuisafspraak moet.’
Nadat dame nummer twee haar spullen gepakt heeft en ik de voordeur achter haar dicht heb gedaan, stap ik met gespitste oren de kamer in. Wanneer ik plaats neem bij het overgebleven gezelschap, blijft het stil. Mijn ex-buurvrouw schuifelt ongemakkelijk op haar plek. De laatste dame mijdt haar blik. Plaatsvervangende schaamte, vermoed ik.
Mijn ex-buurvrouw neemt een hap lucht: ‘Je bent tegenwoordig ook overal bereikbaar.’ Ze kruist haar zwart-wit geblokte armen. ‘Moet jij niet kijken of jij een oproep gemist hebt, Agaath?’
Agaath tast al in de zak van haar jas. ‘Misschien moet ik dat voor alle zekerheid doen’, piept ze. Ze haalt haar mobiel tevoorschijn, checkt op oproepen, schudt van nee. Maar op het moment dat ze hem terug wil stoppen, begint hij in haar hand te trillen. ‘Mag ik hem opnemen?’ Mijn ex-buurvrouw rommelt in haar kalfsleren tas en knikt op een haast koninklijke manier.
‘Liefie, wat is er? O jee.. in de keuken? Raak vooral niets aan.’
Agaath bijt op haar pinknagel: ‘Ons konijn, acute diarree.’
Ik loop met haar mee naar de hal en reik haar de hand om afscheid te nemen. Ze grijpt hem met beide handen vast en kijkt me aan met een blik die het midden houdt tussen wanhoop en spijt. ‘Ze is heel aardig, maar soms kan ze bijzonder doortastend zijn.’ Ik knik dat ik het begrijp en zwaai haar nog na. In een traag tempo slof ik terug. Wanneer ik om het hoekje kijk, hangt mijn ex-buurvrouw onderuitgezakt op de bank met haar tas op schoot. ‘Koffie?’ roep ik.
Een bakje troost met een lekker koekje kan ze nu vast gebruiken. Als ik een aantal minuten later met twee mokken en de koekjestrommel in de kamer kom, is ze haar lippen aan het stiften. Gelukkig, zo te zien neemt ze het luchtig op en ik maak aanstalten te gaan zitten, maar dan recht ze haar rug en knoopt ze haar jas dicht. In een brede glimlach ontbloot ze haar tanden, op een voortand zit een streepje lippenstift, en zegt: ‘Trek je schoenen maar vast aan.’

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch