Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Kinderwens

Door Tonny van Wijhe

Gelukkig werd hij rillend van de kou wakker!

Alex had gisteravond twee pyjama’s over elkaar aangetrokken en was onder een extra dikke deken gaan liggen. De verwarming had hij dichtgedraaid en zijn slaapkamerraam geopend. Hij werd net wakker van de kou en dat was precies wat hij had gehoopt.

Gisteravond mocht hij van papa opblijven tot het journaal van acht uur. Bericht na bericht had hij ongeduldig doorstaan om dan eindelijk het weerbericht te zien. Het zou gaan vriezen de komende nacht en vol verwachting was Alex gaan slapen.

Hij draaide zich op zijn rug. Zijn blik ging over de posters op de muren om hem heen. Al zijn schaatshelden stonden met bevroren houdingen op het ijs, te wachten, net als hij, tot het koud genoeg was um te scheuvellopen, zoals papa het altijd noemt. Vannacht had het dan eindelijk gevroren en dus zou er ijs liggen!

Hij sprong uit bed en rende naar papa’s slaapkamer. Het bed was leeg en het raam stond open op een kier. Door de opening heen zag hij papa met een vuilniszak lopen, naar de vuilnisbak achter in de tuin. Alex draaide zich om en stormde de trap af, de kamer door en naar buiten.

“Pap!” riep hij, “Het heeft gevroren!” Pa draaide zich om en nam de sigaret uit zijn mond. “Wat ister?”

“Die lui op het journaal hebben gelijk had! Het hef vroren!” volgde hij pa’s dialect. Bij mama deed hij dat nooit, maar die was ook niet hier geboren. Na de scheiding was ze naar naar Tiel verhuisd, omdat ze daar geboren was.

“Ach, jongie toch” schudde pa zijn hoofd, “ik weet da’j graag ziet da’j kunt scheuvellopen, maar ‘t hef hier vannacht niet vroren. Kiek naar ‘t water. Ligt geen ijs op,” wees pa met zijn sigaret naar de vijver.

Alex keek om en zag dat dat pa gelijk had. Hij snoof diep terwijl hij pruilde. Het was al bijna kerst en nog had het niet gevroren dit jaar. Hij was al zes en hij had nog nooit geschaatst! Voor Sinterklaas had hij zijn eerst paar schaatsen gekregen. Iedere dag had hij ze gepoetst en aangetrokken. Voor de spiegel op zijn kast had hij dan de houdingen van zijn schaatshelden nagedaan. Zijn neus begon te snotteren terwijl zijn ogen volliepen met tranen.

Pa zag het verdriet. Hij liet de vuilniszak vallen, stak zijn sigaret in zijn mond en aaide zijn jongen over de bol.

“Ik weet da’j ‘t graag anders ziet, kerelchie, maar ja…” En verder wist hij niks te zeggen. Hij voelde zich overmand door het gevoel van onvermogen, een schuldgevoel en toch ook wel een laagje ergernis. Dat jong snapte toch ook wel dat hij niet kon toveren? En ja, het was midden december, de kerstvakantie was begonnen, en nog liep hij met alleen een t-shirt aan het vuilnis weg te gooien. Met zijn hand woelde hij nog eens door Alex’ haar. Hij wilde hem bij de schouder nemen en terug naar binnen begeleiden toen hij voelde dat de pyjama doornat was van het zweet.

“God, jong, wat he’j doan da’j zo nat bent? Geen wonder dat ‘t kold anvuult. Waarom he’j zoveel pyjama’s aan dan?” zei hij met samengeknepen lippen om de sigaret niet te laten vallen.

“Ik wilde weten of het koud genoeg ging worden om te schaatsen. Ik heb ‘t raam open zet. Maar ik wilde niet bevriezen, dus had ik ook extra dekens op bed.” Hij keek op naar pa. “Maar,” vulde hij snel aan, “de verwarming had ik niet d’r bij aan, hoor!”

Pa glimlachte van buiten, maar voelde een last van binnen. Sinds de scheiding had hij het gevoel dat hij zijn jongen te kort deed. Loes was uit huis gegaan en woonde tijdelijk bij haar ouders en zo lang als dat ze nog geen eigen woning had, woonde Alex nog bij hem. Dit moment had hij nog wel met Loes willen delen. Enerzijds de prachtig doordachte naïviteit van dat joch, maar anderzijds… Vrouwen konden dit veel beter dan mannen.

“Ga jij je aankleden. Zal ik jou wat te eten maken.”

Alex knikte en rende naar binnen.

Pa gooide de vuilniszak in de kliko en knipte zijn peuk over de schutting in de steeg. Peinzend over wat te doen met Alex’ droom om te kunnen schaatsen slofte hij naar binnen.

“Ik heb wel een idee, wat we kunnen doen,” zei pa toen Alex aangekleed aan tafel zat.

Een goed uur later parkeerde pa de auto bij ijsbaan Thialf. Pa nam Alex aan de hand mee naar binnen. Overal zag Alex zijn grote helden op de muren van een lange gang.

Ineens stonden ze aan de rand van de ijsbaan. “Nou, wat vind je d’r van?”

Een goede vraag van pa. Hij keek papa aan, maar wist niet wat hij moest zeggen.

“Zeg ‘t maar. Wat ister niet goed an.”

“Nou, het is hier wel mooi, hoor. Dit is ook wel goed…”

“Maar?”

“Dit is niet de Elfstedentocht.” Hij voelde zijn verdriet van vanmorgen in alle hevigheid weer terugkeren.

“Dat is zo.” Hij wist ook wel dat dit niet was wat zijn jongen wilde. Het joch had het er al sinds zijn derde over dat hij Elfstedentochter wilde worden, half zijn leven al, en geen enkele winter was lang genoeg koud geweest voor de tocht. Maar hij gunde het zijn jongen het zo.

“Maar wil je hier niet het ijs op dan? Dan ku’j oefenen voor als het echt vriest.”

“Dit is rondjes schaatsen, en niet buiten!” begon Alex te snikken. “Maar het is wel mooi hoor, dat we hierheen zijn gegaan!” en hij liet de tranen lopen.

Pa zuchtte en keek omlaag naar zijn jongen. Hij legde een hand op Alex’ hoofd en duwde hem tegen zich aan. Alex sloeg de armen om pa’s been en vond daar wat troost. In gedachten begon pa een sigaret te draaien. Hij nam Alex in de armen en liep naar de uitgang.

Bij de auto hielp pa Alex weer in zijn kinderstoel.

“Sorry dat ik het niet zo leuk vond, papa.”

“Ik weet wel wat beters.”

“Ben je niet boos?”

“Nee, ergens wist ik ook wel dat dit niet was wa’j wulde.” Er was hem zonet wat in gedachten geschoten. Pa stak zijn verse sigaret aan en startte de auto.

“Hier kun je buuten schaatsen,” raadde pa Alex’ gedachten, “ook als het niet vriest!”

Alex keek naar buiten en zag in de verte een lange lint mensen over een dijk bewegen. Het leek er op dat ze aan het schaatsen waren. Zijn ogen begonnen te glimmen en enthousiast greep hij zijn rugzak met schaatsen stevig vast.

Eenmaal bij het ijs was Alex van enthousiasme gaan springen en had pa de grootste moeite gehad om hem lang genoeg stil te laten staan en de schaatsen aan te krijgen.

“Papa?”

“Is dit mooi zat voor jou?”

“Jawel, maar ga jij niet mee?”

“Nee, ik kiek het zo’n beetje an hier. Jij kunt hier mooi schaatsen gaan.”

“Maar ik kan het nog niet!”

“Dat wee’k ook wel, maar probeer ‘t eerst maar.”

“Is dit de Elfstedentocht?”

“…Ja, zoiets.”

Alex barstte uit in vreugde en enthousiasme en sprong het ijs op. Natuurlijk lag hij al na een paar stappen en rare glijbewegingen op zijn gat. Hij krabbelde snel overeind en probeerde gehaast opnieuw slagen te maken. Nu viel hij voorover tot vermaak van de kinderen om hem heen. Pa kwam bij Alex staan.

“Kom maar weer in de benen, anders word je helemaal nat.” Pa klopte de plakjes ijs van de bovenlaag van Alex’ broek en jas.

“Pap, is dit wel de Elfstedentocht?”

“Heb je geen pijn?”

“Nee. Pap? Dit is niet de Elfstedentocht, denk ik. Is daar aan het eind Leeuwarden?”

De kindjes naast Alex begonnen te lachen.

“Heb jij mijn stempelkaart voor mijn kruisje?”

Pa kon niet voorkomen dat de kinderen gingen lachen, wat de aandacht trok van een moeder.

“Nee, dat is hier niet.” zei pa. “Dit is Flevoland. Hier hebben ze een heel lange koelkast op de weg legt, zeg maar, en daar water overheen spoten.”

“Oh.”

“Dit is niet de Elfstedentocht.”

De moeder liep op Alex af.

“Ik hoorde jou over de Elfstedentocht praten, toch?” vroeg de moeder, maar kreeg geen antwoord. Ze keek pa aan.

“Ja, mien jong wil de Elfstedentocht doen, maar ja, met dit weer giet dat niet.”

“Nee, hier in Nederland gaat dat niet, dat klopt. Maar weet je dat er wel een Elfstedentocht in Oostenrijk bestaat?”

Ineens had ze de volle aandacht van Alex: “Echt waar?” De vrouw vertelde over de Weissensee in Oostenrijk en dat daar morgen op geschaatst ging worden door de echte Elfstedenschaatsers. Alex keek pa vol naïeve hoop aan.

Pa zag die blik en bedacht: ach, je hebt d’r nou eenmaal kinder bij, die weten al vroeg wat ze willen worden. Dat hij dat heel zijn leven lang van zichzelf niet wist, daar moest zo’n kind niet het slachtoffer van worden.

“Goed, trek de schaatsen maar weer uut. We rieden d’r wel naartoe.”

8 reacties

Susan Scholten

woensdag, 21:51

Prachtig verhaal, ik heb mijn stem uitgebracht.

Jeroen

woensdag, 19:53

Leuk geschreven. Knap gedaan Tonny!

Hendrina

woensdag, 08:46

Gevoelig geschreven, zo’n lieve vader…
was fijn om te lezen

Erna

zondag, 15:05

Op zich een goed verhaal. Maar taalkundig kan er nog wat verbeterd worden….bv de titel is hij gelukkig of is het feit dat hij wakker wordt een gelukkig feit,, opblijven tot het journaal is eigenlijk tot na het journaal ed. Ook zouden de zinnen wat vloeender door kunnen lopen zonder steeds met Hij….te beginndn.

Floortje

zondag, 12:15

Ik heb geloof ik 37 keer ‘Hij’ gelezen. Hij dit, Hij dat, Hij zus en Hij zo. Hierdoor heb ik het verhaal niet meegekregen.

Marja

zondag, 10:13

Prachtig verhaal. Origineel. De misleidende titel wekt de nieuwsgierigheid en werpt een ander licht op dat fenomeen.

Christine Van den Hove

zaterdag, 18:46

Heel mooi, heel vertederend. Ik vind de titel wat misleidend. Dit verhaal verdient een meer poëtische titel. Veel succes ermee!

Gerda

maandag, 13:47

Wat een lief verhaal. In gedachten zie ik die meneer, die lieve vader. In gedachten voel ik het verdriet van het jongetje. In gedachten denk ik; Ik wil meer van zulke verhalen. Mooi, Tonny, heel mooi.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch