Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

IKEA

Door Dario Goldbach

Ikea. Ik heb een haat-liefde relatie met Ikea. Ikea is vertrouwd. Ikea is de reden dat de hele wereld er min of meer hetzelfde uitziet. De reden dat ik in een restaurant aan de andere kant van de wereld een tafeltje kan tegenkomen. En godverdomme nostalgisch kan worden over datzelfde tafeltje wat ik vroeger had. Het tafeltje dat mijn vrienden en ik hadden ondergeklad met domme krabbels en leuzen. Nostalgisch kan worden dat ik dat tafeltje uiteindelijk in stukken heb geslagen en verbrand op een oudejaarsavond. Want: fuck it, het is maar Ikea.

Het is maar Ikea. Ikea. Ikea, perfect schoon, perfect verlicht. Duizend perfecte huizen voor duizend perfecte families. De oplossing voor elk probleem vind je in die geel-blauwe kathedraal.

Op kamers? Ikea.

Woning onder de 20m2? Ikea.

Samenwonen? Ikea.

Verhuizen? Ikea.

Kinderen? Ikea.

Scheiden? Ikea.

Alimentatie? Ikea.

Noodgedwongen weer terug naar een woning onder de 20m2? Ja, precies.

Maar Ikea heeft één product, één technologie waar ik echt van houd. Ik weet niet of het een uitvinding van Ikea is maar, ik loef dit zo hard.

Als je een keukenkastje van Ikea dicht smijt. Hem dicht ramt omdat je boos bent. Omdat het juiste Ikea kommetje er niet instond voor je trieste zakje instant noodles. Hoe hard je hem ook dicht ramt. Hoe hard je al je frustraties in je worp zet. Terwijl alle verkeerde keuzes die je in je leven hebt genomen samenkomen. Alle keuzes die samen verantwoordelijk zijn voor de hoop stront wat je je leven mag noemen. Alle keuzes en zelfhaat en verdriet die zich samenvoegen in één worp, één beweging van je schouder in dat fucking Ikea kastdeurtje.

Één centimeter voor het kastdeurtje het kastje in stukken ramt, één centimeter voor de goedkope planken van geperste houtsnippers terug in hun originele vorm exploderen, stopt die, en whoosh!

Zachtjes, lief, teder, sluit die zichzelf. Het is een keukenkastje dat om je geeft. Meer dan je vrienden, meer dan je ouders en zeker meer dan fucking ONVZ. Het maakt niet uit hoe vaak en hoe hard je het kastdeurtje in het bijbehorende kastje probeert te rammen. Whoosh. Een oase van rust terwijl die sluit.

Ikea. Ik hou van je. Ikea. Ik haat je. Ikea. Kastdeurtjes. Fuck.

Maar, niet overal is het zo goed vertoeven hoor. Nee. Niet overal kan je vertrouwen op je keukenkastdeurtjes. Nee! De wereld is een oneerlijke plek. Sommige mensen hebben geen eten of drinken en sommige keukenkastdeurtjes sluiten zichzelf niet. Dat zijn de harde waarheden die iedereen op een dag moet inzien.

Mijn eerste eigen kantoortje. Een verlaten antikraak basisschool hartje Schilderswijk. Wat denk je!? Dat die keukenkastdeurtjes zichzelf sluiten? Reken er maar niet op. Ik had een klein keukenblokje. En de eerste dag dat ik daar was, nadat ik al mijn Ikea bordjes en kopjes netjes in het kastje had gezet. Rustig, normaal, vriendelijk, sluit ik het deurtje. Maar, niet helemaal. Ik vertrouw het kastje, ik vertrouwde de technologie, ik vertrouwde Ikea. Ik vertrouwde het deurtje om de rest van de beweging op zich te nemen. En zodra ik het keukenkastdeurtje loslaat. Duwt de springveer hem terug en ramt het keukenkasdeurhendeltje direct in mijn voorhoofd. BAM. Realiteit.

Fuck. Dit keukenkastje zocht ruzie. Dit keukenkastje wou matten. Of misschien was die gewoon bang. Dit keukenkastje stond al jaren leeg. Wist hij veel. Het was oké. Ik kon het hebben. Het zou goed komen. Wij zouden vrienden worden.

Maar elke dag sloot ik dat deurtje maar niet helemaal. Nee. Niet helemaal. Gebaseerd op Ikea vertrouwen dacht ik niet na. En keer op keer op keer haalde het kastje uit.

BAM. Realiteit.

BAM. Realiteit.

BAM. Realiteit.

Je leert veel over jezelf. Wanneer je keer op keer slachtoffer bent van een merkloos keukenkastje. Je komt jezelf echt tegen wanneer je elke dag weer zo stom bent. Zo lui. Dat je niet capabel genoeg bent om een keukenkastje volledig te sluiten. Zo afhankelijk van Ikea en haar technologie. Zo verloren zonder dat ingenieuze springveer systeem. Vervaardigd door knappe Zweedse koppen. Nee.

Elke dag. Ramde dat keukenkastje. En dan specifiek het hendeltje. Op precies datzelfde plekje aan de rechterkant van mijn voorhoofd. En, geloof het of niet, elke keer was ik weer verrast. Elke keer was het volledig onverwacht. Alsof het de eerste keer was. Alsof het me nog nooit was overkomen. Alsof ik het niet had kunnen weten.

Maar wiens schuld was dit nou eigenlijk? Wie was nou echt schuldig van deze situatie. Een situatie die, met de dag serieuzer werd terwijl de bult op mijn hoofd langzaam maar gestaag groeide?

Was het dat kastje? Was het zijn of haar intentie? Was het een diepgewortelde haat tegen mij als arme kunstenaar die een antikraak schoolgebouw bekladde en het werk noemde?

Of was het puur mijn eigen schuld? Mijn eigen stommiteit. De straf van mijn getrainde Ikea brein? Nee. De schuld bij mezelf zoeken? Ik lijk wel gek.

De schuldige, is, natuurlijk. Ikea. Dat geel blauwe monster uit het noorden. Met hun handige woonoplossingen en universele handleidingen. Hun geautomatiseerde warenhuizen. En die fucking verlichtte pijltjes in hun winkels. Die mensen, jong en oud, langzaam maar zeker door de winkel persen, om er zeker van te zijn dat je niet alleen elke hippe wandlamp en handige inklaptafel hebt gezien, maar ook nog eens je mik volstouwt met die kleine gehaktballen voor je weggaat. Nee. Ikea. Ikea heeft ‘t gedaan. Ikea liet mij expres, al die jaren genieten van de ultieme luxe dat een zelfsluitend keukenkastdeurtje verschaft. Om mij daarna uit te lachen vanuit Stockholm wanneer een merkloos kastje te veel voor mij bleek, maar, Ikea, Ikea je hebt niet gewonnen.

Want ergens, diep van binnen, ging ik er wel goed op. Het was mijn wake-up call. Mijn realisatie. Mijn tegenaanval. Mijn dagelijkse protest. Keer op keer wanneer ik van het kastje naar de muur naar de kloppende wond op mijn voorhoofd werd gestuurd was dat geen verloren wedstrijd nee. Het was mijn kroon van doorns, mijn eigen kruis. Vastgenageld aan een merkloos keukenkastje. Mijn zelfverminking als martelaar, mijn straf, mijn boete, mijn kruisiging. Het was mij laatste optie, enige uitweg was boeten voor de zonden van het geel-blauwe globaliserende monster wat Ikea heet. Voor de vergeten keukenkastjes in de wereld, de onderbedeelden, voor de open deuren val ik met de deur in huis. Noem me Jezus Christus.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch