Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

#Ikhebook

Door Lehti Paul

‘Je hebt me áángerand’, zegt ze met overslaande stem. Met mijn mouw veeg ik mijn voorhoofd droog en schakel de pook iets krachtiger dan nodig in de achteruit. Ze knoopt haar broek dicht en zet haar stoel weer rechtop.

‘Aangerand’, ik herkauw haar woorden, laat langzaam de koppeling omhoog komen en denk aan de strijd van tien jaar terug. Aan botsende keukenkastjes die geen logische verklaring meer boden voor blauwe plekken tussen benen. Aan de opluchting toen ik besefte dat een beetje wijdbeens lopen geen opgezwollen kut hoefde te verraden, dat dit ook aan een scheefzittend tampon kon liggen. Wat dat betreft was de plek waar hij die ene keer zijn voeten op had gericht niet onvoordelig. Die plek bleef voor buitenstaanders buiten beeld en maakte het voorwenden van één of andere allergie overbodig. Zoals toen collega’s naar een verklaring voor mijn opgezwollen hand hadden gevraagd. Ook was het niet nodig om het altijd opgestoken haar nu los over mijn oren te draperen om sporen van al die heftige huiselijkheid te maskeren. Hoe een dikke kut bewerkstelligd kon worden door een prettiger soort aanraking, was mij toentertijd niet bekend. Nu eigenlijk nog steeds niet. Ik kijk over mijn schouder om te zien of ik veilig de provinciale weg op kan draaien.

‘Aangerand’. Ze was toch zeker zelf begonnen te vingeren? Dat dit enige opwinding bij mij als ‘bewust onbeschonken bestuurder’ zou veroorzaken had ze kunnen verwachten. Van geweld was ook geen sprake geweest. Of zou de huidige gang van zaken in Zweden, waarbij zonder nadrukkelijke toestemming van beiden, altijd sprake is van aanranding, ook in Nederland zijn doorgedrongen? Dat brak toch elk spontaan soort magie waarmee geslachtelijk verkeer werd omgeven?

Hoewel er destijds ook geen sprankje magie te bekennen was. Of men moest het naarstig zoeken naar het verdoezelen van sporen als zodanig beschouwen. Had hij toen eigenlijk geen recht op mijn lijf gehad? Een beetje man kon het toch niet over zijn kant laten gaan als zijn vriendin met een ander flirtte? Zoiets noemde men niets voor niks ‘compromitterende omstandigheden’. Het was in die zin een logische terugbetaling van zijn hartenpijn geweest. Te meer omdat ik hem na te zijn betrapt had geweigerd. Eerst leek hij me nog te willen ontzien, had hij zijn lid slechts oraal laten opwarmen. Maar nadat deze voldoende volume had gekregen, had hij zich toch bij mij naar binnen gewurmd. Een paar weken ervoor had ik dit nog fijn gevonden.

‘Aangerand’. Tegen één uur had ik haar giebelend op de vloer van het toilet aangetroffen. Omstanders hadden haar omhoog geholpen en haar bezworen dat het beter was om met mij mee te gaan. Haar huis was zo laat op de avond niet meer per bus bereikbaar, dus had ze voor vertrek naar het personeelsfeest geregeld dat ik haar kwam ophalen. Maar nu protesteert ze en roept luid lachend om nog een laatste glaasje bessen. Hetgeen me in haar toestand meer dan onverstandig lijkt.

De karaokeklanken galmen nog na in mijn hoofd. De weg is verlaten en als er geen straatlantaarns meer langs de weg staan, laat ze haar stoel zakken en knoopt ze haar broek los. Met een gelukzalige grijns op haar gezicht vraagt ze: ‘Je vindt het vast niet erg als ik me klaarvinger?’ -ondanks haar beneveling beheerst zij het vragen van toestemming uitstekend-. Licht gechoqueerd maar met mijn gezicht in de chauffeursplooi mompel ik een soort van goedkeuring. Ik bemerk een zwelling op de plek waar zich tien jaar eerder de man die zich mijn vriend noemde naar binnen had gewerkt. Het hijgen naast me geeft de mistige landweg een haast geile aanblik.

Vlak voordat we ons dorp binnenrijden, neemt mijn opwinding het stuur over. Ik rem af en draai een onverharde, doodlopende weg in. Lijzig vraagt ze of we al thuis zijn. Ik zwijg, zet de motor uit en buig me voorover naar haar kruis. Ze had toch zonder enige gêne gezegd naar een orgasme te verlangen? Ik wil haar daar graag bij helpen. Onwennig likkend besef ik geen flauw idee te hebben hoe dit te bereiken. Het gegeven dat ik over eenzelfde geslachtsorgaan beschik biedt tot mijn verbazing geen soelaas.

Haar gelukzalige lach verdwijnt. Ze vraagt me om er mee op te houden: ‘Dit wil ik niet, breng me naar huis.’ Terwijl ik achteruit de weg opdraai, hoop ik vurig dat ze het schaambloed dat naar mijn kaken trekt niet ziet, dat ik het verdoezelen van uiterlijke kenmerken na tien jaar nog goed genoeg beheers.

Eenmaal voor haar huis open ik haar portier, ze houdt zich aan mij staande en geeft me haar huissleutel. Als ik die in het slot steek, knipt het licht in de gang aan en gaat de deur open. Met een glimlach en gespeelde blik van verstandhouding draag ik haar over aan haar vriend.

Als ik opnieuw de auto start durf ik eindelijk te praten tegen de lege stoel naast me. Veel verder dan ‘Ik ook’ en ‘Ik heb’ kom ik niet. Haar aanvulling klinkt als karaoke door in mijn hoofd: ‘Aangerand’.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch