Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Hol

Door Gerardus J. Visch

HOL

– in memoriam Elsje –

In Brechtjes hoofd liep een onzichtbare breuklijn, maar daar kwam Layla pas later achter. Haar vader was een geboren New Yorker, haar moeder een Nederlandse, zelf was ze geadopteerd uit China. Toen ze naar Waalre verhuisde omdat haar vader bij een wereldvermaard hightechbedrijf ging werken en in groep acht bij Layla in de klas kwam sprak ze al wel Nederlands, maar van een grappig soort; zo noemde ze de directeur van de school eens een aaphoofd nadat ze Layla’s moeder de term apekop had had horen gebruiken. Of tijdens het eten vroeg ze of ze nog een groente mocht omdat ze de gegrilde aubergines zo lekker vond. Maar van Manhattan naar Waalre, dat gaat je natuurlijk niet in de koude kleren zitten. De ironie van het lot was dat zij met haar internationale achtergrond een Oudnederlandse naam had, terwijl Layla, toch echt een plattelandstutje, haar naam aan een stel ouwe rockers te danken had: haar ouders hadden het opvoeden nooit echt onder de knie gekregen. Steeds als ze de hoes van Derek and the Dominoes thuis in de woonkamer zag staan schoof ze hem uit het zicht tussen de andere Lp’s.

Takken bewegen nauwelijks in de kille mist. Gestaag ruisende regen maakt het afhangend gebladerte zwaar, het pad een spoor van zuigende blubber, het bos tot louter treurbomen. Zelfs hier, uit de regen, onder een overhangende rotspunt, voelen ze het vocht tegen hun wangen. In Brechtjes zwarte wenkbrauwen tekenen zich fijne druppeltjes af, oplichtend in de weerschijn van haar iPhone. Een survivaltocht in de Ardennen is voor middelbare scholieren natuurlijk redelijk kansloos, ondanks het gemaakte enthousiasme waarmee het gebracht wordt. Werkweek in bovenbouw, klassen door elkaar gehusseld dus elkaar beter leren kennen, lekker in de buitenlucht, dropping op de laatste dag. Heel leuk allemaal, vooral met zulk weer. De leerlingen zijn deze ochtend in twee groepen ingedeeld, jagers en prooi: de ene moet het eindpunt zien te bereiken, de andere moet dat juist voorkomen door zoveel mogelijk klasgenoten af te tikken. Brechtje had meteen het plan opgevat om zich te verstoppen, niet gevonden is niet af. Dat eindpunt kon haar gestolen worden. “We draaien het juist om, als wij niet op komen dagen worden we zelf het eindpunt, moeten ze achter ons aankomen.” En zo verwijderen ze zich van de groep en lopen door het halfduistere bos tot ze geen idee meer hebben waar ze zich bevinden.

Brechtje kon het best omschreven worden als een stuiterbal: energiek en aanstekelijk vrolijk. Ze kwam als een wervelwind het leven van de timide Layla binnen en nam haar meteen vanaf het begin op sleeptouw. Dat voelde aan als een warm bad, Layla bloeide op en haar zelfvertrouwen groeide. Op het oog leek Brechtje nooit te twijfelen, maar heel af en toe zag Layla de pendant van al die opgetogenheid; soms trof ze Brechtje in een afwezige bui, in zichzelf gekeerd met een nietsziende blik. Ze had een keer zacht aan haar schouder geschud: “Brecht, wat is er? Brecht, kijk me eens aan, is er iets”? Plotseling keek Brechtje haar recht in de ogen en Layla voelde instinctief aan dat er iets ergs ging gebeuren. “Noem me nooit meer Brecht, trut!”, siste ze, “ik heet Brechtje; Brechtje! Hoor je? Goddammit”…

“Jezus, we zijn 15 ja? Ik hoef je toch niet meer als een kleuter aan te spreken?” Maar de stelligheid van Layla’s antwoord werd weersproken door de onzekere blik in haar ogen.

“Waag het niet nog een keer! Brechtje, Brecht-je! Knoop dat goed in je oren!”

“We kunnen hier verder naar binnen, het lijkt wel een soort grot.” Bijgelicht door het lampje van haar telefoon loopt Brechtje door de steeds nauwer wordende rotsspleet naar achteren. “Er zijn hier meer mensen geweest, ze hebben hier een campfire gestookt. Hier wordt het weer breder, Layla, kom.” Ze kruipt door een lage doorgang, het gaat allemaal maar net. Na enige aarzeling volgt Layla, samen lopen ze verder naar achteren. Er hangt een muffe kelderlucht, er dringt nauwelijks daglicht door de opening die ze net zijn doorgekropen. Het geluid van de regen is niet meer te horen, het is muisstil. Zonder het lampje van Brechtjes iPhone zou het stikdonker zijn. Achter in de ruimte wordt het weer hoger, maar ze staan voor een dichte rotswand. Niets te zien; of toch wel, een klein rond gat lijkt naar een volgende ruimte te leiden. “Zullen we even kijken wat daar achter zit?” Brechtje loopt er al naar toe, maar Layla’s houding verraadt angst, als het aan haar lag zouden ze omdraaien en de anderen van de klas weer opzoeken.

Al snel waren ze onafscheidelijk, waarschijnlijk omdat ze alle twee buitenbeentjes waren, ze hoorden niet bij de gangmakers, maar waren ook geen meelopers. Ze onttrokken zich juist een beetje aan de groep. Na de gymles bijvoorbeeld draalden ze net zo lang tot ze alleen in de omkleedruimte waren achtergebleven. Brechtje kleedde zich dan altijd zo snel mogelijk om, met haar rug naar Layla gekeerd. Die wierp schielijke blikken naar haar vriendin, daar kon ze niets aan doen. Ze zag een klein mager lijfje, de bovenkant van haar rug strak omzwachteld met een stevig verband. Zodra ze haar gympakje over haar hoofd getrokken had wurmde ze zich meteen in een sweatshirt, ze droeg altijd lange mouwen, ook ‘s zomers.

Brechtje schijnt met het lichtje van haar iPhone naar binnen, maar kennelijk is de ruimte erachter zo groot dat het licht verzwolgen wordt door het duister. Ze slaakt een dun gilletje, ook dat geluid verdwijnt in de donkere leegte. Layla zou haar kunnen helpen, zij kan oorverdovend hard op haar vingers fluiten, dat heeft ze van haar vader geleerd. Daar is ze trots op, maar nu is ze door een onbestemde angst overmand en wil ze Brechtje eerder tegenhouden dan haar behulpzaam te zijn.

“Ik ga even kijken,” aan Brechtjes stem kan Layla horen dat ze het meent.

“Nee joh, straks kun je de weg niet meer terugvinden, ik vind het eng!”

“Als ik mijn jas uit doe kan ik wel door dat gat, hou jij hem even vast?”

Meestal speelden ze bij Layla, maar een van de weinige keren dat ze bij Brechtje waren nam ze haar mee naar haar kamer en deed de deur op slot. “Ik wil je iets laten zien, wacht hier even.” Ze liep haar walk-in-closet binnen en kwam na tien minuten weer terug, verkleed in een soort schooluniform met een kort geruit rokje en een bloes met een stropdas. Het meest opvallend was echter een felgele pruik met kort piekhaar en overdreven zware make-up rond haar ogen. Brechtje was compleet veranderd. Eerst keek ze even verlegen naar beneden, maar meteen daarop boorde haar blik zich uitdagend in die van Layla. “Dit is Ichino, een Manga-caracter”. Even bleef het stil, Layla wist niet hoe ze moest reageren. “Zo voel ik me dus echt fantastisch! Zo kun je ontsnappen aan de constante stroom van doorgaan en doorgaan; het houdt nooit op, iedereen zit vast, iedereen zit gevangen. Ik ook…”

Brechtje is verdwenen in de zwarte muil van de spelonk en Layla raakt in paniek; het besef van tijd vervaagt naarmate de minuten verstrijken. Hoe lang zit ze hier al? Moet ze blijven wachten? Moet ze hulp gaan halen? Ze moet haast wel de weg kwijt zijn geraakt. Ze had haar nooit moeten laten gaan. Ze had, ze had… Rillend zit ze tegen de wand, ze durft niet eens te schreeuwen in het gat, laat staan er zelf doorheen kruipen. Radeloze angst wrikt zich als een mespunt in haar hart, ze hapt naar adem, ook in haarzelf wordt het stil en zwart. Brechtje, kom alsjeblieft terug, laat me hier niet alleen.

Plots klinkt een tingeltje uit haar telefoon en licht het scherm op. Layla schrikt. Een bericht. ‘Ik ben heel ver doorgekropen, ik lig nu op een zachte ronding van een rots, het past precies.’

Driftig begint Layla te tikken. ‘Kom alsjblieft terug, ik ben bang.’

Lang gebeurt er niets, er komt geen antwoord.

‘Verdomme Brechtje, ik wil dat je teryg komt. Als er iets is kunnen we je helpwn.’ Ze heeft geen idee waarom ze die tweede zin typt. En ze bekommert zich niet om de tikfouten. Weer verstrijkt de tijd, minuten worden uren lijkt het.

Dan weer een tingeltje. Haar hart bonst haast haar borstkas uit. ‘Nee, het is goed zo.’

Layla’s hart krimpt ineen. Dan vallen hun persoonlijkheden een kort moment samen: Layla begrijpt Brechtje. Je neemt een besluit en een moment later ben je al vergeten waarom. Maar je houdt eraan vast. Is dat het?, zit het leven zo in elkaar?

Kruipend gaat ze op weg naar de uitgang, het is donker geworden. In de verte hoort ze blaffende honden, lichtbundels zwiepen door het donker. Kokhalzend zakt Layla op haar knieën. Een agent met een speurhond knielt naast haar en slaat een deken om haar schouders. De hond blaft, het klinkt opgetogen.

We weten niets. Er valt ook niets te weten.

1 reactie

Ton van Huijstee

vrijdag, 14:49

Waarom is het zo natuurlijk dat het je niet in je koude kleren gaat zitten als je verhuisd van Amerika naar Waalwijk? Zo is er meer wat je niet te weten komt.

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch

0 Toneel

Stukje

Bauke Vermaas