Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Je bent nabij, al is de afstand nog zo groot

Door NVA Banh

Aan het eind van elk jaar luister ik naar de Top 2000 op de radio. Mooie liedjes uit een vers of grijs verleden. Voor mij is de donkere decembermaand ook een periode van terug te kijken op mijn leven. Op de vlucht van ons gehavende gezin uit Vietnam. Op het pijnlijke afscheid van mijn vriend X die moest achterlaten in het verschroeide land dat getekend was door de oorlog. X noem ik je, want kan jouw naam niet noemen, want inmiddels ben je getrouwd en ik wil je vrouw en kinderen geen pijn doen. Je woont nog in Vietnam en ik in Nederland. In mijn hoofd herhaal ik deze woorden uit een liedje “I know him so well” van Whitney Houston.

‘And though I move my world to be with him
Still the gap between us is too wide.’

Ik was ongeveer dertien jaar oud toen mijn moeder besloot in een bootje te stappen en de oorlog in Vietnam te ontvluchten. We woonden in het zuiden en ik was tien jaar zat in de vijfde klas van de basisschool. Ik werd gepest en voelde me alleen. Gelukkig was jij daar voor mij, mijn lieve X. Je troostte me en wilde wel met me spelen. Je was mijn vriendje en maakte het zware leven lichter. Op mijn negentiende woonde ik ruim vijf jaar in Nederland, het was 1985. En toen kwam het wonder: in 2014 vond jij me via Facebook. Met de vreugde kwam ook de pijn van iets dat niet had kunnen zijn.
Dit jaar vond ik mijn brief aan jou die ik in mijn hoofd al tientallen keren had geschreven. Het was 30 april 1985 en ik moest mijn hart uitstorten: het verdriet en met gemis waren te groot om in me te houden. Dit is mijn brief, ik zal hem nooit durven te sturen, al wil ik dat nog zo graag.

Nederland, 30 april 1985

Lieve vriendje,

De lente is gekomen met veel kleurig bloeiende bloemen. In de bermen langs het fietspad en op de grasvelden kondigen ze het voorjaar aan. Ze pronken met hun kleuren en dansen mee op de zachte lentewind.
Net als ieder jaar op deze dag is de lente al langs gekomen, weet je nog X deze dag, tien jaar geleden? Hoe die binnen ons leven is gekomen en wat zij teweeg heeft gebracht?
Ons land viel in de handen van de nieuwe heersers uit het Noorden. De stad waar wij geboren waren en opgroeiden, kreeg de naam van hun overleden leider. Voor iedereen die er toen woonde en leefde, niet alleen voor jou en mij. Mannen die hun land gediend en verdedigd hadden, werden verzameld en gedetineerd naar onbekende bestemmingskampen. Moeders met hun kinderen bleven achter. Zij moesten het alleen maar zien te rooien met het levensonderhoud van hun kinderen. Vaders lieten het leven in de onverbiddelijke kampen. Ze werden genummerd begraven op verlaten plekken. Mijn vader was een van die mannen die stierf, negen maanden na zijn vertrek uit ons gezin.

Op school werd ik gepest en buitengesloten, omdat ik kind was van een vader die in een kamp had gezeten. We mochten onze vader begraven op een afgelegen begraafplaats, verborgen voor de bewoonde wereld. Om de veiligheid en het welzijn haar de kinderen, stapte mijn moeder met ons op een bootje. Samen met haar familie vertrok ze uit Vietnam. Dobberend op de Zuid-Chinese Zee ging ze op zoek naar vrijheid en barmhartigheid.

Dankzij deze dag leef ik daarom ver van je vandaan. Mijn lieve vriend van toen, daarom wil je deze brief sturen om te vertellen van mijn omzwervingen van de afgelopen jaren. Heb je je alleen gevoeld? Was je boos op mij? En zelfs nu ik onze vriendschap onder woorden ga brengen en met je ga delen, weet dit: je bent altijd de enige en echte vriend voor mij geweest. Ik schrijf deze brief zonder te weten of jij hem ooit zal lezen, maar ik schrijf hem toch om te voelen dat ik altijd bij je ben, in gedachten en gevoelens en dat ik nooit afscheid van je heb genomen.
De afgelopen tien jaar heb ik de paden bewandeld, waarbij ik elke keer een stukje van mijzelf heb achtergelaten. En ik vraag mij echt af als je dit leest: herken je me nog??? Zie je in mijn woorden iets terug van dat broze vriendinnetje van je, die eens je steun en toeverlaat hard nodig had? Dat kleine meisje dat zo blij was met je aanwezigheid als zij gepest en uitgesloten werd? Onder dit handschrift schuilt misschien niet meer dat meisje van toen, dat jonge meisje dat nieuwe gebeurtenissen met open armen verwelkomde in haar leven. Zij is volwassen nu en leerde op haar eigen benen te staan en haar pad te volgen.
Onderweg ben ik wezenlijk dingen kwijtgeraakt; ik heb ze achtergelaten of zijn ze mij afgepakt? Mijn pad leidde naar een labyrint, daar waar geen afslagen en geen omwegen zijn.
Ik werd overspoeld door verlatenheid en o wat miste ik je aanwezigheid zo intens. De vredige, onbevangen momenten die wij ooit gekend hadden. We waren zorgeloos, vrolijk en vol onschuld. Maar de tijden zijn verstreken en ik heb de verbittering op het levenspad ontdekt. Mijn kindertijd is werd me plotseling afgenomen. Plots werd ik een volwassene, op die ene dag dat we in die boot stapten en ik bewandelde wantrouwend alleen mijn pad. Ik moest ontsnappen aan misstappen en ontwijken onherkenbare valkuilen.
Hoe vaak was ik bang om mijn eigen voetenstappen neer te zetten op mijn eigen gekozen pad; zonder te weten waar ik aan zou komen? Huiverig om te struikelen, omdat er toen niemand was die naast mij liep; jouw houvast was er niet als ik wankelde.
Het was niet meer zoals toen in Vietnam waar de paden geen drempels hadden en waar we na schooltijd de struikelblokken onbezorgd samen namen richting huis. Onbevangen en zorgeloos trok ik aan je arm, vond ik simpelweg steun en toeverlaat aan jou als ik even wankelde. Ik weet nog goed hoe we samen naar de vallende bladeren keken, naar de hippende mussen die op de grond rondom bomenstammen op zoek waren naar eten.
Mijn levenspad heb ik daarna zonder jou afgelegd, alleen en verlaten, aangewezen op mijn eigen kracht. Bij elke voetstap die ik maakte richting de toekomst, bij ieder obstakel en alle drempels waar ik overheen klom, verliet ik jou, mijn toeverlaat, en de afstand tussen ons nam toe, net zoals de herinneringen over jouw aanwezigheid als metgezel op mijn wandelpad.
Onderweg moest ik soms plotseling rillen om het uitzichtloze van mijn reis en de oneindige afstand van jouw bestaan. Onze wensen en verlangens die we ooit ongeremd hadden uitgesproken, heb ik ergens achtergelaten onder mijn haastige voetstappen. Alsof ze nooit waren uitgesproken. Vaak wendde ik mijn blikken af bij liefkozingen en genegenheid tussen mensen en geliefden die ik passeerde. Ik wilde mijn verlatenheid, het gemis aan jou als meewandelgezel niet voelen, terwijl ik zo’n toeverlaat als jou zo hard nodig had. Door mijn terughoudendheid voelde ik me telkens lamlendig en ik kreeg verwerpelijke blikken, wandelaars uiten hun afkeer op mijn manier van aanpak. Kwam het door de kleuren van mijn haar? Of de doffe ogen de niet meer blonken in het zonlicht?
Het opklauteren uit holtes van afgunst en het nemen van drempels van afwijzing hebben veel krassen en scherven gemaakt op mijn onschuld en onstuimigheid. Als er regen viel uit de donkere hemel van de avonden, telde ik de regeldruppels die tegen mijn raam spatten en ik wenste dat jij er was. En dat ik aan je kon vertellen waar de regeldruppels zouden wegvloeien, met zo velen vormden ze een waterstroom die ik volgde tot het diepste punt….
Ik voelde me aan mijn lot overgelaten tijdens het rondzwalken op de weg. Ik raakte mezelf kwijt tussen de mensenmenigte en blindelings legde ik steeds verder mijn pad af. Ik liep verwondingen op van het klauteren uit verborgen putten. Struikelend over hoge drempels ging ik door met mijn gebrekkig kracht en vermoeiende ledematen. Nam ik de ruimte en tijd voor om mijn wonden te likken en de pijn te verzachten…. Af en toe ongemerkt en ongevraagd stak er een helpend handje uit mij te verlossen uit diepe gaten.
Het klimmen uit diepe dalen, de afgunst en het omgaan met afwijzing hebben veel krassen gemaakt op mijn ziel en ten koste gegaan van mijn spontaniteit en onschuld. Ik maakte de cyclus door van nieuwe ervaringen, het ondervinden ervan, me steeds realiserend dat het gemis aan jou mijn leven doorspekt. Ik beeld mij in hoe het zal zijn wanneer wij elkaar tegenkomen op het pad dat wij zo vaak bewandeld hebben. Lopen wij aan elkaar voorbij of zal een flits van herkenning ons weer samenbrengen?
Dit is wat ik aan je kwijt wilde.

Met dank aan G. Hardeman en taalhuis maatje Carla van Dooren, door hun hulp is mijn deelname aan de schrijfwedstrijd te realiseren met mijn chronisch aandoeningen.

5 reacties

Jorien Goor

zondag, 17:09

Dag Anh, Wat heb je het mooi verwoord, hoe eenzaam de weg is geworden nadat je hem moest verlaten. Hij was jouw enige steun daar en zelfs hem moest je achterlaten. Je bent inderdaad verder gegaan op dat eenzame pad dat leven heet. Soms is het leven niet zo, maar voor jou is het zo wel verlopen, ik hoop dat je in de toekomst mede door jouw verhaal mensen zult ontmoeten en je je minder eenzaam zult voelen. Fijn dit nog van je te horen. Alle goeds Anh, veel sterkte en groet van mij,

Ana B

zondag, 19:39

💝😢 ‘ T ontroert me je indrukt

Ank de Buck-de Vlaming

zondag, 18:04

Anh dit verhaal beschrijft een heel klein, maar oh zo belangrijk, deel van je levenservaring uit je jeugdjaren en hoe dit als een rode draad je hele leven bij je bleef. De jeugdvriend, je grote troost en vertrouwen, steun en toeverlaat. Het steeds eenzaam voelen. Sterk moeten zijn. Heel herkenbaar voor velen, ieder mens op een eigen manier. Je bent een lieve kwetsbare, maar o zo sterke vrouw.

Ana Banh

donderdag, 14:05

<3 Dank je, ik heb ondertussen geleerd mijn eigen boontjes dopen 😉

riet

woensdag, 16:39

Omdat ik je een beetje ken en nu beter heb leren kennen reageer ik. Het verhaal raakt me en maakt me verdrietig. Maar lieve Ana; je bent er nog en hebt terug leren vechten!

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch