Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Ik Heb De Zee Gezien

Door Katarina Hoogland

Ik Heb De Zee Gezien

Mijn ouders bewogen als mensen. Ze spraken en keken als mensen. Ik heb mij in hen herkend op basis van die ankerpunten. Waarom nemen mensen kinderen? Waarom neem je kinderen als je ze niet op je schoot duldt, in je armen stevig vastgehouden? Iets waardevols. Waarom doe je dat? Wat denk je dan?
Kunnen de ene ouders meer dan de andere ouders? Geen enkele ouder kan natuurlijk alles, maar zijn er bepaalde ouders die beduidend en significant veel minder kunnen of haast bijna niks?

Ik houd een hand in mijn nek zit te broeden op die waardigheid. Dat gevoel. Hoe krijg ik die noot gekraakt. Vrijdagavond. Fysiek gewond. Het is een rustige straat hier. Geen verkeer meer. Is het verkeerd om in jezelf gekeerd te zijn?

Ik weet niet. Ik heb het idee dat ik de lucht heel erg goed heb leren kennen. Het voelt wel een beetje teleurstellend, het weerkaatst in mij terug. Het geluid van de lucht. Lucht maakt geluid. Alles maakt geluid. Mijn lichaam ook. Is het oneerlijk als je alles probeert waar je maar mee bevoorraad bent en je loopt steeds tegen blinde muren op?
Mijn geruisloze huis op deze geruisloze avond in geruisloze stilte. Ik heb recht op waardigheid. Ooit las ik eens dat ik volmaakt geschapen ben zoals iedereen. Het wordt aan je opgehangen. Verhaaltjes. Theoretische verstandelijke verhaaltjes. Ik ben de zee. Een halfblinde in de zee op het strand. Ik heb een beeld van mezelf. Dat is opgebouwd uit….uit…halfblinde verhaaltjes want halfblinden weten alleen maar wat halfblinden weten anders zouden ze geen halfblinden heten. De lucht in mijn longen, waardigheid van waarde zijn, ook met een vervaagd werkelijkheidsbesef.

Ook al herinner ik me niets meer van de lagere school. Ook al was ik wat in mezelf gekeerd. Ik zal van waarde zijn. Ook halfblinden ook al doen ze het niet in de maatschappij, hebben bloed stromen. Hoe ervaar ik mijn waardigheid? Mijn hersenen staan stil, mijn waarnemingskanalen zitten dicht. Ik ben er maar half. Is een half mens half of is een half mens een heel half mens? Een hele helft. Hoe ervaar ik dat hele. En waar haal ik de conclusie half vandaan?

Ik ben de zee de lucht, de machtige lucht die als een gewelf in mij naar binnen dondert. Ik heb de lucht en de lucht heeft mij. De lucht praat met mij. Als je halfblind bent verscherpen je ander zintuigen. Geruisloos stil. Ik ken geen armen die ernaar hongeren mij te knuffelen. Ik ben een stilstaande ven. We zijn allemaal met elkaar verbonden, hoor ik wel eens zeggen. Een spiritueel denkbeeld. Smeer maar in je haar, verstandelijke verhaaltjes.
Ik ben er nog en zie een kassabon. Een envelop en een lamp.
Wat moet ik er eigenlijk mee? Met dat hele leven. Ik verkoos indertijd het een kans te geven en ik wist dat ik veel zou gaan lijden nog, dat wist ik. Het is veel meer geworden dan ik me toen al had voorgesteld. Wat moet ik er dan eigenlijk mee?
Jij bent alle dingen. Ik ben de zee. Ik ben wie ik ken die ik ben. Ik ben halfblind, met halfblinde ouders. Zij zijn, die zij kennen wie zij zijn. Ik ben de zee, de stoep en het strand. Ik ben de schreeuw die ik in mijn eentje probeer te lossen.

Ik heb de zee gezien. Ik wist niet van de zee. God had de wereld ook kunnen maken zonder zee. Dan was er iets anders geweest in plaats van de zee of helemaal niks. Dan had ik het nooit geschreven: ik heb de zee gezien.

Ik probeer er een verhaal aan te breien waarom ik nog niet dood in mijn kistje lig. Je hart kan in je keel stil blijven staan. Zo lig je schijnbaar als een halfdode opgebaard in een glazen huisje. Want iedereen kan je zien.

Het leven sterft in de tel van dit ogenblik, dat heb ik eens ergens gelezen.

Ik denk dat je met de lucht gaat praten als je niet helemaal voelt. Dat je alleen maar op je zintuigen vertrouwt. Als je jezelf, je eigen lichaam niet waarneemt. Je eigen energie. Ik denk dat de lucht dan alle ruimte krijgt om op bezoek te komen en je systeem bezet.

Dat ben ik. Ik was een constructie. Al mijn jaren verdampt. Een lege huls. Als dit groei is geweest dan buig ik mijn hoofd nederig. Wat was er gebeurd met de Katharina die, als 7-jarig meisje, grasjes weghaalt tussen de tegels van een oprit. Het is veel minder haalbaar geweest, dan ik had kunnen denken.

Ik ga zeker zes maanden lang alleen maar in het verleden leven. Laat mij toch in het verleden zijn. Wat ik meemaakte is mijn houvast. Is wie ik ben.

Ik heb je nog niet helemaal begraven Katarina. Dat komt omdat ik je nog een klein beetje bij me wil houden. Ik bewaar je een beetje. We zijn best wel een tijdje samen geweest. We hebben avonturen beleefd die voor toen pasten. Gaat het boek dan pats boem dicht? Ik dacht het niet. Het zijn mijn avonturen geweest met mezelf. Ik heb er niemand anders in betrokken. Ook al is het feitelijk voorbij. Ik kan je niet 1,2,3 in me af laten sterven. Ik wil je nog in mijn armen voelen. Mijn armen hongeren naar jou.

Hete tranen huil ik om de intentie die verdampt. Ik was gemankeerd maar ging daar niet vanuit. Ik ging van heelheid uit en dat kwam niet overeen. Ik bestuurde een auto met maar een arm, vandaar al die botsingen.
Maar er is een ding dat voor zeker op mijn grafsteen kan komen te staan. Een ding, heel zeker ook al was er vervaagd werkelijkheidsbesef: Ik heb de zee gezien.

.

1 reactie

Katarina Hoogland

Auteur vrijdag, 23:43

Heb dit net gepubliceerd, maar ben wat verward omtrent welke categorie. Dit is een monologue interieur/persoonlijke ontboezeming. Misschien had het onder fictie (ook) thuis behoort…

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch