Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Kwijt

Door ANJA KWARTEN

‘Ik ben mijn moeder kwijt’, hoor ik mezelf zeggen tegen de agent aan de andere kant van de lijn. De woorden klinken vreemd kinderlijk uit mijn volwassen mond, maar mijn gevoel is hetzelfde als dat van een klein kind; totaal hulpeloos. Ik slik en voel mijn ogen vochtig worden.

Mijn jongste zoon heeft me die ochtend gebeld op mijn werk. ‘Oma doet de deur niet open en de gordijnen zijn nog dicht.’
Ik kijk op het klokje op mijn computer: 11.35u. ‘Ik kom er meteen aan’, zeg ik en knik naar mijn collega. ‘Ik moet weg, mijn moeder….’ Snel grijp ik mijn jas van de kapstok en trek de deur achter me dicht.
‘Kijk je wel uit’, hoor ik nog net voor de deur dicht valt.

Een half uur later steek ik de sleutel in het slot van de voordeur van het huis van mijn moeder.
‘Mam, ben je thuis?’
Aan de kapstok hangt mijn moeders jas en haar schoenen staan instap klaar op de deurmat. Ik loop de kamer in en kijk naar de gesloten gordijnen. Even twijfel ik wat te doen: gordijnen open maken of verder lopen, en kies voor het laatste.
‘Mam?’, zeg ik zacht en open voorzichtig de slaapkamerdeur die op een kier staat. Mijn hart klopt in mijn keel. Het bed is opengeslagen en de kleren van mijn moeder liggen op de rand, in een keurig stapeltje. Ik loop om het bed heen en kijk op de grond. Niets. Met opgetrokken wenkbrauwen staar ik naar het stapeltje kleren. ‘Wat raar’, mompel ik in mezelf en kijk verdwaasd rond.
Schoorvoetend loop ik naar de badkamer. ‘Mam, ben je hier?’ Langzaam open ik de deur van de badkamer en kijk aarzelend om het hoekje. Weer niets.
Ik loop terug naar de slaapkamer en bestudeer opnieuw het keurig gedrapeerde stapeltje kleren op het bed. ‘Hoe kan dat nou? Waar is ze?’ Zuchtend wrijf over mijn voorhoofd en kijk om me heen op zoek naar een verklaring.

‘Wat is het signalement’, zegt de agent. ‘Hoe zou u haar beschrijven?’
Ik denk na, voor zover me dat nog lukt in deze situatie. ‘Heel klein en mager’, zeg ik dan. ‘Ze heeft kort grijs haar en een bril. Maar ja, dat hebben ze allemaal op die leeftijd. Dus dat helpt ook niet’, corrigeer ik mezelf hardop.
‘Weet u wat ze aan heeft?’, vraag de agent.
Opeens moet ik huilen. ‘Niets’, snik ik. ‘Haar kleren liggen op bed en haar jas hangt aan de kapstok. En ze is gewoon weg. Verdwenen.’

Een uur later sta ik in het ziekenhuis aan het bed van mijn moeder. Ze is op straat gevonden, bewusteloos liggend naast haar fiets.
‘Ik snap er niets van’, zegt ze zacht en kijkt me vragend aan. ‘Waardoor zou ik toch gevallen zijn? Ik werd wakker in de ambulance.’ Ze schudt haar hoofd en zucht. ‘Zo raar, ik kan me niets herinneren.’
‘Ik weet het ook niet, mam. We waren je gewoon ineens kwijt.’
‘Hoe wist je trouwens dat ik hier was?’ Onderzoekend kijkt ze me aan.
‘Dat vertelde de agent, die ik gebeld heb. Ik vroeg hem of ze je ergens gevonden hadden en moest je beschrijven. ‘Klein bent en mager’; heb ik gezegd.’
‘Mager?’, sputtert mijn moeder verontwaardigd tegen. ‘Ik ben niet mager.’
‘En dat je niets aan had, omdat je kleren nog op het bed lagen, je jas aan de kapstok en je schoenen eronder’, ga ik onverstoorbaar verder.
Abrupt slaat mijn moeder de dekens van zich af en wijst naar de trainingsbroek die ze nog aan heeft. ‘Ik ging naar de fitnessclub’, zegt ze wijzend op haar broek. ‘En dan heb ik altijd mijn oude jas aan en mijn sportschoenen.’
Beduusd kijk ik naar de broek. ‘Oh, gelukkig’, reageer ik en kijk mijn moeder aan. ‘Ik dacht echt waar, dat je was weggegaan in je blote kont.’
Mijn moeder schiet in de lach en grijpt naar haar gekneusde ribben. ‘Au, au, hou op.’

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam