Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hij en zij

Door Marijke Wieske

Het schemert als de oude man aan de oever van de rivier op zijn knieën zakt. Hij laat zijn beide handen in het kolkende water glijden. Zijn vingers verkrampen. Langzaam droogt hij zijn handen aan zijn jas. In gedachten verzonken keert hij om naar het vuur achter zich. Daar gaat hij zitten. Op zijn hurken. Hij wacht.

Het schemert als de jonge vrouw aan de oever van de rivier op haar knieën zakt. Ze laat haar beide handen in het stromende water glijden. Haar vingers tintelen. Langzaam laat ze de druppels van haar vingers glijden. In gedachten verzonken staat ze op en recht haar rug. Ze peilt de diepte van het water. Aan de overkant van de rivier ziet zij vuur. Het silhouet trekt haar aandacht. Ze herkent de gebogen rug van de persoon voor het vuur.

De oude man schrikt op. Iemand roept hem. ‘Papa!’ Bij de oever zet hij zijn voeten stevig op de drassige grond. Aan de overkant van de rivier ziet hij de jurk die zij aanheeft en de leeuw die achter haar staat. Gisteren was ze nog zijn kind.

Zij zet twee stappen naar voren en ziet achter hem het vuur en de woestijn die zelfs in de schemer nog trilt aan de horizon. Vroeger was het niet zo dor. Ze probeert nog dichterbij te komen. Ze hebben elkaar zo lang niet gezien.

Hij ziet dat ijswater over haar voeten stroomt.

– ‘Wat doe je daar?’ Hij fluistert de woorden het water over.
– ‘Ik heb de vrijheid gevonden’, roept zij terug.
– ‘Ik zie vanaf hier dat daar niets is, niets.’
– ‘Je kijkt niet goed, ik leef hier prima.’
– ‘Je hebt niet te kiezen waar je leeft’
– ‘Het ziet er vreemd uit bij jou. Anders dan toen ik klein was.’
– ‘Wat bedoel je?’
– ‘Die woestijn daar. Dat is toch geen leven.’
– ‘Het leven hier is niet belangrijk. Jij ziet dat nog verkeerd. Wij zijn op doorreis, jij en ik. Vroeger was ik blind. Mijn woestijn is geen keuze, maar de enige juiste plek om in de goede richting te trekken. Ook voor jou zou dit de beste oever moeten zijn. Hier zie je alle sterren. Helder en vast aan de hemel.’
– ‘Wat zeggen ze je?’
– ‘Alles wat waarde heeft vind je niet hier.’
– Op mijn oever zie ik de sterren ook. Draagt de rest om ons heen geen waarde?
– Waarde zit in geschiedenis en in je bestemming. De sterren dragen geschiedenis en zij leiden je verder. Alleen zonder ballast zie je de echte helderheid. Er zit geen waarde in jouw gras, in jouw bomen en in alles wat je nog meer hebt gefantaseerd. Gevoel houdt je te dicht op jouw oever. Emotie trekt je bij de sterren vandaan. Klamp je niet vast aan vergankelijkheid.
– ‘Dus alle andere keuzes doen er niet toe zeg jij. Waarom is het zo dor, waar is de vreugde?’
– ‘Ik heb verleiding weggedaan.’
– ‘Dus dat is jouw keuze geweest: leven zonder kleur, reizen zonder muziek?’
– ‘Ik heb de waarheid gevonden in de sterren. Waarheid is leidend.’
– ‘Je spreekt alsof jij in alles gelijk hebt. Waar is de liefde?’
– ‘Het gaat niet om liefde.’
– ‘Liefde is waarheid papa.’

De jonge vrouw trekt haar voeten uit de zandbodem van de rivier. Ze ziet zijn van kou verkrampte vingers naar haar uitgestrekt. ‘Kom’, roept hij.

De oude man wankelt als zijn voet wegglijdt. Hij ziet haar hoofd even heen en weer schudden. ‘Nee’, fluistert zij.

– ‘Zie je de mist stroomafwaarts? Het belemmert helder zicht’. Hij schreeuwt de woorden het water over.
– ‘Ik ben juist onderweg naar de waterval daar. Ik zoek nieuwe inzichten’, jubelt zij terug.
– ‘Ik weet wat daar is, doe het niet! Waar het water in oneindige diepte naar beneden dondert eindigt het leven.’
– ‘Juist niet! Het leven begint daar waar het water in oneindige diepte bij elkaar komt.’
– ‘Je hebt er teveel van gedronken. Kom hier, het vuur zal je zuiveren.’
– ‘Je moet niet bang zijn.’
– ‘Je bent naïef. Het water is te diep. De vruchten op jouw oever verleiden je.’
– ‘Ik ben volwassen. Kijk, ik dans in het water.’
– ‘Had je maar angst, ik waarschuw je.’
– ‘Ik luister naar liefde en proef het leven.’
– ‘Het vergiftigt je.’
– ‘Het verwarmt me. Je verstaat mij niet, hier komen jij en ik niet uit.’
– ‘Kind. Je begrijpt niets. Laat je verschroeien door het vuur, dan leer je de waarheid kennen.’
– ‘Papa. Luister dan. Waarheid staat achter mij.’
– ‘De leeuw is vals. Hij verslindt je als je niet oplet.’
– ‘De leeuw is de meest pure waarheid, hij is mijn vrijheid.’
– ‘Waarheid gaat niet om jou.’
– ‘Ik vertrouw de leeuw.’
– ‘Jouw vertrouwen is vals.’
– ‘Ik ben jouw kind.’
– ‘Het gaat niet om ons. Luister, ik vertel het je nog één keer. Het leven op de oever is niet belangrijk. Jij en ik zijn niet belangrijk. Het gaat erom dat je de juiste weg kiest. De sterren wijzen je de weg. Geen twijfel, geen vragen, wees een nomade, anders ga je dood.’
– ‘Ik luister al niet meer.’

In gedachten verzonken keert de oude man om naar het vuur achter zich. Daar gaat hij zitten. Op zijn hurken. Hij wacht.

In gedachten verzonken blijft de jonge vrouw staan. Ze recht haar rug en peilt de diepte van het water. Aan de overkant van de rivier ziet zij vuur in de nacht. Ze draait zich om. En verdwijnt. In de mist.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch