Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Iedereen loopt me zomaar voorbij

Door Sas Van Bocxlaer

Als je in Gent bent, kom je me dan bezoeken? Ik geef je alvast een tip: je vindt me op het Veerleplein.
Wie ik ben?

Ik heet Veerle, maar m’n ouders, Theodoric en Sint-Amelberga noemden me Pharaïldis. Over de naam van m’n papa ben ik niet helemaal zeker, de meeste zeggen dat het inderdaad de Frankische koning Theodoric is (of Diederik als je dat makkelijker vindt), anderen zeggen dat het Witger is en nog andere zeggen dat mama eerst getrouwd was met Diederik en dan met Witger. Tja.

Ik wou dat ik je exact kon vertellen wanneer ik geleefd heb, maar iedereen zegt me altijd wat anders en ze zijn het pas beginnen opschrijven na 1073, toen ik er zelf al lang niet meer was. Ik ben rond 650 geboren ben en rond 750 gestorven, maar er is ook een gelovige, Hillegeer, die schrijft dat ik rond 647 stierf. In ieder geval ben ik heel oud geworden, wel 90 jaar!

Ik kreeg verschillende namen, zoals Pharaïldis, Faraïldis, Verhilde, wat ‘zachtmoedige vrouw’ betekent en dat is dan uiteindelijk Veerle geworden. Die andere namen waren waarschijnlijk veel te moeilijk om te onthouden.
Dat ik Sint genoemd wordt – Jaaaa, dat wist je nog niet, hé? – is misschien bijzonder voor mensen die mijn mirakels beschreven, maar in mijn familie was bijna iedereen heilig, zowel mijn mama als mijn (half)zussen, dus voor mij is dat niet zo speciaal. Ik wou mijn leven wijden aan God, maar moest van mijn ouders trouwen met Guido. Omdat ik maagd wou blijven en dus-ahum-niets deed wat hij wou, dacht hij dat ik ‘onzuivere minnenhandel’ onderhield en daarom geen goesting had. Hij was zo jaloers dat hij me mishandelde. Na zijn vroege dood, ben ik nóg vromer beginnen leven. Ik trok me in eenzaamheid terug in een hut aan de rand van Gent en gaf aalmoezen aan de armen en aan de ganzen. De armen bleven liever in de stad, maar de ganzen, die volgens de inwoners een heuse plaag vormden, zijn me gevolgd omdat ik zo van ze hield.
Op een nacht werd één van m’n ganzen gestolen! Wie precies de dief was, daar doen de wildste verhalen de ronde over. Was het een ongure kerel of één van m’n schildknapen? Ik weet het niet. Ik bad tot Onze Lieve Heer en kijk, de gans herleefde ‘helegans’ en liep terug kwakend rond. Dat weet ik wél zeker en daar is iedereen het over eens. Wie weet is dit wonder wel de oorsprong van ‘Gent’ want gantam is oud Latijns voor eend. Hela, hoor ik je denken, een eend is geen gans, maar in mijn tijd maakten ze dat onderscheid niet zo en aten ze alles. (Aha! Jij nu!)

Iets minder dan 200 jaar nadat ik gestorven was, in 912, hebben ze een kerk gebouwd vlakbij het gravenkasteel. Die kerk was eerst nog gewijd aan de heilige Jan-Baptist, maar is later, na 939, toen ik ein-de-lijk in Gent terug was, naar mij genoemd. Ik zeg eindelijk, want mijn lichaam (of wat ervan overbleef) heeft veel gereisd. Vanuit Lotharingen, waar papa Diederik hertog was, werd ik een paar jaar na mijn dood door bisschop Egilfridus meegebracht naar de Sint-Baafsabdij en toen de noormannen bijna 100 jaar later de abdij vernielden, ben ik gelukkig gered door een paar monniken. Zij namen me mee op hun vlucht naar Laon en nog eens 100 jaar later, in 939 om precies te zijn, ben ik als een echt relikwie teruggebracht naar Gent. Een deel van mij ging naar de Sint-Baafsabdij en een ander deel werd in ‘mijn’ kerk gelegd. Ook het plein aan de kerk kreeg mijn naam: de Veerleplaats. ‘Mijn’ Veerlekerk was een belangrijke kerk, waar vorsten begraven werden. Zelfs de uitvaart van Keizer Karel nam er plaats in 1558. Nu weet ik niet zo goed of ik daar wel fier op mag zijn.
‘Mijn’ kerk is vandaag helaas verdwenen. Over het jaartal zijn ze niet zeker (1120 of ’21), maar ze is ieder geval volledig afgebrand. Het heeft 100 jaar geduurd vooraleer ze heropgebouwd was en in 1581 is wat er nog van overbleef zelfs verkocht. Hoe durven ze! De geestelijken van de Veerlekerk, die me vereerden, sloten zich aan bij de geestelijken van de Sint-Niklaas kerk. ’t Is te zeggen, die twee groepen geestelijken kwamen niet overeen. Ze hadden ruzie over een opschrift voor mij boven de hoofdingang, over waar mijn beeld moest staan, of iemand wel of niet toegelaten mocht worden in de kerk, … over dus zowat alles en die vete duurde immens lang! Meer dan 200 jaar! Er is zelfs gevochten…tot bloedens toe!
En dat hoefde eigenlijk allemaal niet, want al in 1586 werd er gestart met het bouwen van een nieuwe kerk waar ooit mijn kerk stond. Hierboven (haha, hoe geestelijk) zei ik al dat de kerk verkocht werd, maar de koper van de kerk, die helemaal geen gewijde plannen had, verloor het proces tegen de geestelijken omdat de kerk dan wel verkocht was, maar de grond nog van de geestelijken was. (Immobiliën, je moest er toen al wat van kennen of je werd gesjost)
Dus hadden de geestelijken van ‘mijn’ oude Veerlekerk een nieuwe kerk. Toen de kerk eenmaal af was, vonden ze ‘mijn’ nieuwe kerk helaas te min. Ze zijn er nooit ingetrokken.

De ruzies tussen de twee groepen eindigden eindelijk in de 18de eeuw, tijdens de Franse overheersing. Het leek er op dat je niets meer van me zou terugvinden. Mijn nieuwe kerk werd een kazerne, mijn plein veranderde van naam naar Place d’Epicure, naar één of andere Romeinse filosoof. Op wat ooit ‘mijn’ plein was, werden terechtstellingen gehouden, alleen hier werden in Vlaanderen valsemunters berecht. Er waren kermissen, eetgelegenheden en zuippartijen. Van mijn barmhartige, goede, vrome eigenschappen, vond je niets meer terug.

Maar vandaag ben ik helemaal terug! Het plein heet Veerleplein en sinds 1988 staat er zelfs een beeldje van me. Maar iedereen loopt me zomaar voorbij.
Kom jij me aljeblief eens (be)zoeken?

3 reacties

Karen

donderdag, 16:06

Go go go Sas!!!

Sas Van Bocxlaer

Auteur maandag, 22:50

Erratum: alsjeblief
(als ik u niet ken en u twijfelt om op dit verhaal te stemmen dan wordt het speciaal voor u alstublieft)

Willy De Smet

maandag, 22:06

mooi

0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen