Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

KIRA’S DILEMMA

Door Carla Maaswinel

KIRA’S DILEMMA.

De grijsblauwe envelop staat al drie weken op het met snuisterijen overladen plankje. Toen ze de brief op het kastje bij de voordeur had zien liggen, herkende ze direct het handschrift, ondanks dat tijd en vocht de inkt hadden vervaagd. De brief was verzonden naar het adres van haar moeder. Die had in ferm blokschrift VERHUISD NAAR erop geschreven en haar adres ingevuld, verder niets.
Had ze dan iets anders verwacht? Er was immers geen ruimte meer op de envelop. Van boven naar beneden vol gekladderd. Geen woord, niets. Weer liet ze haar dochter subtiel weten dat ze geen contact wenste. Je zoekt het maar uit kind. Maar binnen in haar schreeuwt het ‘Mams, waarom toch? Ik heb je zo nodig.’’
Haar hospita heeft de brief van de deurmat opgeraapt en uiteraard bekeken. Kira had amper de sleutel in het slot van de voordeur gestoken of ze stond al voor haar. “Er is post voor je meisje. Daar, die grote envelop. Mooie postzegels. Niet weg gooien hoor, de postzegels bedoel ik. Die zijn uit Afrika. Ik weet wel iemand die ze spaart.” Haar lieve zorgzame, nieuwsgierige hospita.

Het is klammig kil in haar zolderkamer. De walmende petroleumkachel is nauwelijks in staat de ruimte te verwarmen. Over haar kousen trekt ze een paar sokken aan. De fluitketel op het gammele kacheltje neuriet zachtjes. Uit het dopje komt steeds een pufje stoom. Het geeft iets intiems aan haar armoedige kleine domein, iets gezelligs.
Hoe vaak heeft zij de brief nu al gelezen? Na zoveel jaren een levensteken. Ze weet nog dat ze over haar hele lijf trilde toen ze de grauwe envelop openscheurde. Hoeveel van diezelfde enveloppen liggen nog in de kast onder haar hemdjes? Allemaal met die bijna kalligrafische letters, overbodige krullen, komma’s en punten. Brieven die dateren uit een tijd dat alles rozengeur en maneschijn leek.

Die laatste koude winteravond samen, ze herinnert het zich nog zo goed. Ze waren vroeg naar bed gegaan, op zijn aandringen. Ze vrijden, hongerig, wild, buiten zinnen, zoals altijd. Ze kende elk plekje van dat mooie lijf. Ze wisten elkaar tot het uiterste te brengen. Het was nooit genoeg, het was altijd hunkerend naar meer, het was altijd goed.
Toen, plompverloren vertelde hij, dat hij zich vrijwillig had gemeld bij het vreemdelingenlegioen. Hij kon goed verdienen en sparen voor hun toekomst. Zo vlak na de oorlog was er immers in Nederland weinig hoop op een goede baan. Ze weet nog dat ze verstijfde. Hij had alles goed doordacht, hij kende de details alsof hij ze ingestudeerd had. Zij had geen flauw besef gehad van zijn plannen. Ze was boos, verdrietig en begreep het niet. Hij had haar niet vertrouwd. Achter haar rug was alles geregeld. Hij zou over twee dagen vertrekken naar een opleidingskamp in België, daarna zou hij uitgezonden worden naar Afrika, waarschijnlijk Kongo. Toen ze het de volgende dag verdrietig aan haar moeder vertelde was haar reactie zoals ze had kunnen verwachten. “God zij dank kind. Die komt niet meer terug. Hij past toch niet bij je, begrijp je dat dan niet? Hij is veel te oud voor je. Hij kan je toch geen toekomst bieden? Sta daar niet te janken, dit slijt wel kind. Kom maar weer hier bij ons wonen en maak je opleiding af.””

Ze leefde op zijn wekelijkse brieven. Zwierig vertelde hij haar over zijn avonturen. Het ruige leven, zijn kornuiten, de Franse taal die hij al vloeiend sprak. Het ging hem goed. Geen zorgen Kiertje, voor je het weet sta ik weer op de stoep. Zijn verlangen naar haar en haar lichaam droop van de vellen papier. Ze genoot van zijn woorden en bedreef s’avonds een eenzame liefde terwijl zijn brief naast haar op zijn kussen lag. Ze bleef op de kamer wonen die ze samen hadden gehuurd, in afwachting van zijn terugkomst. Naast haar werk als verpleegster, ging ze verder met leren om meer te kunnen verdienen.

Twee maanden na zijn vertrek herkende ze de signalen en een bezoek aan de huisarts bevestigde haar vermoeden. Ze was zwanger. In haar hoofd voerden negatieve gedachten oorlog. Met dit nieuws naar haar moeder gaan was onmogelijk. Ze hield haar mond. Zei niets tegen haar en schreef niets aan hem. Ze nam haar hospita in vertrouwen. Die stelde een abortus voor maar alles in haar verlangde naar dit kindje. Het was een verboden verlangen, ze zou een ongehuwde moeder zijn en als een paria worden beschouwd. Misschien haar baan verliezen. Een baby was niet de bedoeling maar het was het resultaat van die laatste roekeloze nachten samen.

Kerstmis 1959 naderde en zoals gebruikelijk werd dit bij haar ouders gevierd. De hele familie was aanwezig. Ze voelde zich niet goed. Haar lijf begon behoorlijk te zwellen. Ze was onzeker en bang. Wat was er gebeurd, waarom hoorde ze niets meer van hem?
Haar oudste zuster loerde naar haar. “Ben jij soms in verwachting, Kira?” Haar harde stem denderde over de met zorg gedekte tafel. Het gezicht van haar moeder werd paarsrood en de woedeaanval was beangstigend. Het kerstmaal werd onderbroken en ze had het ouderlijk huis moeten verlaten om later te moeten ervaren dat ze niet meer welkom was.

Het werden lange zorgelijke jaren. Geen woord meer van hem maar in haar leven wel een prachtige dochter. Mira, die de vreugde in haar armoedig bestaan is. Haar schaterende kinderlach, haar mollige lijfje dat zich s’ avonds tegen haar aanvlijt. De heerlijke uren samen met boeken en kleurpotloden. De chocolademelk die ze samen maken. De wandelingen in het plantsoen. Ja ze is gelukkig maar diep in haar wenst ze voor haar dochter een papa.

In de envelop op het plankje zit een verzoek, ingekapseld in excuses en mooie woorden, spijtbetuigingen en beloftes. Goed, ze zal hem ontmoeten en hem vertellen dat hij een dochter heeft, zijn kind! Ze zal hem zeggen waarom ze het hem niet heeft geschreven. Immers hij liet niets meer van zich horen! Overmorgen is het zo ver. Ze heeft Mira verteld dat ze poffertjes gaan eten. Een luxe, want haar beurs is klein. Zal het een onplezierige confrontatie worden? Kan ze vergeven en vergeten? Haar hart zegt nee maar voor Mira hoopt ze haar een vader te kunnen geven.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch