Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

HOOPSTAD

Door Peter Beda

Geen Marokkanen van dienst, vanavond?

Een feest met sfeer, zoiets. Zenuwslopende, inslaapwiegende muziek, groepen met Russische namen, die wat doen denken aan onze vergane glorie, onze nooit verwezenlijkte Heimat, Ons Vlaanderen in Brussel. De grootstad : sirenes, kleuren en geuren, vettige handen in de metro, prachtige vrouwen, exotische figuren, Afrikaanse culturen, wakkere ramadammen, een snuifje zon en veel lawaai, vluchtig oppervlakkig en diepgaand deprimerend. Niks voor gevoelige zielen. Je hoort Frans en Engels en Pools en Arabisch en alle talen praten, nooit niks anders gekend. En dan plots, allemaal Vlamingen in een park niet te ver van het station. Jeezes. En die vrouwen, zo lelijk. Dode poezen met stijve blikken, afgezwetste kaken, ingezakte borsten, wat een inteelt dragen kan.

“Ja maar gij zijt anti-vlaming, gij!”

Je woont in Brussel. Je doet maar wat.

Je hebt een lijstje met dingen erop geschreven, zaken die moeten gebeuren. Zelden is de dag dat er iets van komt. Isolatie, vervreemding. Schrijven over dingen die gebeuren. Nee denken, Ja zeggen. Zo voelt het dan om langzaam gek te worden. Een sluipende ziekte die geen ziekte is, eerder een onhoudbare luciditeit. Maar je mag niet al te helder zijn in deze moderne wereld. Anders verveel je je snel.

Wel veel Vlamingen, in dit park. Het zijn ze bijna allemaal, denk ik.

“Is Dieter hier ook, is hij weer zat?”

Mijn verloren gelopen, in zichzelf pratende vrienden, ze weten wel beter. Hoor eens.

De twijfel in welke taal te schrijven, in het centrum van het land, zonder interesse voor politieke twistpartijen. Wel griezelig, zo af en toe een beeld uit de onderkant opvangen, een Zwart de Bever, zo uit de media-school gestapt, dik gebuisd en toch lekker alles winnen. Debiliteit, het grof geschut. Als een mongool een stemming wint met domme praat en scheve blikken, argwanend voor elke tegenstander, de vijand nu zijn beste vriend. Wij zijn hier meneer, zij willen alles. Op de lagere school hoort men applaus.

Het zijn dingen.

« Et entretemps, tout va bien au chomage ? Sois plus créatif. Déconnecte l’ordinateur ou internet. C’est vrai, il est temps que tu te bouges mon grand! En amour, en travail, en tout, pour toi! Parce que tu pars à la dérive, si ça n’a pas encore commencé. »

Je houdt van de Franse taal, van dat Engels kabaal, van die Koeterwaal. Met Flamoutch zijn of niet, heeft dat niet veel te maken, meer met werk en muziek en denken en lezen en schrijven en analyses maken van iets dat geleefd moet worden, niet beleefd.

Fysiek in goede vorm, al is het meer zwemmen om niet te verdrinken. Af en toe een sigaret, net iets te veel om goed te zijn. En drinken, doch enkel om de helderheid te ontsnappen, zo af en toe. Een gedachte: als anderen je zien zoals je jezelf ziet, zit het niet goed. Lusteloos, passief, weinig contacten, wel vrienden, maar schrik om ze te bellen. Men valt ze liever niet lastig. Ieder zijn leventje.

En de stilte overheerst alles.

De creativiteit sluipt waar ze niet slopen kan. Kom uit dat bed, een twijfelaar. Te groot voor een enkeling, te klein voor twee zielen. Het gevoel dat het leven voorbijkruipt, langzaam, zonder weinig evolutie, met enkel de zelftwijfels als rode draad, als triest houvast. En niet willen loslaten. Mischien kan je niet zonder. Zelfbeklag, moeilijk doen. Typisch Vlaams ! En dan weer een periode van lichte euforie, alles eruitgooien, optreden, zingen, improviseren, de ogen dicht, of wat plaatjes miksen en ervoor betaald worden. Den artiest uithangen.

Rustig blijven, zou de dokter zeggen, gewoon verder doen, je bent goed bezig.

Waar is mijn dochter, mijn vrouw, mijn auto, mijn huis? De afbetaling van de schulden op mijn ziel? Nooit op krediet kopen, nooit een VISA kaart gebruiken! En daar sta je dan, een jaar later, tot de enkels diep in de modder. Geen geld op het einde van de maand, zoals iedereen. Dat gaat vlotjes hoor. Er zijn ergere dingen. Je woont niet op straat, je hebt geen puisten op je gezicht, geen bochel op je rug, geen dodelijke honger, geen overstromingen, geen infecties.

Je hebt alles weggegooid.

Kom-kom, alles gaat goed, zoals de wereld rondom. Het draait om geld, toch? Vervuiling, armoede, een paar klimaatprobleemkes, tussen grijze en blauwe lucht een verloren zonnestraal.

Wacht even. Dit gaat fout. Niks ernstig, want je bent slechts de verpersoonlijking van wat rondom jou gebeurt. Iedereen loopt hier verloren, de natuur weet het niet meer, de schulden stapelen zich op. Stel de toekomst even uit. Schrijven doen we later wel. Nu nog niet, eerst je gezicht redden op het Internet, en stiekem wat mensen vreemd bekijken. De gedachten bewaren voor later. Want later komt het allemaal weer goed, normaalgezien.

Die verdomde hoop, die helpt onze hele wereld naar de kloten.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch