Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Kerstavond

Door Jacobine van den Hoek

Neuriënd pakt Franca Pauls jas op, deze ligt in de hal als een afgeworpen huid. Uit de jas valt met een zachte plof een vierkant pakje met een juwelierslogo erop. Ze glimlacht, stopt het terug, en hangt de jas op een haakje. Dat had hij niet hoeven doen, maar het cadeau zou de avond bekronen.

Voor het eerst in vijf jaar is Paul thuis op kerstavond; dit jaar zijn er geen projecten op zijn werk die zijn aandacht opeisen. Met zijn moeder, die in het buitenland woont, gaat het goed, hij heeft zijn bezoek aan haar afgezegd. Vanavond kunnen Paul en zij elkaar eindelijk de aandacht geven waar ze al zo lang naar verlangen.

Als Franca langs de spiegel loopt, stopt ze om erin te kijken. Ze wrijft met haar vinger over haar neus en langs haar wang. Slechts een paar rimpels naast haar ogen verraden haar leeftijd. Het zijn er sinds de reorganisatie op school iets meer geworden, want bijna verloor ze haar baan.

Hoewel het ‘last-in first-out’-principe voor haar niet opging, werd ze door een incident met een leerling, die (door haar) van school werd getrapt, bijna naar huis gestuurd. De relatie zou zijn beschadigd, vond de directie. De jongen had haar in de klas tot het uiterste getergd. Ze verloor haar zelfbeheersing – dat geeft ze toe – en gooide een schaar door de klas. Niemand werd erdoor geraakt. Maar de jongen was opgesprongen en viel haar aan als een waanzinnige. Drie weken lang liep ze rond met een blauw oog.

Pas op het laatste moment had de directeur zijn steun voor haar uitgesproken en mocht ze haar baan behouden. Een grote opluchting. Dat herinnert Franca zich nog goed: Paul en zij vierden het vijf jaar geleden met een lunch op een terras aan het water, hun liefde was toen nog pril. Ontluikend.

De jongen heeft ze na zijn schorsing nooit meer gezien.

Ze glimlacht naar haar spiegelbeeld. Paul vindt haar mooi zoals ze is, dat heeft hij haar toen, aan het terras, meerdere keren gezegd. En als de avond gaat zoals ze verwacht, zal hij het haar vanavond opnieuw vertellen.

In de woonkamer doet Paul iets aan de walmende kaarsen. ‘Wat heb je het gezellig gemaakt,’ zegt hij. Voor de gedekte eettafel neemt hij haar in zijn armen. Liefdevol drukken zijn lippen op de hare, en zijn handen glijden langzaam over haar rug en billen. In een golf van verlangen drukt Franka zich stevig tegen hem aan. Kon ze de tijd maar stilzetten en dit moment voor eeuwig vasthouden.

Als zijn lippen zich van haar losmaken en zij de schittering in zijn ogen ziet, weet ze dat het goed komt. Hij zal zijn belofte nakomen en vaker thuis zijn. Misschien, kan ze vanavond opnieuw het onderwerp aansnijden. Kinderen. Hij wil er niet aan. Elke keer als ze erover begint, wendt hij zijn blik af. Soms schraapt hij alleen zijn keel en humt wat. ‘Daarvoor heb ik geen tijd, dat weet je toch, schat?’ zei hij een paar maanden geleden. Maar dát gaat nu veranderen.

De bel gaat. Onwillig laat Paul Franca los. ‘Wie kan dat nou zijn?’ vraagt hij geërgerd. Verwacht je nog iemand zo laat? Het is kerstavond!’

‘Nee,’ zegt Franca met enige verbazing in haar stem. Dan geeft ze hem speels nog een kus en een tik tegen zijn kont voordat ze naar de voordeur loopt om open te doen.

‘Wacht maar,’ roept hij haar na, en hij lacht. ‘Die krijg je terug.’

Buiten staat een jongen, niet ouder dan vijftien. Hij kijkt over haar schouder de gang in, alsof hij iets zoekt. Zijn gezicht komt haar vaag bekend voor, maar ze kan hem niet plaatsen. Misschien is hij een leerling. Maar wat zoekt hij op kerstavond nou bij haar?

‘Wat doe jij hier?’ hoort ze de stem van Paul achter zich. Verschrikt. Hij is haar achterna gelopen en staat met gespreide benen en met zijn armen over elkaar in de hal. Zijn wangen hebben een onnatuurlijk rode kleur. ‘Hoe…’ mompelt Paul.

Nooit eerder heeft Franca hem zo ontredderd gezien. Aan Pauls reactie te merken komt de jongen niet voor haar, maar voor hem. ‘Jullie kennen elkaar?’ vraagt ze met opgetrokken wenkbrauwen, terwijl haar blik van de een naar de ander glijdt.

Paul knikt.

De jongen kijkt Franca niet aan en richt zijn aandacht alleen op Paul. ‘Pap,’ zegt hij dan. ‘Mama zei dat ik moest zeggen, dat als je er vanavond niet zou zijn, ze je nooit meer wil zien.’

De lucht in de gang lijkt ijler te worden, en zowel Paul als Franca happen naar adem. Paul heeft de muur nodig om zich staande te houden en Franca doet werktuiglijk een stap naar achter, waardoor ze struikelt over een paar schoenen en zich aan de deurpost moet vastgrijpen.

‘Pap?’ fluistert Franca. ‘Je hebt…’ Ze kermt, slaat haar handen voor haar mond en er ontsnapt een geluid als van een geslagen hond uit haar keel.

Onbeweeglijk staat de jongen voor de deur. Hij staart met een koele blik naar zijn vader, die wankel zijn linkerhand naar Franca uitsteekt. Een hulpeloos gebaar. Alsof hij het kwaad wil afweren. Te laat. Het kwaad is al geschied; de woorden van de jongen hebben zich als vlijmscherpe messen in haar lichaam geboord en roeren zich als een dolle.

Het is niet waar! Alle uren, avonden, dagen zelfs, waarop hij zei dat hij weg moest, voor werk of naar zijn moeder. Alles gelogen. Haar diepste wens een gezin te stichten spat als een luchtbel uit elkaar door de woorden van de jongen op de stoep. Zijn zoon.

Ze wacht op een uitleg. Hoopt op een verklaring die alles in een ander perspectief zet.

‘Sorry…’ Paul kijkt naar zijn in elkaar gevlochten handen, alsof hij om vergeving vraagt. Dan slaakt hij een haperende zucht, richt zijn hoofd op en glijden zijn ogen naar het haakje waaraan zijn jas hangt. Hij trekt hem aan, ontwijkt haar blik, en volgt zijn zoon naar buiten. Bij elke stap zakken zijn schouders iets dieper naar beneden. Zijn handen heeft hij in zijn zakken gestoken. In een van de zakken zit een pakje, weet Franca. Er staat een juwelierslogo op.

‘Kom terug!’ Haar wanhoopskreet echoot tussen de huizen. ‘Je hoort bij mij!’ De wind vervlakt haar stem. Het geluid vervliegt samen met de stem van de jongen, die ook iets zegt en haar nu voor het eerst recht aankijkt.

Pas dan herkent ze hem. De schaar was langs zijn hoofd gevlogen. Nooit eerder had ze de gelijkenis tussen hem en Paul opgemerkt.

Trillend houdt Franca zich vast aan de deurpost. De ijzige oostenwind slaat haar om de oren. Links, rechts, links. Dan draait ze zich om, ze sluit de deur en loopt naar de gedekte tafel in de woonkamer. De kaarsen walmen niet meer, hun licht fonkelt op het kristal. Met een schreeuw en een harde ruk trekt ze het tafelkleed naar zich toe. Het servies en de glazen vliegen door de lucht en vallen uiteen op de vloer.

Dit is haar leven. Ook deze kerst viert ze alleen.

2 reacties

Rob

zondag, 14:57

Fraai! Meer!!

Heleen

zondag, 13:17

Wow wat een cool verhaal. Mooie stijl, knappe twist.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam