Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

IJssel

Door Hein van der Schoot

IJssel

Vanavond is mijn vrouw met onze Daihatsu Cuore bij Wijhe de IJssel in gereden. Er hing een luizige mist. Ze reed de dijk af, de veerweg op en toen pardoes het water in. Het was hoogwater en de veerpont lag aan de overkant. Een wandelaar hoorde de plons. De veerbaas zag de wieberende koplampen en voer volle kracht terug. De auto bleef nog even hangen, zo kon de veerpont langszij komen. De veerbaas heeft haar gered en gaf haar koffie in de stuurhut. Intussen kreeg de stroming vat op de auto, hij kantelde, er kwamen allerlei spullen uit de auto bovendrijven en daarna was er alleen maar stromend water. Even later hoorde mijn vrouw de grote blub waarmee onze auto zijn laatste adem uitblies. Ik ben stratenmaker en woon in Wijhe, volgens mijn vrouw het lelijkste dorp van Nederland. Mijn voorvaderen hebben de Zuiderzeestraatweg gestraat, ze begonnen in Amersfoort en stopten bij de IJssel bij Zwolle. Morgen staat mijn vrouw in de krant.

Ik kwam laat thuis. Op de deurmat zag ik haar doorweekte schoenen en sokken en op de trap een spoor van waterdruppels. Alsof er een smeltende ijsbeer naar boven was gelopen. Vanuit de woonkamer klonk een joehoe. Het was mijn vrouw hoewel mijn vrouw nooit joehoe zegt. Ze zat in haar ochtendjas met opgetrokken knieën op de bank, haar pantoffels met roze pompoenbolletjes stonden op het vloerkleed. Op de stoel tegenover haar zat de wandelaar die haar met zijn auto naar huis had gebracht. Mijn vrouw vertelde het hele verhaal in een waterval van woorden, alles door elkaar en alles wel drie keer. Alsof ze in de Efteling uit de Python was gestapt. En ze vertelde dat het extra jammer was dat ze in het water was gereden, omdat op de achterbank het cadeau lag, dat ze die dag gekocht had voor mijn verjaardag. Ik vroeg haar of ze het cadeau van de ondergang had kunnen redden. Ze schudde haar hoofd. Toen werd het even stil. Wandelaar Dirk vertelde dat hij een sigaret rookte toen mijn vrouw hem passeerde, dat hij dacht wat rijdt die auto snel, dat hij haar nog wilde naroepen, maar ja, ze reed zo snel. Hij liet nog even zijn roodgloeiende sigarettenpeuk oplichten tussen haar verdwijnende achterlichten, en toen hoorde hij die plons.

Ik vroeg aan mijn vrouw hoe dit in godsnaam had kunnen gebeuren. Ze wist het zelf ook niet. Misschien een black-out of zoiets, zei ze. En of de auto verzekerd was tegen het-zelf-in-het-water-rijden wist ze ook niet. Toen viel er even een stilte, ik zag hun lege kopjes en ik vroeg of ze iets anders wilden drinken. Doe mij maar een glaasje wijn, zei mijn vrouw enigszins deftig. Doe mij maar een pilsje, zei Dirk, gewoon uit het flesje, zei Dirk en hij begon te vertellen. Dat hij haar best had willen redden, maar hij was bang omdat er zoveel stroming stond. En dat die veerman een reuzekerel was en dat hij zichzelf een minkukel voelde. Bij het tweede pilsje vertelde hij dat hij als onderwijzer was opgeklommen tot schoolhoofd en nu zelfs de baas was van een hele club basisscholen. Bovenschoolshoofddirecteur, zei hij en hij praatte ook als bovenschoolshoofddirecteur. Ik raakte in de war van de leerlingbehandelplannen en de accreditatiecommissies, en vroeg hem of hij, als wandelaar langs de IJssel, iets meer wist van het been in de IJssel.

Vier pilsjes lang vertelde Dirk over het been. Over de man die in de zomer van 2005 uit hengelen ging en het been vond, een been met een sok. Hoe het forensisch onderzoek op dood spoor beland was en hoe een journalist toen het naadje van de kous wilde weten. Dat het been nu in zijn eentje op het kerkhof van Wijhe lag. Dat mogelijke eigenaar een Duitser zou zijn geweest. Hij vertelde over de hoogblonde vrouw van de bierfeesten in München en hoe de waarschijnlijke eigenaar van het been was gescheiden van zijn vrouw. Over de hoerenbuurt, de brug in Düsseldorfwaar de man, toen nog in het bezit van twee benen, misschien in wanhoop vanaf gesprongen zou zijn en de verwoestende werking van een scheepsschroef. Maar dat er geen metaalsplinters in het been waren gevonden. Dat de Reeperbahn in Hamburg waarschijnlijk van cruciale betekenis was geweest. Over het mislukte casino-avontuur en over de nieuwbouwwijk waarin de man hoopte gelukkig te worden. Dat de IJssel geeft en neemt. Ik zag dat mijn vrouw begon weg te soezen. Ik moet even plassen, zei Dirk, stond op en keek naar mijn vrouw. Ze slaapt, zei hij.

Een aardige vrouw heb jij, zei hij toen hij terug kwam, doe mij nog een pilsje, dan vertrek ik. We deden nog een pilsje en tegen middernacht verliet hij het pand. Zijn bumper schampte een paaltje. Ik liep de kamer in, zag mijn vrouw liggen als een onschuldig lam, ik dacht nog even dat ik haar daar kon laten liggen. Toen heb ik haar opgetild en als een opgekrulde kat naar boven gedragen.

Hein van der Schoot

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch