Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Knikkeren

Door Pauline Kalkhove

‘Kom hier!’ Haar moeders stem klonk hard en schel. Ze rende, zo hard ze kon, de keuken door. Ze sloeg de slierten van het vliegengordijn die als vettige haren tegen haar gezicht plakten van zich af en zwiepte de keukendeur open die met een klap tegen de stenen muur kwam.

Ze hoorde haar moeders korte, boze voetstappen achter zich, rende de tuin door, sprong over het muurtje met het porseleinen beeld erop. Kon zij er wat aan doen dat haar schoen achter Maria bleef haken waardoor het beeld wankelde? Ze hoorde Maria in duizend stukjes vallen en in een soort slow motion hoorde ze haar moeders langgerekte gil: ‘I—-re—ne!’

Ze rende en fluisterde hijgend: ‘Wees ge-groet-Ma-ri-a, moe-der –van- God’. Altijd deed ze alles fout. Ze had een hekel aan haar strakke vlechten, haar kriebelende maillots en hooggesloten jurken maar ze wist heus wel dat Limburgers niet zo keurig waren als ze zich voordeden. En nu had ze haar moeders lievelingsbeeld op de grond gegooid, al was het niet expres.

Vanaf vandaag weigerde ze om elke ochtend om half 6 op te staan om De School met De Bijbel schoon te maken voordat ze zelf naar school moest waar ze de hele dag zat te knikkenbollen omdat ze zo verdomde moe was. Waarom mocht haar tweelingzus elke dag werken bij Oom Miel? Ze wist wel dat hij zijn vieze handen niet thuis kon houden, maar alles beter dan elke dag de vloeren van De School met De Bijbel schoontrekken. Het geluid van de pieperige trekker over de koude, stenen vloer resoneerde de hele dag in haar hoofd.

Ze kwam, in tegenstelling tot haar brave zus, in opstand tegen het juk dat tegen haar aanschuurde als een stekelige deken. Ze wilde rennen tot ze erbij neerviel, ze wilde ademen zo diep dat haar longen er pijn van deden, ze wilde huilen met lange halen, zo lang en zo hard als ze wilde en niet alleen maar stil in haar kussen.

Haar moeder stond in de keuken. Op de radio de zware tuba van een carnavalsliedje. De strik van haar schort deinde op haar achterwerk, haar vader las de krant aan tafel. Het huis rook naar zuurkool.

Even leek het een gezin uit zo’n reclame dat ze wel eens op de achterpagina van de krant had zien staan. Een vrouw lachend bij haar nieuwe fornuis, een man grijnzend achter zijn krant in een grote leunstoel en kleine kinderen die speelden met blokken op de vloer.

Toen haar ouders Irene in de deuropening zagen staan, verstijfden ze allebei.

Ze kon het niet helpen, ze schoot in de lach.

‘Wat valt er te lachen?’ zei haar vader.

‘Sorry,’ zei ze zacht. ‘Het spijt me.’

‘Dek de tafel en was je handen’. Ondanks dat ze wist dat haar vader gevoelig was voor spijt, bleef hij verder stil.

‘Mijn excuses, mama.’ Ze hoorde haar moeder snuiven. ‘Ik zal het beeld vergoeden, moeder.’

Haar moeder draaide zich met stijve schouders om naar het fornuis. ‘Het eten is klaar.’

Op dat moment hoorde Irene haar zus door het tuinhek komen. Ze keek naar Willy die haar fiets netjes op slot zette in de achtertuin, haar handschoenen uitdeed, opvouwde en in haar rechterzak stak. Ze hield van haar zusje, maar soms verachtte ze haar perfectie.

Wilhelmina met haar prachtige, bruin gekrulde haar met een roodachtige gloed, dat ze ’s avonds vaak in de krulspelden zette, haar groene wollen jas met daaronder haar lichtblauwe twinset die Oom Miel voor haar kocht toen ze een keer samen naar de stad gingen.

‘Hmmm… zuurkool,’ zei Willy toen ze keuken binnenstapte. Moeder draaide zich om en glimlachte.

‘We gaan net aan tafel, je zult wel honger hebben… harde werker,’ zei ze gloeiend van trots.

Willy keek Irene aan met rollende ogen, pakte haar zus vast en danste met haar door de keuken terwijl ze met haar tong klakte en riep: ‘Ja, deze tweeling werkt niet alleen keihard, maar is ook nog eens prachtig mooi, bijster intelligent, bijzonder begaafd, berucht en on-be-zon-nen!’

Nu barstte niet alleen Irene uit in een gillerige lach, maar lachten zelfs vader en moeder minzaam. En even vergat Irene waarom ze was weggerend.

‘Ja, ja, ja! Je hebt verloren! Verloren! Dik, dik, dik verloren!’ riep ze terwijl ze een rondedansje maakte. Irene kon er niets aan doen, ze was door het dolle heen. Marietje ingemaakt met knikkeren! Het was iets waar ze vaak van had gedroomd, maar wat nog nooit eerder was gelukt. Marietje met haar bleke achterbuurtgezicht wat altijd op kattig stond. Maar waar ze misschien wel niets aan kon doen – zei Willy – want haar vader was vaak dronken en sloeg erop los als hij kwaad werd.

Voor nu trok Irene zich daar helemaal niets van aan. Dit was het begin van een nieuw jaar, een jaar waarin ze eindelijk Marietje de baas was. Ondanks dat ze nog steeds een beetje rillerig werd zodra Marietje in de buurt kwam, voelde ze nu een soort warm, gelukzalig gevoel op haar borst toen ze wegliep terwijl ze rondjes draaide met haar zware knikkerzak.

Midden in haar triomftocht kreeg ze een fikse duw. Ze viel op straat, de zak viel open en de knikkers rolden alle kanten op, terwijl Marietje gilde: ‘Je bent niet goed snik! Idioot! Niet goed snik. En je ouders zijn niet eens je echte ouders… je moeder is een hoer!’

Wat dat woord precies betekende wist ze niet, maar het zorgde ervoor dat de stoep langzaam van haar bloedende lip wegdraaide en de grond als een soort diepe, zwarte kloof onder haar wegzakte.

‘Donder op!’ riep ze, maar ze voelde de paniek als een octopus met acht, negen, tien armen om zich heen grijpen.

Met haar bloedende lip rende ze naar huis, ze kon alleen nog maar rennen. In recordtempo van school naar huis, nog nooit was ze zo snel geweest. In haar hoofd maakte ze de bekende rekensom. En ondanks dat Willy iedere dag zei dat ze het zichzelf niet moeilijker moest maken dan nodig, wist ze heus wel hoe je moest rekenen en dat haar moeder tweeënvijftig moest zijn geweest toen ze beviel van een tweeling. Dat was onmogelijk, dat wist haar zus ook wel, maar als ze daarover begon, duwde Willy haar weg en zei ze: ‘Houd toch je mond! Zoek toch niet altijd de moeilijkheden op…’

Maar nu wilde ze het weten. Ze gooide de keukendeur open, sloeg het vliegengordijn opzij en vroeg aan haar moeder of het waar was, of Marietje godzijgeklaagd gelijk had. Haar moeder, die haar aankeek alsof ze een geest was, knipte de lamp aan, ging aan de keukentafel zitten en zei: ‘Zitten jij.’

2 reacties

IikAda

vrijdag, 12:28

Ik kan niet wachten op de roman die volgt,heel boeiend……

Cees scheenaard

vrijdag, 12:19

Prachtig verhaal,nu de roman van jouw hand nog……..

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch