Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Kago Ryouji

Door Vincent Kouters

De Olympische Winterspelen zijn dit jaar in Pyongyang. Ik woon in Oslo. Elke nacht lig ik met mijn laptop in bed naar de Olympische Winterspelen te kijken. Niet omdat ik zo van wintersport hou. Ik bedoel, heb je wel eens een skiathlon gezien?
Nee, ik kijk voor Kago Ryouji.
Kago Ryouji domineert deze Winterspelen in alle skisporten. Hij heeft medailles gewonnen met langlaufen, alpineskiën en de biatlon. Kago, de alleskunner, de krachtpatser met het goddelijke lijf en de schattigste amandelvormige ogen. Dat laatste kun je goed zien als je hem tijdens zo’n interviewtje achteraf op pauze zet.
Kijk maar.
Prachtig toch?
En ja, inderdaad, Kago Ryouji heeft een donkerbruine huid. Dat fascineert mij ook. Op zijn Wikipedia­pagina staat dat hij een Japanse moeder en een Ghanese vader heeft. Hoe bijzonder is dat? Ik zou willen dat ik zo bijzonder was. Er staat ook dat hij in 1998 in Nagasaki is geboren. We hebben dus hetzelfde geboortejaar. Ik vind dat een teken.
Ik moet naar hem toe.
Gisteren zocht ik op internet naar een contactadres. Op de site van de Japanse sportbond stond een formulier. Ik stuurde een mailtje waarin ik vroeg om contact met Kago voor een interview. Ik deed er een foto van mezelf bij. Er kwam vrij snel antwoord terug. De Japanse sportbond verstrekt geen contactgegevens.
Nu kijk ik naar de slotceremonie. Kago is de grote ster. Hij heeft de meeste medailles gewonnen en mag daarom een of ander suf nummer met een vlag uitvoeren. Tot mijn stomme verbazing zit ik te huilen als het nummer afgelopen is en ik ben echt niet zo’n meisje dat altijd maar zit te janken. Ik huil nooit.

Ik heb een vliegticket naar Nagasaki gekocht. De volgende Spelen zijn over vier jaar. Dan ben ik misschien wel dood. Ik moet nu actie ondernemen, als ik nog iets van mijn leven wil maken.
In het vliegtuig kijk ik naar foto’s van Kago op mijn telefoon.
Wauw. Nagasaki is fantastisch. Alles is hier schoon. En moet je kijken: al die Japanners lijken op elkaar, maar geen van hen lijkt op Kago.
Het Chisun Grand Hotel is echt zo’n fijn hotel dat van alle gemakken is voorzien. Er zijn zwembaden, yogalessen en verschillende sauna’s. Ik probeer alles uit. Als ik helemaal ontspannen ben ga ik naar de receptie. Ik vraag aan de receptionist of hij het telefoonnummer van Kago Ryouji kan opzoeken. Hij kijkt op zijn computer en zegt dat Kago een geheim nummer heeft. Dat had ik zelf ook al lang bedacht. Natuurlijk heeft Kago een geheim nummer. Anders zou hij iedere dag smachtende tienermeisjes aan de lijn hebben en dan zou er van trainen niet veel meer komen.
Ik vertel de receptionist dat hij 30.000 yen kan verdienen als hij het nummer weet te achterhalen. Dat bedrag verzin ik ter plekke. Het klinkt wel redelijk, toch?
De receptionist twijfelt geen seconde en neemt de opdracht aan. Nu heb ik iemand die voor me werkt. Dan kan ik ondertussen nog eens in die sauna.

Het is nacht. Ik zit op mijn enorme bed met uitzicht over Nagasaki en luister naar Antony. Het is een raar idee om te bedenken dat Kago nu ook ergens in deze stad is, misschien wel heel dichtbij. Hij ligt vast al lang op bed. Misschien kan Kago me helpen met mijn slaapproblemen. Hij heeft natuurlijk allerlei ontspanningstechnieken geleerd.
Wacht, ho, niet te hard van stapel lopen. Eerst gaan we gewoon neuken. Daarvoor ben ik gekomen.
De receptionist heeft het telefoonnummer voor me. Ik geef hem het geld. Hij zegt dat hij met veel plezier voor me heeft gewerkt.
Nu moet ik het slim aanpakken. Niet gelijk gaan bellen. Mijn Europese directheid zou hem wel eens kunnen afschrikken. Een tekstberichtje is veiliger. Ik moet hem aanspreken op zijn passie: skiën. En ik moet laten doorschemeren dat seks een reële optie is. Ik schrijf dat ik een Noorse sportstudent ben, die bezig is met een onderzoek naar de aerodynamica van ski’s en dat ik hem graag wil ontmoeten om te praten over zijn ervaringen hiermee. Ik schrijf dat ik verblijf in het Chisun Grand Hotel en dat het geen probleem is als hij zou willen blijven slapen. Daarachter doe ik een smiley, om mijn intenties vaag te houden

Kago Ryouji, wat een sukkel ben je.
Al vier dagen heeft hij kunnen reageren op mijn oproep, maar hij heeft nog niks van zich laten horen. Ik begin een beetje te twijfelen aan hem. Meneer de superster krijgt zeker iedere dag aanzoeken van hoogblonde, Noorse meisjes die speciaal voor een potje seks met hem de halve wereld overvliegen. Bah.
De yogalessen gaan goed vandaag. Ik denk een uur lang niet aan Kago Ryouji.
Tijdens het diner besluit ik dat ik morgen vertrek. Ik laat de receptionist een ticket voor me kopen.
En ja hoor, dan komt hij natuurlijk opdagen. ’s Avonds laat. De lul.
Hij klopt op mijn deur, heel zachtjes, zoals de schoonmakers hier ook allemaal doen. Een halve minuut staan we elkaar aan te staren. Dan komt hij binnen. Ik weet niks te zeggen dus trek ik hem aan zijn trainingsjack naar me toe. We zoenen. Daarvoor ben ik hier toch gekomen? Kago doet goed mee. Hij gooit me op het grote bed en we gaan neuken. Er is zelfs geen tijd om de gordijnen dicht te doen.
Als we klaar zijn bestel ik roomservice: sushi en een fles sake. Kago gebaart dat hij geen alcohol drinkt.
Natuurlijk.
Nu zitten we te praten. Kago spreekt slecht Engels. Ik vertel over mijn slaapproblemen en over mijn doelloze leven en dat dat veranderde toen ik hem zag. Hij vertelt me over het Japanse skiteam en dat er veel sluimerend racisme is in de topsport. Dat wist ik niet. Kago zegt dat hij zich Japanner voelt, maar net zo goed Ghanees. Maar dat laatste wordt hier eigenlijk niet getolereerd. Hij zit er erg mee, dat kan ik aan zijn gezicht zien.
Hij vraagt of hij mag blijven slapen. Dat mag.
Kago is veel eerder wakker dan ik. Hij zegt dat hij vandaag naar een training moet, maar dat hij vanavond weer naar mij wil komen. Hij vraagt of we verliefd zijn. Ik zeg dat we verliefd zijn.

Een week lang klopt hij elke avond tussen elf en twaalf op mijn deur. Soms gaan we neuken zonder dat we een woord tegen elkaar gezegd hebben. Soms moet hij eerst iets drinken of kijken we rare Japanse videoclips op de televisie en gaan we pas daarna neuken. Ik ga twee keer per week naar yoga. Het voelt goed om hier te zijn.
Ach. Nu zit er een huilende Kago tegenover me in mijn hotelkamer. Hij moet de komende week naar een speciale ski-training in de bergen. We kunnen elkaar een week niet zien. Hij durfde het me niet te zeggen. Wat een lieverd.
Vijf dagen ben ik ziek. Misselijk. Ik laat geen dokter komen.
Dan klopt Kago weer op mijn deur. Hij wil gelijk neuken. Ik voel me iets beter en vind het zielig om hem het nu te ontzeggen. Als we klaar zijn, gaan we beneden in het restaurant eten.
Dan zeg ik het. Het ligt aan mij, niet aan hem. Ik ben veranderd. Dat soort dingen. Eerst zit hij me glazig aan te staren, dan eet hij zijn ijsje op en loopt hij zonder iets te zeggen van tafel. Op mijn kamer verzamelt hij zijn spullen.
Ik wil er niet te veel woorden aan vuil maken. Ik zeg dat we contact kunnen houden met de computer. Hij haalt zijn schouders op.
Ik probeer me niet schuldig te voelen. Hij geeft mij een afscheidszoen. Ik zie dat zijn ogen nat zijn. Ik zeg dat hij, de supermegasportman, zo weer een ander meisje aan de haak heeft geslagen. Ze staan voor hem in de rij. Kop op.
Kago zegt dat hij me nooit gaat vergeten. Hij bedankt me voor mijn komst. In het vliegtuig naar Oslo luister ik naar Antony.

In december beval ik van een meisje. Ik noem haar Astrid. Astrid ligt op mijn borst.
Moet je nou toch zien.
Ze is het liefste, kleinste, meest verfrommelde wezentje dat ik ooit heb gezien.
Mijn ouders komen naar het ziekenhuis. Ik zie mijn vader denken: Wie kennen we met een donkere huid, amandelvormige ogen en zwarte haren?
Mijn moeder zegt: Ik hoop dat je nu een beetje tot rust kan komen, schat. Misschien is dit precies wat je nodig had. Ze bedoelt het goed. Normaal zou ik razend worden om dit soort kutopmerkingen. Maar ik merk dat het nu allemaal van me afglijdt. Ik hoef alleen maar naar Astrid te kijken.
Nu slaapt ze.
Misschien heeft mijn moeder nog wel gelijk ook. Hoe dan ook, ik ben blij als ze weg zijn en Astrid en ik met zijn tweeën zijn.
Ik denk aan de Winterspelen. Nog maar drie jaar. Dan zijn ze in Kazachstan. Dat heb ik al opgezocht. We gaan zeker kijken, Astrid en ik. Kago toejuichen. Misschien vliegen we er wel heen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam