Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Het Wolfsuur

Door Sharon Faber

Het moment dat de nacht op het randje staat van overgaan in het ochtendgloren, dat moment noemen we het wolfsuur. Wie dan ontwaakt, slaagt er niet meer in de slaap te vatten en kan enkel wachten tot de dag aanbreekt. De oorsprong van het wolfsuur vinden we lang, heel lang geleden.

Ooit leefde er in een dorp een jong meisje. Zij had een dromerige aard en onder de mensen had ze vaak moeite haar aandacht erbij te houden. In gedachten zweefde ze vaak weg naar waar ze liever wilde zijn. Er waren weinig mensen die dit begrepen en ze vonden het meisje maar vreemd. Stilletjes ging zij daarom haar eigen weg en bemoeide zich weinig met haar dorpsgenoten, jong of oud. Het meisje had haar beste vriendin gevonden in een prachtige, grijze wolvin. Samen zwierven ze eindeloos door bossen en over vlaktes, stoeiden, sliepen samen onder de sterrenhemel en waren werkelijk onafscheidelijk.
De wolvin zorgde voor het meisje en waakte over haar als was ze een van haar eigen welpjes. En het meisje was meer alert als ze bij de wolvin was.
Het gebeurde echter soms dat het meisje in haar slaap verder weg zweefde dan vele mensen kunnen en zouden mogen. Dan bezocht ze het rijk der zielen, het ijle gebied nog achter het land der dromen, waar wij allen ooit geboren zijn en na ons aardse leven naar terugkeren. Het rijk der zielen is een onbeschrijflijk mooie, pure plek. Er zijn maar heel weinig mensen die er tijdens hun aardse leven in slagen daar binnen te komen. Bij het merendeel van de mensen is de binding met het aardse te sterk om zo hoog te komen. En dat is maar goed ook, want het is verschrikkelijk moeilijk om terug te keren uit het rijk der zielen. Wie daar eenmaal binnentreedt, wordt overvallen door een gelukzalig gevoel. En vaak gebeurt het dat de heimwee van de ziel te groot blijkt om nog afscheid te kunnen nemen van deze hemelse plaats. Deze persoon zal dan niet meer ontwaken op aarde.

Op een nacht merkte de wolvin dat haar vriendinnetje te ver weg was. Gealarmeerd deed ze alles om het meisje weer te doen ontwaken. Duwen met haar snuit hielp niet, een lik in het gezicht niet en zelfs op een voorzichtige beet in haar arm kwam geen reactie van het meisje. Daarop gooide de grijze wolvin wanhopig haar kop achterover, huilde luid naar de maan en smeekte haar om de ziel van het meisje te laten terugkeren naar de aarde.
De maan hoorde de smeekbede van de wolvin en kreeg medelijden. Ze vertelde dat er elke nacht een enkel uur was waarop de zielen die te ver waren afgedwaald, naar huis terug konden keren. Dit was op het moment dat de nacht het meest duister was, vlak voor de morgenstond.
De wolvin dankte de maan en huilde luider dan ze ooit gedaan had. Haar roep verscheurde de inktzwarte nacht en reikte tot in het rijk der zielen, waar het doordrong tot de ziel van het meisje. Ogenblikkelijk keerde zij terug naar haar vriendin en ontwaakte op aarde. Bezorgd likte de wolvin het gezicht van het meisje en hield haar de rest van de nacht scherp in de gaten. Sindsdien zorgde de wolvin ervoor dat zijzelf sliep tot het moment dat de nacht het donkerst was. Dan ontwaakte ze en huilde luid naar het meisje in het rijk der zielen om terug te keren naar aarde. Een roep die het meisje altijd gehoorzaamde. Dit herhaalde zich elke nacht.

Maar de mensen in het dorp werden ook elke nacht opnieuw gewekt door het gehuil van de wolvin en werden boos. Ze staken de hoofden bij elkaar en besloten de wolvin te verjagen. Het werd ook hoog tijd dat het meisje omging met haar soortgenoten, in plaats van telkens maar met dat wilde dier op te trekken. Zo gezegd, zo gedaan.
De wolvin werd verjaagd en het meisje namen ze mee terug naar het dorp, hoe hevig ze zich ook verzette. Eenmaal in het dorp aangekomen, liet het meisje geen kans onbenut om te proberen te ontsnappen, zodat ze uiteindelijk buiten op het dorpsplein in een kooi opgesloten werd. Eenzaam en alleen begon het meisje te huilen, zoals ze van de wolvin had geleerd. Haar gehuil ging door merg en been en bezorgde de mensen een akelig gevoel. Maar ze hielden haar in haar kooi opgesloten. In de verte hoorde het meisje haar gehuil beantwoord worden door de wolvin en tranen rolden over haar wangen. Het troostte haar te weten dat haar vriendin nog steeds bij haar was, al was daar ook de vlammende pijn van het gescheiden zijn. Nachtenlang kon het meisje niet slapen, tot ze uiteindelijk toch door vermoeidheid overmand werd en uitgeput in een diepe slaap viel.
De wolvin, die in de buurt was gebleven, voelde dat haar vriendinnetje bescherming nodig had en trouw ontwaakte zij op het donkerste moment van de nacht, om de ziel van het meisje terug te roepen. Haar gehuil was luid en doordringend en weer werden de mensen in het dorp er wakker van.
Deze situatie was onhoudbaar, daarom besloten de mensen om de wolvin te doden. Direct de volgende ochtend werden er jagers op uit gestuurd om haar op te sporen.

Het meisje voelde wel dat er iets angstaanjagend in de lucht hing, ook al vertelde niemand haar wat ze van plan waren. De hele dag vocht het meisje als een bezetene om uit haar kooi te komen. Ze schopte, duwde, rukte en trok aan de tralies tot haar spieren in brand leken te staan en haar voeten en benen blauw zagen. Ze groef in de grond waar haar kooi op stond tot haar nagels loslieten en het bloed uit haar vingers stroomde. Ze krijste tot ieders oren ervan suisden. Ze krijste om haar vriendin in het verre woud te waarschuwen voor naderend onheil, krijste om haar eigen onrust te verjagen.
Plots voelde het meisje zich van binnen ijskoud worden, gevolgd door een gevoel van intense leegte. En ze wist dat het te laat was.
De dorpsbewoners waren tevreden toen de jagers terugkeerden met het levenloze dier op hun schouders; nu zou iedereen weer rustig en ongestoord kunnen slapen.

Ontroostbaar bleef het meisje dagen- en nachtenlang ononderbroken oorverdovend hard huilen om dit wrede verlies. Gek van het gebrek aan slaap, zette een van de dorpelingen op een nacht de kooideur open. Het meisje sprong naar buiten en was in een oogwenk verdwenen. Ze rende en rende tot ze niet meer kon. Uitgeput viel ze op de grond. Wezenloos staarde het meisje lange tijd voor zich uit in het donker, tot ze uiteindelijk door de slaap overmand werd.
Onweerstaanbaar werd het meisje naar het rijk der zielen getrokken. En groot was haar vreugde toen ze daar haar trouwe vriendin trof. Het meisje en de wolvin waren dolgelukkig elkaar weer te zien, vielen elkaar in de armen, huilden samen en lachten van puur geluk.
Maar de tijd verstreek onbarmhartig en het moment brak aan dat de zielen die nog op aarde thuishoorden, moesten terugkeren. De wolvin drong aan op het vertrek van het meisje, maar zij weigerde koppig. Op aarde had zij niets meer te zoeken nu haar vriendin hier was. De wolvin pleitte, smeekte en dreigde zelfs, maar het meisje was onvermurwbaar. En zodra ze het ochtendgloren zagen, wisten ze allebei dat haar keuze definitief was.

De volgende ochtend zagen de dorpelingen dat de kooi van het meisje leeg was en tot hun verbazing zagen ze dat ook het lichaam van de wolvin verdwenen was. Er werd een zoektocht georganiseerd en mijlen verderop troffen ze een wonderlijk tafereel aan. De wolvin en het meisje lagen opgerold tegen elkaar aan, zacht en vredig alsof ze in een diepe slaap verzonken waren. De mensen beseften dat ze een verschrikkelijke fout hadden gemaakt. Niemand durfde de lichamen te verstoren, maar evenmin konden ze zo blijven liggen. Vol schaamte sloegen de dorpelingen aan het graven en dekten het meisje en de wolvin toe met een dikke laag aarde.

Elke nacht, op het moment dat de duisternis het donkerst is, keren het meisje en de wolvin voor korte tijd terug naar de aarde. Daar, voor hun grafheuvel, huilen ze samen. Ze huilen om hoe wreed en abrupt hun tijd samen op aarde geëindigd is. Mensen met gewetenswroeging schrikken ‘s nachts wakker van hun gehuil en blijven de rest van de nacht liggen piekeren.
Met hun gehuil sporen zij ook de zielen aan die nog op aarde thuishoren, terug te keren. Ze troosten de eenzame zielen voor wie de nacht te lang en te donker is en ontfermen zich over de zielen wier heimwee te sterk is om nog naar de aarde terug te gaan. En na het wolfsuur sluiten het meisje en de wolvin de poort naar het rijk der zielen.
Ooit zal je hen tegenkomen. Maar het is beter als je ze niet zoekt.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch