Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Klein Konijn van de Witstaart-clan

Door Grietje François

De kwekerij is gelegen in een dal te midden van een heuvelachtig landschap. Groene weiden zo ver het zicht reikt. In het oosten begrensd door dichte bossen en in het westen golvende graslanden waar jong en oud wild rustig hun leven kunnen leiden. Een industriële groentekwekerij zoals deze zou je hier niet meteen verwachten.

Het is oogsttijd. De wortelen zijn voldoende rijp om geplukt en verscheept te worden. Maar dit jaar heeft de directie haar voorzorgen genomen. Geen konijn komt erin. De waardevolle oogst moet beschermd worden kost wat het kost. Een tweede opeenvolgende ravage zou de doodsteek zijn voor de prille industrie. In deze periode ziet het terrein er meer uit als een zwaarbewaakte gevangennis. In elke windrichting patrouilleren bewakers. Dag en nacht schuimen schijnwerpers het terrein af.

Dat er heel wat gaande is rond de bescherming van de oogst is ook de clan Witstaart niet ontgaan.  Verschillenden van hun broeders zijn tijdens de plunderingen van de vorige oogst omgekomen, door die “bliksem” in de draden aan de randen van het terrein. Maar gelukkig leren konijnen heel snel bij waardoor ze toch nog met een aanzienlijke buit huiswaarts zijn kunnen keren.

De clan-vader heeft vanavond zijn trouwe gezanten bijeen geroepen om een laatste maal de strategie te overlopen. Morgen is het zover, niets mag aan het toeval worden overgelaten.

Diep onder de grond vergaderen de familiehoofden over de aanpak. De oudste zonen en dochters zijn ook van de partij. Zij leiden de verschillende groepen volgens de tactische routes en hindernissen die hier zijn uitgestald. Verkenners, infanterie, Blitz-konijnen en boodschappers, alle rangen passeren de revue. Elke route en positie wordt nauwkeurig besproken, niets mag aan het toeval worden overgelaten.

In het midden van de vergaderruimte ligt een schematische voorstelling van de groentekwekerij. Kiezels, takjes en verharde keutels geven de tactische posities en het verloop van elk van de verschillende rangen weer. Het wordt een huzarenstuk dit jaar. “Met een goede organisatie en voldoende flexibiliteit moeten we het halen. Geen konijn blijft achter!”, besluit de clan-vader aan het einde van de intensieve vergadering. De vergaderruimte zit vol konijnen, jong en oud. Als de Witstaart-clan zo blijft groeien zullen ze tegen volgend jaar een nieuwe ruimte nodig hebben.

“We staan er goed voor”, deelt de clan-vader op zakelijke toon mee aan zijn oudste zonen en dochters. Ook al brengt hij sinds enige tijd geen vruchtbare nesten meer voort, hij laat zijn emoties nooit de vrije loop. Als clan-vader rekent iedereen op je, je zet even zeer je eigen kroost op het spel. Verlies is hem dan ook niet vreemd.

“Laten we naar huis gaan, we hebben voldoende slaap nodig, morgen zal druk genoeg worden.” Zijn kinderen volgen hem. In het naar buiten gaan vormt de rest van het gezelschap een erehaag, uit respect voor de kunde en kennis van hun clan-vader en de harde maar wijze hand waarmee hij al die jaren de clan heeft geleid. Nog nooit eerder is een bescheiden clan kunnen uitgroeien tot één van de meest welvarende ten Zuiden van de Grote Waterlopen. Met een bescheiden glimlach en een knikt neem de clan-vader afscheid en keert samen met zijn kinderen huiswaarts.

“Papa, papa!”, roept Klein Konijn als hij vader hoort thuiskomen. “Hoe was de vergadering? Spannend hé, morgenavond is het zo ver! mag ik mee, ik ben al oud genoeg?” Zijn oudste broers en zussen die in de deuropening stonden keken elkaar aan en rolden met hun ogen. “Hij zal het nooit leren.”, fluisterde één van hen tegen een ander.

Met een blik vol verwachting kijkt Klein Konijn vader aan.

“Je weet dat je niet thuishoort op het slagveld, lieverd.”, komt moeder tussen beide nog voor vader iets kan zeggen. “Je hebt geen staart! Die heb je nodig om de anderen te waarschuwen en zo, dat weet je toch?” vervolgde moeder met een rustige stem.

Klein konijn kijkt sip naar moeder, dan naar vader. De strenge blik van vader houdt hem tegen om er nog iets aan toe te voegen.

“Ja, ik weet het. Zonder staart ben je een gevaar voor de hele clan.” Hij laat zijn lange oren zakken tot ze slapjes op de grond hangen. Hij heeft dan wel geen staart, zijn oren daarentegen lijken wel dubbel zo lang als welk konijn dan ook in de ganse Witstaart-clan.

De ongemakkelijke stilte die zich meester had gemaakt van de inkomhal wordt bruusk doorbroken door het blijde geroep van een 12-tal konijntjes die op vader komen afgelopen. Klein Konijn trekt zich in stilte terug naar zijn slaapholletje. Hij nestelt zich onder zijn dekentje en snikt zichzelf in slaap.

In het midden van de nacht wordt hij wakker. Hij hoort vader tegen moeder praten. Ze nemen afscheid, want het is tijd om de posities in te nemen. Ook de slaapholletjes van zijn oudste broers en zussen zijn leeg. Dit wil hij meemaken vanop de eerste rij. Hij luistert aandachtig tot het aan de andere kant van de deur terug stil is. Hij keert terug naar zijn slaapholletje, neemt het voedsel in de mond dat hij eerder die week had verstopt en sluipt stilletjes door de slaapruimte tot aan de venstertjes achteraan, als hij plots achter zich gekuch hoort.

“Huhu.”

hij draait zich om en ziet daar Allerkleinste staan.

“Wat doe je?” hij kijkt Klein Konijn met grote ogen en een wiebelneus aan.

“Sst! Seffens horen ze je nog!”

“Niemand kan me horen, ik fluister.” antwoord hij met opgetrokken wenkbrauwen.

“Fluisteren betekent dat je stil praat! jij bent niet stil.”

“Jij wil naar buiten, hé?”

“Sst! Dat gaat jou niet aan en ja ik ben op missie!”

Allerkleinstes’ ogen werden nog groter. De nieuwsgierigheid die in hem opborrelt is er bijna in te lezen.

“Wooo ..”

Klein konijn houdt net op tijd een oor voor de mond van Allerkleinste, of hij zou het ganse nest en de aanpalende nesten hebben wakker geroepen van enthousiasme.

“Het is een geheime missie”, voegt Klein konijn eraan toe. “Kan jij een geheim bewaren?”

Allerkleinste knikt hevig op en neer nog steeds met zijn mond bedekt door het oor van zijn broer.

“Ik ga op zoek naar een staart!”

Non-fictie

Pelgrims

Isa Altink

Fictie

Retro

Daphne Hubeek