Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Ik weet het niet

Door Sabrina Payen

Er was eens…

Ooit.
Heel lang geleden.
In een land hier ver vandaan werd er een klein schattig meisje geboren.
Ze kreeg de naam ‘ik- weet- het- niet’
De mensen vonden dat een heel rare naam. En gingen met hun vraagtekens naar de ouders.
‘Tsja,’ zeiden de ouders ‘we weten het zelf niet, dus we vonden het wel een toepasselijke naam.’
De mensen schudden hun hoofd. De egel en de eekhoorn knikte instemmend. En de kabouters dansten verder rond het paddenstoelenvuur.
Zoals ik al zei was ‘ik weet het niet’ een schattig meisje. Ze ontroerde iedereen die ze aankeek met haar grote grijsgroene ogen, die soms zonder reden veranderden in blauw.
Voor ze kon praten en lopen, danste ze als gek. Op elk ritme die ze te horen kreeg! Je kan wel zeggen dat dansen haar passie was.
Het kleine meisje werd groter en groter en stopte plots met huppelen en spelen. Want ze vond de wereld maar niets. Enkel de eekhoorn, egel en kabouters verstonden haar. Omdat ze samen de taal zonder woorden spraken.
Het kleine meisje had geen broers of zussen en was dus vaak alleen. Haar mama had het te druk met staren naar de klaagmuur en haar papa was overal te bekennen, behalve ‘thuis’. Dus nee, het kleine meisje wist niet echt wat ‘thuis’ was.
Ze vroeg zich af waarom de wereld zo’n pijn deed. Maar kon met die vraag nergens terecht. Zelfs niet op school. Daar moest ze ‘scoren’. En dat deed ze middelmatig. Het kleine meisje blonk in niets uit, want dansen stond niet op het lessenrooster.
De tijd tikte verder. En het meisje hoorde stemmen in haar hoofd. ‘Wie ben ik? Wie ben ik?’
Het werd een echt zaaglied voor ‘ik weet het niet’.
Want inderdaad wie ben je dan? Met een naam als ‘ik weet het niet’?
Het grote meisje werd vrouw en zelfs dan bleef ze verder zoeken. ‘Waar zou ik het toch vinden?’ zuchtte ze.
‘Waar is mijn thuis en hoe kom ik daar?’ ‘Wie ben ik?’ zuchtte ze nog dieper dan dieper.
De eekhoorn, egel en haar favoriete kabouter zuchtten diep mee. Hoe konden ze haar helpen? Waar vonden ze grond in de grondeloosheid? Waar vonden ze basis in een bodemloos vat? Zelfs de bomen dachten mee.
Hoe konden ze ‘ik weet het niet’ helpen?
Na zwaar gepeins zeiden ze in koor: ‘Niemand kan ‘ik weet het niet’ helpen, alleen zij kan dat!’ Al pikte de egel in: ‘Ja! En we kunnen er tevens voor haar ‘zijn’. Allen knikten instemmend. Dus deden ze waar ze best in waren: gewoon ‘zijn’.
En jawel. De tijd tikte maar door. Er kwam geen bevredigend antwoord voor ‘ik weet het niet’. Nochtans had ze alles geprobeerd. Ze werkte van chef tot wc madam en zelfs de job van haar leven, kon de leegte niet vullen. Ze ging met iedereen relaties aan in alle soorten en vormen, een echte monopoly, maar nee. Ook dat was maar een vulsel van niets. Ze at. Ze at niet. Ze dronk zich te pletter aan groen spul. Nope. Ze stond op haar kop en deed iets als yohik en yoha. Bref. Het hielp niets. Ze liet al haar 11 chakra’s deblokkeren. Het zooitje was dan wel uit de war, maar nee. Toch niet.
Kortom. De zoektocht leidde naar: nergens en niets.
Tot.
Ja. Inderdaad.
Tot.
De bomen zagen haar als eerste. ‘Ik weet het niet’ wandelde in cirkels verloren. De kabouters hielden hun adem in. En de eekhoorn en egel hielden elkaar stevig vast.
‘Ik weet het niet’ huilde. Nog nooit had iemand zo gehuild! De tranen bleven maar stromen. Ellenlange zware tranen vol intens duister verdriet.
‘Mijn hart is terug gebroken,’ schreeuwde ‘ik weet het niet’.
‘Ik heb zoooooooo’n pijn.’
Het was muisstil in het bos. Enkel een vallende eikel of dwarrelend blad zette zijn weg verder naar beneden. Iedereen leefde met ‘ik weet het niet’ mee.
Na 7 nachten hielden de tranen op. Zomaar. Want iets duurt maar zolang het duurt.
‘Ik weet het niet’ stond op. Haar hart was nog steeds gebroken. Maar de verhalen waren gestopt. Ze voelde enkel pijn.
En toen zag ze de bomen. Die er waren. Altijd.
En toen merkte ze de aarde onder haar voeten. Grond die er altijd was.
En toen voelde ze de lucht die haar streelde. Altijd.
En merkte ze dat er iets in haar was. Iets dat er altijd al was. Zelfs voor ze haar naam kreeg.
Haar adem!

‘Ik weet het niet’ ademde diep in.
En ze huppelde verder.
Het bos.
Uit.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch