Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus

Door Saskia Heleen

Mireille staarde uit het raam naar beneden. Het was een van de warmste dagen van het jaar, de mensen op straat leken zich in slow motion te bewegen. Er liep een groepje jonge moeders met hun baby´s in draagzakken voorbij. Een tram kuierde door de straat, een man met grote zweetvlekken in zijn blauwe shirt probeerde verwoed een overladen winkelwagentje over de schuin aflopende stoep te manoeuvreren. Twee jongens van een jaar of acht hadden softijsjes in hun hand, het smolt sneller dan ze het op konden likken.

Ze draaide zich weg van het raam. Het was veel te mooi weer om binnen te blijven zitten, ze moest naar buiten, onder de mensen komen. Ze besloot naar het buitenzwembad te gaan, stopte alles wat ze nodig had in een rugzak en liep de trap af.

‘Mevrouw, kunt u mij helpen?’ hoorde ze toen ze de deur dicht trok. ‘Het is zo warm en ik heb geen geld voor water.’ Ze draaide zich om. Op de hoek van de straat zat een zwerver op een geruit kleedje, zijn handen samengevouwen in zijn schoot, zijn blote benen, gezwollen en ontstoken, voor zich uit gestoken. Hij was mager, had grijs haar met nog enkele strepen bruin er doorheen, een piekerige baard en diepe groeven in zijn gezicht. Op de rand van het kleed stond een plastic bekertje en een dubbelgevouwen stuk karton met daarop: ‘Ik heb honger.’

‘Buurvrouw, alstublieft. Ik heb nog geen Euro verdiend vandaag, ik heb zo´n dorst.’ Zijn stem klonk schel als die van een kraai.

‘Waarom zou ik jou geld geven?’ vroeg ze.

‘U heeft toch genoeg, mevrouw, geef een beetje aan mij.’

‘Ik werk voor mijn geld,’ beet ze hem toe.

Hij zeurde verder: ‘Laat me dan werken voor mijn geld. Wat moet ik doen,’ hij stak zijn beide handen naar haar omhoog, als een zieke ten overstaande van Jezus, biddend om genezing. ‘Wat moet een arme man doen voor een paar centen?’

Een straaltje zweet liep langs Mireilles nek naar beneden, haar shirt begon aan haar lijf te kleven. Het was 38 graden, de zon stond hoog aan de hemel, er was nauwelijks een vierkante meter schaduw te vinden. Ze kreeg medelijden met de man.

‘Ik weet iets,’ zei ze, en ze ging op de drempel van de voordeur zitten. ‘Vertel me je verhaal. Dan geef ik je geld.’ Hij fronste niet-begrijpend, dus ze voer voort: ‘Vertel me wie je bent, waar je vandaan komt en hoe je op straat terecht bent gekomen. Dan geef ik je geld.’

‘Ah!’ Zijn gezicht ontspande zich en hij grijnsde een zestal vergeelde tanden bloot. ‘Hoeveel geld voor mijn verhaal?’

‘Vijf Euro.’

‘Twintig. Een verhaal als het mijne hoort u niet iedere dag, mevrouw.’

Ik lijk wel gek, dacht Mireille. Ze knikte.

Hij klopte op het kleedje: ‘Kom zitten.’

‘Ik zit al.’

‘Dichterbij,’ beval hij. ‘Het is te warm om te schreeuwen.’ Van zijn eerdere wanhoop was niets meer te merken.

Ze stond op, zette een paar stappen richting de zwerver en liet zich op de stoep zakken. Hete stenen. Ze draaide zich een stukje van hem weg zodat ze zijn geur van zweet, alcohol en urine niet in hoefde te ademen.

‘Hoe heet je?’ vroeg hij.

‘Mireille.’

‘Hoe oud ben je?’

‘Ik dacht dat we het over jou gingen hebben?’

‘Iedere verteller moet zijn publiek kennen, toch?’ Weer die gluiperige grijns.

‘Mireille, 27, lerares wiskunde,’ verzuchtte ze. ‘Kunnen we nu beginnen?’

‘Je bent nieuw hier, toch? Waar kom je vandaan?’

‘Gaat je niets aan. Nu vooruit met de geit, ik heb niet de hele dag de tijd.’

Hij schraapte zijn keel en begon plechtig: ‘Mijn naam is Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart…’

‘Doei!’ riep ze, terwijl ze opstond en wegliep. Wat een gek.

‘Wacht! Wacht, sorry. Dat was niet grappig. Kom terug. Ik vertel je mijn verhaal, heus.’

Ze keek om. Zoals hij daar zat had hij iets kinderlijks. Een jochie dat kattenkwaad heeft uitgehaald en nu hoopt onder de straf uit te kunnen komen. Ze probeerde zich de man voor te stellen met een compleet gebit, verzorgd haar en een gewassen gezicht. Hij zou een knappe man kunnen zijn. Ineens leek hij niet meer zo oud als ze eerder dacht. Een jaar of vijfenveertig? Misschien nog wel jonger. Ze zuchtte luid en nam haar plekje op de hete stenen weer in. ‘Je krijgt nog één kans. Vertel.’

Opnieuw schraapte hij zijn keel: ‘Ik kom uit een groot gezin. Mijn ouders hadden tien kinderen, ik was nummer acht. Mijn vader was staalwerker en mijn moeder was thuis om voor ons te zorgen. We hadden het niet breed maar we waren ook niet arm.’ Een vlieg landde op zijn been en begon aan een van de open wonden te eten, Mireille moest haar blik afwenden om niet over haar nek te gaan.

‘Sloeg jouw vader je weleens?’ vroeg hij.

Ze schudde haar hoofd.

‘De mijne wel.’ De fronsrimpels in zijn voorhoofd werden dieper. ‘Met een riem. Als we niet goed genoeg zongen. We vormden een bandje, vier van mijn broers en ik. En als we niet serieus genoeg oefenden kregen we ervan langs. Rake klappen. Het werkte wel, we hadden succes. We wonnen talentenjachten en traden op in clubs.’

‘Laat me raden: jullie werden steeds beroemder en uiteindelijk begon je een solocarrière en noemde men je The King of Pop?’

Hij zette grote ogen op: ‘Je kent mijn verhaal?!’

‘Natuurlijk,’ zei ze. ‘Je bent Michael Jackson.’ Hij begon te lachen, luid, schril, hikkend.

‘Hihihihi! Hihihihi!’ Hij rolde op zijn rug over het kleedje, zijn benen in de lucht. ‘Michael Jackson! Hihihihi! Wat een grap!’

Ook Mireille moest lachen, tegen haar zin in. Ze stond op en pakte haar rugzak, maar voordat ze wegliep trok ze een briefje van twintig uit haar portemonnee en stopte het in het plastic bekertje. ‘Voor de moeite!’

Sindsdien, telkens als Mireille langs de man op zijn kleedje loopt, lacht hij zijn schrille lach: ‘Buurvrouw! Hey, buurvrouw! Wil je een verhaaltje horen? Hihihihi!’

1 reactie

Ton van Huijstee

vrijdag, 14:43

Een waardeloos verhaal.

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch

0 Toneel

Stukje

Bauke Vermaas