Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hier kan niets gebeuren

Door Cecile Wilbers

Het tocht hier, zegt mama. Ze bedoelt: doe de deur eens dicht. Ze zit op de bank, een kopje thee en een boek binnen handbereik. Ik loop naar de deur toe, blijf even staan voordat ik hem sluit. Mag ik buiten spelen? Nee, zegt ze, dat is te gevaarlijk. Wil jij dan met me spelen? Nee, zegt ze, mama is moe. Ga maar lezen. Ik pak mijn boek erbij. Het gaat over een roversdochter die allemaal spannende dingen meemaakt. Ze woont met de rovers in een groot kasteel. Wanneer ze vies zijn, rollen ze in hun blootje door de sneeuw. Het is mijn lievelingsboek, maar ik heb het al vaak gelezen. Je ziet het bijna niet door de vitrage, maar buiten schijnt de zon. Mama zit het liefste binnen. Hier is het schoon en netjes, zegt ze. Hier kan niets gebeuren. Straks komt papa thuis.

*

Als we samen zijn is mama vaak moe, maar wanneer papa thuiskomt is ze anders. Vlak voordat hij thuiskomt staat ze op en loopt naar boven. Ze trekt een mooie jurk aan, doet lippenstift op en parfum. Soms mag ik ook een beetje op mijn pols. Wanneer hij binnenkomt geeft ze hem een kus en vraagt hoe zijn dag was. Druk, zegt hij meestal. Hij kust haar terug, aait me over mijn hoofd en verdwijnt in zijn stoel met de avondkrant. Wat eten we? vraagt hij alleen nog. Magnetronlasagne, zegt mama, ik had echt geen tijd om boodschappen te doen.

*

Ik lig in bed maar kan niet slapen. Beneden schreeuwen papa en mama tegen elkaar. Dat doen ze alleen ’s avonds. Ze denken dat ik het dan niet hoor. Maar je doet ook niks! roept papa. Ik zorg voor je kind, ik maak je eten, noem je dat niks! Mama loopt naar de tuin, slaat de deur hard achter zich dicht. Een paar minuten later komt papa achter haar aan. Ik kruip in de vensterbank. Ze zien er gek uit van boven, mama’s geverfde haar, papa’s sigarettenrook die naar boven kringelt. Het ruikt lekker vind ik. Later wil ik ook roken. Waarom zoek je dan niet iets wat je leuk vindt? vraagt papa. Vrijwilligerswerk, een baan… Een baan? roept mama. Ga jij soms om kwart over drie op het schoolplein staan? Ha, ik dacht het niet. Jij bent lekker de hele dag de hort op, dat kunnen we ons niet allemaal veroorloven. Het volume stijgt weer. Ik kruip onder mijn deken, met panda, mijn zaklamp en mijn boek. Wanneer ik lees kan ik doen of ik ze niet hoor.

*

De juf vertelt dat de ouders van Petra gaan scheiden. En dat dat helemaal niet erg is. Dat Petra nu twee huizen krijgt, en twee kamers met speelgoed. Petra ziet er niet uit of ze zich daarop verheugt. Volgens mij wil ze het liefst weer op haar plek gaan zitten. Ik wilde dat papa en mama ook gingen scheiden. Dan hadden ze tenminste niet meer altijd ruzie.

*

Ik zit op mijn kamer als de bel gaat. Mama doet open. Het is de nieuwe buurman. Hij wil onze stofzuiger lenen. Mama klinkt raar, ze zet een hoog stemmetje op en doet steeds zo’n gek lachje. Ze neemt hem mee naar de keuken, ik hoor haar rammelen met het servies. Ze vraagt niet of ik ook naar beneden kom. Pas een hele tijd later gaat de buurman weer naar huis.

*

Mama zit zoals altijd op de bank, maar ze lijkt er niet helemaal te zijn. Als ik haar iets vraag, antwoordt ze niet. Pas als ik drie keer mama heb gezegd, kijkt ze op. Wat? zegt ze. Pak maar een koekje in de keuken. Ik loop gauw naar de keuken. Koekjes doordeweeks, dat mag anders nooit. Ik pak er stiekem drie. Als ik melk wil inschenken, valt het glas om. Van schrik laat ik ook het pak uit mijn handen vallen. De witte vloeistof stroomt het aanrecht af en klettert op de grond. Mama komt de keuken binnen. Wat doe je nou weer? schreeuwt ze. Sorry mama, wil ik zeggen, het was per ongeluk, maar ik durf niet, ik draai me om en ren de keuken uit, kom terug, roept ze, ruim je troep op, maar ik ren verder, de gang in, mama komt achter me aan, ik ga snel de wc binnen en doe de deur op slot. Mama slaat op de deur. Kom eruit, nu meteen! Ik doe de deksel van de wc omlaag, ga zo ver mogelijk naar achteren zitten met mijn handen over mijn oren. Ze trapt nu tegen de onderkant van de deur, heel hard. Het hout kraakt ervan. Ik kan nergens heen. Het duurt heel lang voordat ze stopt. Pas als ik zeker weet dat ze weg is, doe ik de deur van het slot en ren naar boven. Ik kruip in bed met panda. Hier is het veilig. Hier kan niets gebeuren.

*

Vandaag is een fijne dag. We gaan met zijn drietjes naar de speeltuin. Mama en ik gaan samen op de schommels. Ik mag superlang in de draaimolen. We eten ijsjes. Papa en mama doen heel lief tegen elkaar en tegen mij. Ik ben trots, ik wilde dat iedereen ons zo kon zien. Kijk eens wat een leuk gezin wij zijn, wil ik roepen. Kijk eens wat we het fijn hebben met elkaar! Wanneer ik op mijn knie val, geeft mama er een kusje op. Ze wordt niet eens boos dat mijn broek kapot is. Dat maken we wel weer, zegt ze. Thuis stopt papa me in bed. Hij leest me extra lang voor, het stuk over de rovers in de sneeuw. Slaap lekker meisje, zegt hij. Even later hoor ik beneden de tuindeur open en dicht gaan. Papa steekt een sigaret op. Het is even stil. Dit gaat zo niet langer, hoor ik mama zeggen. Nee, antwoordt papa, dat denk ik ook niet. Ik trek het dekbed over mijn hoofd en knip de zaklamp aan. Nog een klein stukje lezen.

2 reacties

Annette Rijsdam

dinsdag, 13:50

Mooi Cecile.

Esther

maandag, 16:34

Ontroerend mooi geschreven.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch