Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Kastanjeritis

Door Odile Schmidt

Kastanjeritis

Ik ben een taaie kastanje, al zeg ik het zelf. En hoewel ik weinig rondingen heb, model rechttoe rechtaan, ben ik toch vrouwelijk. Een taaie kastanje, had ik dat al gezegd? Geen storm laat me omvallen. Ik heb ze allemaal zien vallen om me heen. Vooral jonkies, zoals die waaibomen heten. Ze ontberen wortels.

Geen wachter willen zijn

Vlucht in inspiratie tot de krachten zich tegen je keren als zagen.

Ik ben wel oud, oer-Nederlands en een beetje afgekapt maar ik kan nog jaren mee. Onder mijn beschermende schaduw groeit het onkruid lui. Mijn lengte is nu 35 meter. U zult zeggen, dat is niet hoger dan een kerktoren. Ja, ik weet mijn plaats. Ik ben gewoon een wachter. Ze dulden ons voor belangrijke gebouwen zoals een school of rond een kerk. Ik ken echter mijn plaats. Ik blijf gewoon rustig staan en laat af en toe wat vallen.

Geen wachter willen zijn

Mijn alter ego is de boswachter die stilstaat en rondkijkt naar het woud, inventariseert wat gedaan moet worden maar tijd noch middelen heeft.

Ruwe bolster, blanke pit, dat ben ik. Kom je langs, dan kun je me niet missen. Ik strooi kwistig rond met mijn vruchten. Kinderen mogen me wel. Ze rapen graag mijn strooisel alsof ik Sinterklaas ben. Dat ze ermee gooien vind ik minder geslaagd, maar ach. Ze moeten leren omgaan met hun krachten, nietwaar? De wind deert me niet. Ik ga mezelf niet stoer noemen omdat ik stevig op mijn benen sta, in tegenstelling tot het riet, omdat ik niet voor iedereen buig en met alle winden mee waai zoals sommigen aan de top van de kerktoren. Hoe hoger ze staan, die hanen, hoe gevoeliger. Ik sta middenin het leven. Ik ben niet gek en hartstikke geworteld in de cultuur. Ik neem wel een bijzondere plaats in omdat ik niets eetbaars produceer en slechts wacht, beschutting bied. Zonder mij zouden veel groenstroken te toegankelijk worden en zou de regen zomaar overal vallen, zonder onderscheid. Dat ik veel blad verlies mag wel zo zijn, maar wilt u dan het veranderen van seizoenen niet ervaren? Ik ben een goed excuus om aandacht te besteden aan dakgoten. Zo draag ik een steentje bij aan de werkgelegenheid. Wat zouden we zijn zonder banen, tenslotte? Ja, je kunt in mijn schaduw staan en je geborgen voelen.

Geen wachter willen zijn

Kastanjes vallen op het trottoir alsof het een trommel is.

Mannen en vrouwen kijken naar me op, vooral beukenhagen en van die coniferen die tuinen afscheiden. Zij moeten niet klagen: ze zijn met velen en staan sterk, zij aan zij alsof ze dansen, ook al zijn ze beduidend kleiner dan ik. Ik sta alleen en afgescheiden van de rest, de hele dag alleen en het ergste zijn de nachten. Mijn kerel staat altijd op afstand, bijna niet te overbruggen. Het is dat er bloemetjes en bijtjes zijn, anders droegen we nooit vrucht. Dat is behelpen. Hij heeft sinds een week iets met een houthakker. Zo’n klein onbeduidend mannetje met een zaag en geruit overhemd. De laatste tijd cirkelt die om hem heen en betast hem waar ik gewoon bij sta. Ik hoorde die gast zeggen dat hij mijn vent meenemen zal. Een ontvoering op klaarlichte dag? Het enige dat ik zou kunnen doen behalve toekijken is dat mannetje bekogelen of kinderen daartoe aanzetten. Dat is mijn eer te na. Ik kijk liever strak voor me uit en blijf breeduit staan zodat hij het uit zijn hoofd haalt.

Geen wachter willen zijn

En verder van huis dwalen, verdwalen in een bos tussen hunebedden met nummers op stenen.

Die houthakker neemt ook vrienden mee. Ze lopen rondom mijn man en zagen de takken van zijn lijf. Je reinste mishandeling! Ze nemen die takken mee in een ding dat op straat beweegt. Die hier vooral als de zon op is voorbij snellen alsof hier stilstaan geen goed idee is. Houthakkers zijn geen types om stil te staan. Ze lopen veel rond. Ze roepen ook van alles wat ik van hieruit niet goed kan verstaan. Ik ving het woord Iepziekte op. Daar ben ik noch mijn man gevoelig voor. We zijn ook niet zo gevoelig voor de kou. Waar mensen bij kou zich verbergen onder een laag stof, laten we juist onze bladeren van ons af vallen. We keren als het ware om en ons sap stroomt alleen nog onder de grond als in een soort sluimeren. Ja, ook wij kennen een onderbewustzijn en de irrationaliteit daarvan. Ze zeggen dat een boom bestaat uit twee bomen: een zichtbare en een onzichtbare. Zeg maar een soort dag en nacht. Kom niet aan mijn wortels of je komt aan mij! En eerlijk gezegd houd ik van knuffelen. Er is een vrouw die mij af en toe omarmt en me lieve woorden toefluistert. De mensen op straat toeteren als ze dat doet. Dat mis ik wel, dat ik iemand in mijn armen kan vastpakken.

Mensen snoeien ons omdat ze onze ruimte willen inperken. We zijn reuzen, bedreigend, vinden ze. De buurman klaagt over mij tegen de schooldirecteur. Deze laatste wijst erop dat zijn kleinzoon ook kastanjes raapt en dat ik deel uitmaak van het dorpsgezicht. Met een verhit hoofd loopt de buurman weg, met grote stappen, terug naar zijn huis waar de tuin door stoeptegels vervangen is en al wat leeft met wortel en al eruit getrokken is.

Geen wachter willen zijn

Standbeelden ademen niet.

Ik word beschouwelijk van het alsmaar boven het dorp uitkijken.

I Hoge bomen zijn altijd lager dan kerktorens. Onze kruinen raken de wolken niet. Hoe hoog we ook komen, we blijven vastgeworteld aan de grond in een innige symbiose.

II We hebben geen nagels zoals katten om mee uit te halen. Onze takken zwiepen alleen met de wind mee, volkomen gestuurd door krachten buiten onszelf.

III We nemen slechts per jaar iets meer ruimte in. Onze invloed is geleidelijk groter en je hebt dus alle tijd om aan ons te wennen. Zeur dus niet als we opeens te veel ruimte innemen. Je had het kunnen zien aankomen en maatregelen treffen.

IV De woorden staat, stand, bestand, staand zijn op ons van toepassing. De staat van onze staat hangt af van hoe we stand houden. We zijn bestand tegen allerlei invloeden van buitenaf behalve de kettingzaag en de bliksem. Dat zijn onze vijanden. Op zichzelf staand is onze specialiteit. Vraag maar aan een yoga-instructeur hoe je dat kunt nabootsen.

V Zeg nooit:’ rot op!’. Als we ergens gevoelig voor zijn is het daarvoor.

Wachten

Er is al genoeg verandering door globalisering. Wij kastanjes staan voor het onveranderlijke, voor langzame groeiprocessen, voor ademen. Ademen, het liefst regelmatig en ontspannen.

De houthakkers strak aankijken heeft geholpen. Ze hebben mijn man laten staan. Er zijn alleen wat takken af. Dat komt hij wel te boven. Dan ademt hij maar wat minder.

3 reacties

Annette

zaterdag, 22:38

Goed gedaan Odille. Een mooi en goedlopend verhaal met een duidelijke ondertoon.

Harrie Adema

dinsdag, 13:07

Mooi hoe je jouw kastanjeboom een stem geeft. Beeldend en met veel taalgevoel.

Kenneth Stamp

zaterdag, 20:33

Prachtig zeker omdat ik een prachtige Kastanjeboom in de tuin heb ,en ik het ontroerend vind als iemand zo mooi schrijft over een Kastanjeboom .

1 Fictie

Date

Liesbeth Konink

0 Fictie

Het Lijk

Anita Meuris